VS moeten steun van Europa verwerven voor raketdefensie

De VS en hun Europese bondgenoten hebben de plicht tot een vergelijk te komen over het Amerikaanse streven naar een nationaal defensiesysteem tegen raketaanvallen. De bouw daarvan is niet tegen te houden, maar een onverkwikkelijke crisis in de transatlantische verhoudingen moet worden voorkomen, meent David C. Gompert.

De Russische bezwaren tegen de stationering door de Verenigde Staten van een nationaal verdedigingssysteem tegen raketten vinden steun bij de Europese bondgenoten van Amerika. Zij menen dat de VS er verkeerd aan doen een verdedigingssysteem tegen ballistische projectielen op te bouwen, vooral als dat het einde betekent van het zogeheten ABM-verdrag. Dat akkoord sloten de Amerika en de toenmalige Sovjet-Unie in 1972 om antiballistische defensie te beperken en onkwetsbaarheid onmogelijk te maken. Omdat de steun van de naaste bondgenoten in zo'n cruciale kwestie van vitaal belang is, moet Washington een definitieve beslissing over antiballistische defensie en het ABM-verdrag uitstellen tot er een nieuwe president is, en de tussentijd gebruiken om de steun van de Europeanen te verwerven.

Voor alle duidelijkheid: er bestaat in de VS al overeenstemming ten gunste van een nationaal antiballistisch systeem. Weliswaar zijn de proeflanceringen van het Pentagon niet bepaald vlekkeloos verlopen, maar over enkele jaren zal de technologie beschikbaar zijn om een kleinschalige raketaanval te signaleren, te volgen en te onderscheppen – opnieuw een product van de informatierevolutie. En nu de bewijzen zich opstapelen dat in elk geval Noord-Korea van plan is lange-afstandsraketten uitgerust met biologische of nucleaire wapens te stationeren, zal de volgende Amerikaanse president zodra de middelen voorhanden zijn, zonder twijfel voldoen aan de wil van het publiek, dat bescherming verlangt.

De ingebruikneming van een effectief nationaal rakettenschild vergt inderdaad een ingrijpende herziening van het ABM-verdrag, dat tijdens de Koude Oorlog is gesloten om te voorkomen dat een van de supermachten een strategisch voordeel zou trachten te behalen. Rusland, bezorgd dat een Amerikaans antiballistisch systeem de geloofwaardigheid van zijn nucleaire afschrikkingsmacht zal ondergraven, verzet zich resoluut tegen zo'n herziening. Als de VS vastbesloten zijn toch hun antiballistische schild te installeren en Moskou werkt niet mee, dan zullen zij het verdrag moeten opzeggen. (Het verdrag staat elk van beide partijen toe zich terug te trekken als het `hoogste' nationale veiligheidsbelang dat vereist.)

De Europese bondgenoten van Washington willen dat de VS hun antiballistische defensieplannen laten varen en het ABM-verdrag intact houden. Zij voelen zich niet zoals de Amerikanen bedreigd door raketten van `schurkenlanden' en bovendien menen zij dat de dreiging van vernietigende vergelding een voldoende afschrikking zal vormen. Zij hebben bovendien geen goed woord over voor de unilateralistische tendensen in het Amerikaanse buitenlandse beleid – zoals de recente weigering van de Senaat het Verdrag inzake een algeheel verbod op kernproeven (CTBT) te ondertekenen – en zij zien het Amerikaanse streven naar een antiballistisch defensiesysteem als een uiting daarvan. Uiteraard zal de oppositie binnen het Atlantisch bondgenootschap de Russen stimuleren hun verzet tegen herziening van het ABM-verdrag te verscherpen.

