Pater familias

Zoals de Ajax-voorzitter wanneer hij wordt geïnterviewd zijn gezicht naar de camera draait en mij dan vriendelijk doch dwingend recht in de ogen kijkt, daar krijg ik kippenvel van. Dan denk ik: wat ga je me nu weer op de mouw spelden? Dan spreekt hij me toe als een strenge vader die het beste met me voorheeft of als een dominee die met de hand op zijn hart bezweert dat Hij de wereld zal redden.

Benauwende momenten. Ze maken ergernis los. Wegwezen, weg van mijn tv-scherm met uw mooie praatjes, ik geloof niks van wat u zegt, mopper ik dan met ingehouden woede. Oh, het is zo mooi bij Ajax, het is zo ontroerend wat Ajax de mensheid biedt; ach, het is helemaal niet zo erg – wanneer Ajax-fans de straten onveilig maken; en natuurlijk komt het allemaal best goed, wanneer we maar naar hem luisteren, naar de pater familias van Ajax.

Is dat de echte Michael van Praag? Of heeft een media-adviseur hem dat kunstje ingefluisterd? Zoals hij eens op mij afstevende en vermanend zei dat ik het toch echt verkeerd zag wat zich bij Ajax afspeelde en vooral wat Ajax betekende voor Nederland. Geschrokken van deze vrijpostige poging tot intimidatie, drong het tot me door dat het niet is gespeeld wat hij doet en zegt. Hij is echt, hij wil echt dat iedereen van Ajax houdt.

Michael van Praag is – of hij het nu wil of niet – jarenlang de verpersoonlijking van Ajax geweest. Zelfbewust, zelfingenomen, megalomaan. Zo'n houding misstaat een Ajax-leider natuurlijk niet. Aan Van Praag en zijn bestuurscompanen heeft Ajax het toch maar te danken dat de club na een financiële crisis weer Europese allure kreeg. Dat het voetbal onder succestrainer Van Gaal te klinisch was voor een liefhebber van avontuurlijk voetbal en briljante individuele acties zoals ik, kan Van Praag cum suis niet worden aangerekend. Dat kwam door het perfectionisme van Van Gaal.

Toch stond Van Praag altijd groots met zijn bestuurscompanen op het ereterras te glimmen als het zelfbenoemde presidium. Kijk, mooie Michael – dat is nu de voorzitter! Als hem werd gevraagd of het zijn triomf was, dan zei Van Praag routineus dat het `onze' triomf was. Want Ajax was een familie, met een wereldwijdvertakte stamboom.

Van Praag stond voor fatsoen. Moedig probeerde hij de agressieve sfeer onder Ajax-fans weg te halen. Pratend met rebellerende jongens en zich dapper tussen hen op de staantribune nestelend, altijd was hij in de weer om Ajax van smetten vrij te maken. Ook buiten Ajax, als bestuurslid van de KNVB, vocht hij tegen rebellie in en buiten de stadions. En hij meende het. Dat was nooit gespeeld. Hij vocht voor een zaak. Hij bleef erin geloven dat het met de mensheid goed zou komen.

Nu Ajax een koude club is geworden, een kil behuisd bedrijf dat meer in koele zakelijkheid uitblinkt dan in spiritualiteit, laat Van Praag zich niet meer zo vaak zien. De clubstructuur is veranderd ten gunste van businessmanagers en beursverdwaasde stropdassendragers, vandaar. Ik hoop dat Van Praag terugverlangt naar de tijd dat Ajacieden nog familiaire banden met elkaar onderhielden. Als een club met aanhangers die net als hij verlangen naar warmbloedig voetbal in een stadion vol voetbalvolk. Een jazzmuzikant is tenslotte weemoedig.

Maar hij wil in deze woelige tijden trots op Ajax blijven, zeker nu zijn club honderd jaar is geworden. Van de burgemeester kreeg hij de erepenning van Amsterdam. Hij probeerde zich nog te vermannen als een Ajacied, maar liet overmeesterd door emoties even zien dat hij geraakt was. Als een man die vurig heeft gestreden voor een goede zaak, als een man met een warm hart voor Ajax.