My lucky day

,,Dat wordt moeilijk vandaag'', heeft de loodgieter vanochtend gezegd. ,,Als ik een gaatje zie, stuur ik iemand langs. Maar beloven kan ik niks.'' Loodgieters spreken overal ter wereld dezelfde teksten. Om drie uur gaat de bel. Ik zwaai verwachtingsvol de voordeur open en een skelet-magere, vrijwel tandeloze, maar nog jonge neger grijnst me tegemoet. ,,Hi ma'am, how are you today?''

,,Are you the plumber?'' vraag ik. Een vrij onnozele vraag. Als er in New York íemand rondloopt die al op vijftig meter afstand herkenbaar is als junk en zwerver is het deze man wel. Broek stijf van het vuil, vettig jack gescheurd, vegen witte verf in verwaarloosd kroeshaar. ,,No'', zegt hij olijk en heft een wijsvinger op, ,,I'm nót the plumber.'' Hij is Repelsteeltje en de prinses kan raden wat ze wil, zijn naam raadt ze toch niet. ,,But I dó come to help you, because this is your lucky day!''

O, god, hier moet ik snel van af. Ik schud mijn hoofd, zeg dat hij hartelijk bedankt wordt, maar ik heb geen hulp nodig, en begin de deur dicht te doen. ,,Listen...'' roept hij. Begrijp ik wel wat ik afsla? Zie ik bijvoorbeeld mijn vuinisbakken daar staan? Beetje smoezelig, hè? Die zou hij eens spic en span kunnen afschrobben. En het raam naast de voordeur, heb ik wel in de gaten hoe vuil dat is? Ja, omdat je er niet bij kunt, met dat traliewerk, maar hij kan er wel bij, hoor. En dat boompje naast het raam! Allemaal dor blad erin gewaaid, hele reclamefolders zelfs. Hoog tijd dat iemand dat boompje eens piekfijn uitplukt. En dit houtwerk hier...

Ik wil hem kwijt, maar ben toch geïntrigeerd. Ten eerste doordat iemand met zijn uiterlijk zo'n scherp oog heeft voor het falend huishoudelijk beleid van een ander – mijn huisvrouweneer wordt geraakt, dat is het – en ten tweede door zijn stem, die ondanks wat geslis door die ontbrekende tanden, mooi, melodieus, zelfs beschaafd is. Het gevoel van `je niet inlaten met zulke types' wint echter.

,,Hoor eens, ik heb hier geen tijd voor, ik moet verder met mijn werk.'' Ik wil de deur nu echt dichtdoen. Maar hij neemt mij observerend op en zegt: ,,Hm. Niet in staat de teleurstelling dat ik de loodgieter niet ben om te zetten in het positieve inzicht dat hier nu tenminste iemand staat die voor weinig geld klusjes wil opknappen die ook gedaan moeten worden?''

Na zo'n zin gooi je de deur niet in iemands gezicht dicht. ,,Je kunt wel mooi kletsen'', zeg ik. ,,Sure, lady, I can'', zegt hij. ,,Nou, maak dat raam dan maar schoon'', beslis ik onlogisch, ,,voor drie dollar, fixed price.'' Hij zwijgt even, bekijkt de voorgevel, de stoep, het plaatsje waar de vuilnisbakken staan en begint op zijn vingers af te tellen: ,,Voor tien dollar veeg ik...'' ,,Alleen dat raam'', roep ik. ,,Drie dollar en geen cent meer!''

Hij haalt lijdzaam zijn schouders op en zegt dat hij dan een emmer water nodig heeft, met een flinke scheut azijn, en een spons. Ik loop naar de keuken, maar stuit daar op een probleem. De emmer en de spons die ik bezit zijn vanmiddag net in gebruik bij de werkster, die op de bovenverdieping bezig is. Ik durf niet naar boven te gaan om die emmer voor mijn junk te claimen. Dan de soeppan maar gevuld; met het duizenddingendoekje als spons. En azijn? Ik heb alleen van die modieuze, donkerrode balsamico staan. Krijg je daar een raam mee schoon? Dan maar geen azijn. Ik ga me niet belachelijk maken met mijn balsamico. Buiten kijkt de expert bedenkelijk, maar hij tijgt aan het werk, manoeuvreert zijn magere hand met het doekje tussen de traliekrullen en trekt er zelfs zijn jack bij uit.

Ik ga naar binnen, want ik wil er niet bij blijven staan kijken, maar heb binnen weinig rust. Straks is die gladjanus er met mijn dure soeppan vandoor! Ik loop de kamer in die bij het raam in kwestie hoort en zie de vel-over-been gestalte van de junk tegen de tralies gekleefd. Hij staat in een rare houding op de smalle vensterbank met een gezicht verwrongen van pijn. Zijn stakerige arm zit klem tussen het traliewerk en lijkt wel helemaal uit de kom gedraaid. Ik vlieg naar buiten. ,,Auw, it hurts!'' roept hij voor alle duidelijkheid. Allerlei Amerikaanse doem-scenario's over wettelijke aansprakelijkheid flitsen door me heen. Verplichting tot betaling van jarenlange revalidatie van uitgeteerde dakloze na bedrijfsongeval. Misschien doet hij het zelfs expres! Zoals je wel hoort over sloppenwijkbewoners die zichzelf of hun kinderen opzettelijk laten aanrijden om het verzekeringsgeld van de automobilist op te strijken.

Mijn nieuwe hulp in de huishouding beduidt me dat hij zijn arm wel zou kunnen lostrekken, als hij maar anders kon gaan staan, maar dat durft hij niet goed op dat smalle richeltje. Als hij uitglijdt, hangt hij aan die arm. Ik moet hem tegenwicht geven. Ik duw met beide handen tegen zijn stinkende broek, zo'n beetje onder zijn knokige kont, en hij draait zijn lijf langzaam in zo'n positie dat zijn arm achter het traliewerk uit valt te halen. Hij blijft op het richeltje staan en kijkt breed grijnzend naar beneden. He's fine, he's fine, en zie ik hoe mooi het raam glanst? Ik heb van agitatie de soeppan omgetrapt.

Een paar minuten later is hij klaar. Ik geef hem vijf dollar. ,,Make it eight'', zegt hij. ,,Nee'', zeg ik. ,,Maak dan nog een sandwich voor me, please'', zegt hij, ,,met peanutbutter.'' ,,Nee'', zeg ik, ,,voor vijf dollar kun je twee broden en een pot peanutbutter kopen.'' ,,Maar voor die vijf dollar moet mijn vrouw toch eieren voor de zieke kinderen kopen?'' vraagt hij verbaasd. Ik schiet in de lach. ,,Get lost'', zeg ik. ,,Yes, ma'am'', zegt hij.

Als ik de voordeur dicht doe, blijkt de werkster in de gang te staan. Ze kijkt me misprijzend aan. ,,Die heeft hier het voorraam gewassen'', zeg ik verklarend. ,,You could have got yourself killed'', zegt ze afgemeten. Van binnenuit zie ik dat de hele rechterkant van het raam nog net zo vies is als tevoren, nu alleen streperig.

De loodgieter komt die dag niet meer. Maar ik ben iemand die mijn teleurstelling daarover kan omzetten in het positieve inzicht dat men daarom van andere kanten nog wel hulp kan tegenkomen.