In laatste instantie zal zelfs de combinatie van Europees handenwringen en Russische obstructie de VS er niet van weerhouden een antiballistisch systeem tegen schurkenstaten te bouwen, ook al moeten zij daarvoor het ABM-verdrag opzeggen. Het is verleidelijk dit als een nieuw blijk van Amerikaans unilateralisme te zien, maar dat gaat voorbij aan de essentie. De VS dragen de unieke verantwoordelijkheid landen als Noord-Korea en Irak, die qua agressiviteit een onberispelijke staat van dienst hebben, te beletten hun buurlanden aan te vallen en de veiligheid in vitaal belangrijke regio's, zoals het Golfgebied en Noordoost-Azië, te vermorzelen. De andere grote democratieën, inclusief die van Europa, laten die taak graag aan de VS over, in de wetenschap dat de wereld er een stuk onveiliger op zou worden als die taak niet zou worden vervuld. Juist deze verantwoordelijkheid maken de VS bij uitstek kwetsbaar voor schurkenregimes die dreigen met massavernietigingswapens om de Amerikaanse macht te bedwingen.

De Amerikanen zullen niet van hun antiballistische plannen afzien op verzoek van vrienden die niet meedelen in de verantwoordelijkheid het hoofd te bieden aan gangster-regimes met raketten, noch in de kwetsbaarheid die daarvan het gevolg is. Ook zullen zij zich afvragen waarom hun bondgenoten geen steun verlenen aan dit streven het Amerikaanse grondgebied te beschermen nadat de VS gedurende zoveel jaren het bondgenootschappelijke grondgebied heeft helpen beschermen. Europees verzet tegen Amerikaanse antiballistische defensie zal een dreigende transatlantische scheuring eerder in de hand werken dan voorkomen.

Wil men een onverkwikkelijke crisis vermijden, dan moeten zowel de VS als hun bondgenoten het eens worden niet alleen over de functie van antiballistische defensie in de huidige tijd, maar ook over de wederzijdse verantwoordelijkheden voor internationale veiligheid. De Europeanen moeten proberen de Amerikaanse strategische analyse naar waarde te schatten die luidt dat een antiballistisch systeem nodig is om de internationale vrede te bewaren en gemeenschappelijke, mondiale belangen veilig te stellen. Ook zouden ze kunnen bedenken dat zij als bondgenoten op zijn minst de politieke plicht hebben de VS te steunen nu dat land als enige een potentiële dreiging ondervindt. Als de bondgenoten zich nuttig willen maken, laten zij dan proberen Rusland ertoe te bewegen een beperkt Amerikaans antiballistisch systeem toe te staan binnen een gewijzigd ABM-verdrag.

Overigens rust de plicht om tot een vergelijk te komen evenzeer op de schouders van de Amerikanen. Die hebben met hun zelfbejubeling, hun obsessie voor hun eigen leidersrol en hun selectieve streven naar multilateralisme (namelijk wanneer het hun uitkomt) zelfs bij hun beste vrienden de verdenking gewekt dat ze zich door uitsluitend egoïstische motieven laten leiden. Geen wonder dat zij hun Europese bondgenoten er maar niet van kunnen overtuigen dat een nationaal antiballistisch systeem in het belang van de internationale vrede is. En nu de Europeanen langzaamaan meer verantwoordelijkheid aanvaarden voor de veiligheid in en buiten Europa, zouden de VS zich ook meer van de Europese opvattingen moeten aantrekken willen zij op Europese steun kunnen rekenen wanneer die nodig is, zoals wanneer zij straks besluiten een antiballistisch defensiesysteem te bouwen.

Tot slot zullen de Atlantische democratieën moeten komen tot een realistische, gezamenlijke lange-termijnstrategie voor de beveiliging van henzelf, hun belangen en de internationale vrede tegen de plaag van massavernietigingswapens in de handen van misdadige machthebbers. Antiballistische defensie is slechts een noodzakelijk onderdeel van zo'n strategie. De VS moeten er alle tijd voor nemen hun bondgenoten daarvan te overtuigen.

David C. Gompert is voorzitter van RAND Europe, een in Leiden gevestigde Europese denktank.

zijn bondgenoten te overtuigen