Column

Supporter

Ajax was jarig. Honderd. Mooie leeftijd. Prachtclub. Rijke historie. Grote successen. Heerlijk weekend dus. Smulbeelden. Wonderverhalen. Slurpfoto's. Johan. Veel Johan. Nooit te veel Johan. De eerste cup, de tweede, de derde en de vierde. Ik wees spelers aan op foto's en dacht aan zielsgelukkige jaren. De Meer, jongenskaartjes, vak E, vak F, opgeschoven naar de Reijnolds, helaas verhuisd naar de Arena. Niet uit te leggen uren. Mijn broers en zussen snappen me. En een groot aantal vrienden. Wie niets met voetbal heeft moet het zelf weten. Aan hem of haar kan je het wel vertellen, maar als het niet in je bloed zit dan houdt het op. Een wee gevoel als het slecht gaat met je club. Een hartgrondig gvd, terwijl je weet dat het maar foebal is, tismaareenspelletje, maar toch..

Gisteravond zes uur. Mooie tenues, ballonnen, snipperregen, feest. Omdat de jarige honderd was. Of het goed gaat met de jarige? Ik vroeg of het goed gaat met de jarige? U moet harder praten. De jarige is een beetje doof. Een beetje? Hartstikke doof. En mank. En blind. En in de war. Licht dement zelfs. Opa had het laatst nog over vijftig miljoen uit de markt genereren. Maar opa had niet door dat de vette jaren over zijn. Opa leeft een beetje in het verleden. Opa mijmert boven zijn plakboeken.

Gisteravond kwart voor acht. Diep verdriet in het protserige stadion. Gedold door tien Tukkers. Niet één kans. Niet één! Geen eens een half kansje. Na afloop praat de trainer zoals zijn spelers spelen. Stamelen. Dooie vissenblik in de ogen. Hij weet het. Het bestuur weet het. Het publiek weet het. De pers weet het. We moeten het elkaar alleen nog even concreet vertellen.

We bellen 013-5490590. U spreekt met Michael van Praag, kunt u mij doorverbinden met de heer Adriaanse?