Taiwan wil schoon schip maken

Drie factoren hebben Chen Shui-bian aan de macht geholpen: zijn belofte corruptie aan te pakken in Taiwans politieke bestel, de verdeeldheid binnen de heersende Kwomintang én zijn matiging tegenover China.

Chen Shui-bian is gekozen om zijn inzet voor openheid en rechtvaardigheid en niet wegens zijn diep gewortelde wens voor de onafhankelijkheid van Taiwan. De kiezers die zaterdag hun historische stem hebben uitgebracht op de kandidaat van de oppositionele Democratische Progressieve Partij (DPP), hebben afgerekend met de ondoorzichtige en corrupte politiek van de Kwomintang (KMT), de partij die al meer dan een halve eeuw aan de macht is in Taiwan.

De Taiwanezen hebben laten zien dat zij de overheersing van een partij waarvan de invloed reikt tot alle lagen van de maatschappij, zat zijn. Lien Chan, de huidige vice-president en de kandidaat van de KMT, werd door slechts 23 procent van de kiezers gesteund. Het `angst-offensief' dat de KMT tegen de kandidatuur van Chen heeft gevoerd, heeft niet mogen baten. De KMT heeft gewaarschuwd dat de keuze voor Chen, die zich in het verleden heeft uitgesproken voor onafhankelijkheid van het eiland, de trekker kan overhalen van het Chinese defensie-apparaat. Maar de kiezers hebben zich niet laten intimideren. Het was hun niet te doen om de betrekkingen met het land dat Taiwan na meer dan vijftig jaar afscheiding nog altijd voor zich opeist. Nee, het is de KMT waartegen zij zich hebben verzet. Chens beloftes om het corrupte maatschappelijke bestel te zuiveren en het machtsmonopolie van de KMT te doorbreken, hebben de doorslag gegeven.

Dat betekent niet dat de `China-factor' geen rol heeft gespeeld bij de verkiezingen. Chen kreeg slechts 300.000 stemmen meer dan de nummer twee in de uitslag, de onafhankelijke kandidaat James Soong. Soong, die een lange loopbaan bij de KMT achter de rug heeft maar uit die partij werd gezet nadat hij zich vorig jaar mede-verkiesbaar voor het presidentschap stelde, kreeg bijna 37 procent van de stemmen – maar 2,5 procent minder dan Chen. Soong had waarschijnlijk gewonnen als hij niet enkele maanden gelden in opspraak was geraakt. De KMT, uit op revanche, beschuldigde Soong van corruptie. Hoewel niets werd bewezen, was het verweer van de voormalige KMT-topman zwak. Dat hij desondanks 4,66 miljoen Taiwanezen op zijn hand heeft gekregen, duidt erop dat velen in hem een man hebben gezien die weliswaar los staat van de KMT, maar minder radicaal is in zijn beleid ten aanzien van China dan Chen.

Het verkiezingsresultaat heeft de politieke orde in Taiwan op zijn kop gezet. Het is voor het eerst in de geschiedenis van de Republiek China, zoals Taiwan officieel heet, dat de KMT de hoogste politieke post moet afstaan. En veel aanhangers, onder wie de KMT-leden die samen met Soong zijn 'overgelopen', zijn van mening dat het verlies van de KMT gemakkelijk voorkomen had kunnen worden. Zij geven president en (nu nog) partijvoorzitter Lee Teng-hui de schuld van het schisma binnen de KMT. De verwachting is dat meer KMT-leden hun partij zullen opgeven nu Soong heeft aangekondigd dat hij een eigen partij wil vormen.

Het is de ironie van de jonge Taiwanese democratie. Vooral dankzij de inzet van Lee Teng-hui heeft het democratisch proces vaart gekregen. Lee's verkiezing vier jaar geleden werd beschouwd als een grote overwinning voor de democratie. En het is ook door zijn politiek dat het `Taiwan-nationalisme' is versterkt. Dat daarmee tegelijkertijd de steun voor zijn eigen partij is afgenomen, is een bijkomstigheid die de harde kern van de KMT moeilijk kan verkroppen.

In een dergelijk vijandige sfeer, die gisteren uitmondde in felle straatprotesten voor het hoofdkwartier van de KMT, moet de nieuwe president Chen zijn weg vinden. In de Wetgevende Yuan, het Taiwanese parlement, heeft de KMT een grote meerderheid; de DPP houdt een derde van de zetels bezet. Chen zal dus moeten regeren vanuit een machtsbasis die veel beperkter is dan die van zijn voorganger. Chen rekent echter op Lee Yuan-tseh, het pas afgetreden hoofd van de Academia Sinica, de denktank van de regering, die hij heeft gevraagd voor het premierschap. Van de steun van de zeer gerespecteerde Lee Yuan-tseh wordt veel verwacht omdat de Nobelprijswinnaar als bemiddelaar zou kunnen dienen in het politiek zo sterk verdeelde Taiwan. Wanneer het parlement zijn nominatie niet accepteert, bestaat de kans dat nog komende zomer nieuwe parlementsverkiezingen moeten worden gehouden.

Een belangrijke taak voor Chen, die hem minstens zoveel kopzorgen zal bezorgen, geldt uiteraard de relatie met China. Het is bekend dat Chen al voor zijn verkiezing onacceptabel werd bevonden door Peking omdat de Chinese regering weet dat praten over hereniging met een DPP-er aan de macht nog onwaarschijnlijker zal worden dan het al was. Desondanks heeft Chen zich sinds hij zich verkiesbaar stelde, zeer gematigd opgesteld. Hij heeft herhaalde malen gezegd een president van het volk te willen zijn, en niet van zijn partij. Die belofte heeft het vertrouwen in hem versterkt. Chen is er zich van bewust dat maar een klein percentage van de Taiwanezen, volgens de laatste peilingen niet meer dan 5,7, uitgesproken voorstander is van absolute onafhankelijkheid. De meerderheid wil behoud van de huidige status quo.

Volgens Chen Ming-tong, Chens adviseur voor de betrekkingen met China, zal de nieuwe president de aandacht vestigen op Taiwans soevereiniteit, en niet op de onafhankelijkheid van het eiland. Verschillende China-specialisten in Taiwan hebben er bij Chen op aangedrongen dat hij de ,,constructieve ambiguïteit'' over wat `Één-China' precies betekent, in stand houdt. Alleen op die manier kan de status quo behouden blijven, geloven zij. Chen lijkt dat advies vooralsnog ter harte te nemen.