Rol accountant ter discussie

De rol van de accountant staat, mede dankzij de declaraties door toenmalig burgemeester Peper van Rotterdam, ter discussie. Dezelfde declaraties kunnen kennelijk verschillend worden beoordeeld. Is de onpartijdige accountant zichzelf aan het opblazen?

De accountant is onafhankelijk. De accountant is onpartijdig. Zo staat het in de gedrags- en beroepsregels van het Nivra, Nederlands instituut van registeraccountants: op het oordeel van een accountant moet men kunnen afgaan. Maar de praktijk in de Nederlandse polder is weerbarstiger.

De kwestie rond de gevallen minister A. Peper (Binnenlandse Zaken) maakt duidelijk dat dezelfde feiten door verschillende accountants blijkbaar uiteenlopend beoordeeld kunnen worden. Het rapport van de Rotterdamse raadscommissie over de declaraties van Peper als burgemeester, werd vorige week begeleid door een uitgebreid rapport van de forensische accountants van KPMG. Zij keken, in opdracht van de gemeente Rotterdam, de declaraties minutieus na. Op grond daarvan oordeelde de commissie dat een beperkt aantal uitgaven ,,niet rechtmatig'' zijn gedaan. Een hard oordeel, aangezien hiermee de facto wordt vastgesteld dat wetten en regels zijn overtreden.

Maar daarmee eindigt het verhaal niet. Peper nam een eigen accountant in de hand, J. Gortemaker van PriceWaterhouseCoopers (PWC). Dat ging meteen gepaard met een groot vertoon van onafhankelijkheid: Pepers echtgenote N. Kroes stapte tijdelijk uit de raad van advies van PWC. Zij wilde ,,klip en klaar duidelijk maken dat er geen vermenging van belangen'' bestond.

Gortemaker, tevens hoogleraar op de door Kroes geleide universiteit Nijenrode, beoordeelde Pepers declaraties aanzienlijk minder ongunstig dan KPMG. Aan de integriteit van Peper hoefde niet getwijfeld te worden, aldus PWC. Niet werd vastgesteld dat hij hiermee in alle opzichten rechtmatig had gehandeld, maar gesuggereerd werd het op zijn minst.

Hoe nu: is de onpartijdige accountant zichzelf aan het opblazen? Is het in de accountancy inmiddels net zo ver als in de onafhankelijke wetenschap, waar menig `derde geldstroom'-onderzoek is samen te vatten met: `men vraagt, wij draaien'?

Duidelijk is dat niet alle accountants gelukkig zijn met de gang van zaken in de kwestie-Peper. Twee accountants van Deloitte & Touche, A. de Groot en P. Vriend, menen dat PWC met diens bijdrage aan het Peper-debat een verkeerd signaal afgeeft. Vastgesteld wordt dat PWC, anders dan KPMG, geen uitputtend onderzoek naar de declaraties heeft gedaan. ,,Mensen zouden kunnen denken dat PWC zich voor het karretje van de advocaat van Peper heeft laten spannen'', aldus Vriend in het Algemeen Dagblad.

M. Waterlander van PriceWaterhouseCoopers benadrukt dat zijn kantoor mede tot zijn oordeel kwam omdat men een andere opdracht uitvoerde. ,,Onze opdracht was: Peper terzijde staan bij de beantwoording van vragen van de Rotterdamse raadscommissie. Dat is dus geen forensisch onderzoek.'' Desondanks voerde PWC deze opdracht ,,onafhankelijk'' uit, zegt Waterlander. ,,Bij mijn weten is het niet eerder voorgekomen dat accountants zo rollend over straat gaan. Ik weet niet wat de heren van Deloitte & Touche heeft bewogen om ons zo te bekritiseren.''

De leden van de beroepsgroep van de accountancy zijn onderling zeer verweven. Het poldermodel is ook hier nadrukkelijk aanwezig. Hoogleraren accountancy zijn allemaal verbonden aan grote kantoren. En de voorzitter van het Nivra is weer verbonden aan PWC, beaamt directeur A. Mik van het Nivra. ,,Dat speelt geen rol'', zegt hij, ,,dat brengt ons niet in een moeilijke positie.'' Hij stelt vast dat het ook inzake jaarrekeningen vaker voorkomt dat kantoren een verschillend oordeel vellen. Dus zo bijzonder is de controverse inzake Peper niet. Maar hoe het kan dat er over Peper zo verschillend is geoordeeld, weet hij niet: ,,Ik heb de rapporten niet gelezen.''

W. Troost van Deloitte en Touche wil de discussie graag verbreden. Hij vraagt zich af of het gewenst is dat forensische accountants enerzijds onafhankelijk onderzoek doen en anderzijds als adviseur, als partijdige dus, optreden. ,,Wij signaleren het fenomeen natuurlijk met een bedoeling. Maar het zal tenslotte de volledige beroepsgroep zijn die hierover moet oordelen.''

Hij wijst er ook op dat de voorzitter van Deloitte, P. Hoogendoorn, in het licht van groeiende kritiek op de onafhankelijkheid van de beroepsgroep, zich recentelijk uitsprak over nieuwe tuchtrechtprocedures. Gedachte is klachten over accountants voortaan buiten de beroepsgroep te laten beoordelen. ,,Hoogendoorn heeft gezegd dat hij daar opzichzelf niet tegen is'', aldus Troost van Deloitte.

P. Feenstra, hoogleraar externe verslaggeving aan de Rijkuniversiteit Groningen, zegt dat de nu geopenbaarde controverse tussen Deloitte en PWC ,,buitengewoon ongebruikelijk'' is. ,,Dit is zeker niet goed voor de beroepsgroep. Deloitte zal wel onderbouwing moeten geven, anders zal PWC hier geen genoegen meer nemen.'' Feenstra stelt ook vast dat dat alle hoogleraren accountancy zijn verboden aan grote kantoren. Daarmee is ook hun onafhankelijkheid in het geding, zegt hij. ,,Zij beweren dat het uitermate bevruchtend is dat wetenschap en praktijk samenwerken. Ik denk er anders over.''