Rijkunst en vage symboliek bij Zingaro

Al weken siert een dravend paard wervend de HOLNDFSTVL-affiche. Zingaro, het theatrale paardencircus van de Fransman Bartabas is neergestreken op het terrein van de Westergasfabrieken en heeft de grote gashouder verbouwd tot circustheater: met zand rondom, goed harde tribunes en een piste vol aarde. Rode aarde, en dat wijst meteen op het bijzondere karakter van Triptyk, dat behalve circus ook theater wil zijn. Met de première van de nieuwste productie van deze populaire groep begint het Holland Festival van directeur Ivo van Hove, ver voor het hoofdprogramma en met een voorstelling die daar danig van afwijkt.

De piste stonk vrijdag naar vettige olie, wat listig met geurend mirre werd gemaskeerd. Ook zag niemand hoe de eregasten, onder wie koningin Beatrix en vele kabinetsleden, door het rulle zand ploegden alvorens zich te schikken naast het in tenue de ville gestoken publiek. En toen kon het spektakel op muziek van Stravinsky beginnen. Met zeven kalaripayat-dansers uit de Indiase provincie Kerala, die net als elke dag hun behendigheidsoefeningen openen met de begroeting van de zon. Hier doen ze dat op de ritmische cadans van Le Sacre du Printemps en op een middenin de piste gevormd heuveltje. Gaandeweg vlechten ze hun krachtige en soepele krijgsbewegingen tot een fraaie rondedans. Een vondst is het om zo'n aardse rituele dans van authentieke makelij in te passen in deze fameuze compositie die opent met de wijding van de aarde en dan het lenteoffer aan de zonnegod celebreert.

Fier ruitervolk op geschoren paarden heeft intussen de piste betreden. Beheerst laten ze hun paarden door de piste draven. Als machtige heersers kijken ze neer op dit nederige volkje. Dan sporen ze aan tot galop en verpletteren hen bijna onder de hoeven. Vervolgens buitelen ze over de paardenruggen heen, gaan staan of zelfs achterstevoren zitten. De Kerala dansers helpen de ruiters bij deze halsbrekende acrobatische toeren, en worden soms ook op de paarden getild. Toch zal een van hen onvermijdelijk de finale offerdans dansen, in het nauw gedreven door de ruiters en met een onbereikbare amazone die boven hem uit torent. Waarmee deze scène onbedoeld racistisch overkomt, met die kwetsbare Indiër onder die superieure blanke vrouw.

Daarvoor al betraden porseleinwitte paarden de piste, gevolgd door verleidelijke vrouwen in witzijden jurkjes. Zij verlokten de paarden met hun vrouwelijke charme, net zoals indertijd in Krisztina de Châtels paardenballet Ló. Haar spel tussen danser en paard was uiterst sensueel. Hier telt vooral het droombeeld van edele paarden die ook zonder ruiters wel op prinsen lijken.

Een andere (wens)droom(beeld) zit in het derde deel, gezet op de jubelende Psalmensymfonie, met een terugkerend halleluja. Daar zweeft een zwarte danser boven de hoofden van de vrouwen en reikt zijn armen verlangend naar hen uit. Nu mag dat een vet cliché zijn, uit het scharnierende middendeel in deze triptiek op een klarinetsolo van Pierre Boulez blijkt hoe zwak Bartabas als regisseur is. Als Adam en Eva dansen de mooie zwarte Julio Arozarena en een minder expressieve Anouck Tissot een duet. De dans is een slap aftreksel van Maurice Béjart en vaag is daarbij de betekenis, net als die van hun bewegingsspel met sculpturen van paarden. Een overbodig scène die de vaart uit het geheel haalt.

Zo wild en romantisch als je zou wensen is Triptyk dus niet. De verbinding tussen de aardse, heidense Sacre en de hemelse religieuze Psalmen intrigeert. En visueel attractief zijn veel scènes met deze uiterst decoratieve, prachtig uitgedoste paarden. Ook de macho's en de dames met wapperende haren mogen er zijn, vooral in het imposante slot waarbij de mannen op bruine en de vrouwen op witte paarden in cirkels tegen elkaar in rijden of hun paarden zij aan zij zetten, met de neuzen naar het midden toe. Dat vereist perfectie in de dressuur en totale beheersing van deze hogeschool-rijkunst. En vertederend is het minipaardje Falabela dat in de entr'acte lief trippelt en schattig kan hinniken.

Desondanks boeit Triptyk matig. De makke zit 'm behalve in de vage symboliek ook in deze hybride theatervorm die amusement wil verenigen met hoogstaande Kunst. Voor circus is dit net te gepolijst en in artistiek opzicht kan Bartabas niet op tegen Bausch en Mnoushkine. Slechts op een enkel moment is Triptyk meeslepend. Veeleer is het oogstrelend paardenballet zonder veel emotionele of intellectuele diepgang.

In de epiloog verschijnt de maestro zelf, een duistere figuur op een grote schimmel die hij op luid klokgebeier virtuoos op de plaats laat dansen. Hij kijkt vertoornd alsof hij over zijn nieuwe show, die ook niet vlekkeloos verliep, ontevreden is.

Voorstelling: Le Théâtre Zingaro met Triptyk. Regie: Bartabas. Gezien:17/3. Westergasfabriek Terrein, Amsterdam. Daar t/m 9/4 (beh. ma en do). Info.: www.zingaro.nl