Model-generaal met politiek gevoel

Met generaal Dick Berlijn krijgt de luchtmacht volgens Defensieminister De Grave ,,een vertegenwoordiger van het nieuwe type officier' aan het hoofd. De mediagenieke F-16-vlieger wordt deze week beëdigd.

Het moet een bijna filmische scène geweest zijn, die dag in 1962. De locatie: het Nederlandse schooltje voor in Duitsland gelegerde militairen in Goch. De gebeurtenis: de kleine populatie leerlingen krijgt bezoek van de onderwijsinspectie uit Den Haag. De twee hoofdrolspelers: Jo Pennings, de enige leraar voor het hele schooltje, en het oudste jongetje uit de zesde klas. Pennings, ietwat zenuwachtig, vertrouwt het jongetje een belangrijke taak toe: ,,Ik ga met die meneren binnen kijken, jullie mogen buiten spelen. Maar als ik een teken geef, zorg jij ervoor dat ze netjes naar binnen komen.'

Zo gezegd, zo gedaan. Na een heimelijk teken van Pennings aan zijn jongere secondant staan de kinderen in luttele seconden strak in het gelid. ,,Da's kras', merkten de heren uit Den Haag goedkeurend op, hun ogen gericht op het jongetje vooraan. ,,Zo zijn ze aan het spelen, zo staan ze in de rij.' Pennings vertelt het voorval nu nog met nauw verholen trots, het jongetje, Dick Berlijn, typerend als ,,één van die weinige leerlingen die je je hele leven bijblijft.'

Waarom eigenlijk?

Pennings laat een pauze vallen om de goede typering te vinden: ,,Hij lag opvallend voor in sociale vaardigheden en verbale kunde. Zachtaardig, absoluut geen machotype, maar toch ongeforceerd vertrouwen afdwingend. Als er een beslissing moest worden genomen, dan deed maar één iemand dat: hij.' En dat is nog steeds zo, vertelt Dick Bos, tegenwoordig hoofd helikopteroperatiën bij de luchtmacht en collega-vlieger: ,,Hij kan inspireren en motiveren. Mensen doen hun best voor hem, ze lopen met hem weg: een essentiële kwaliteit voor goed leiderschap.'

Zou Dick Berlijn, vanaf deze week bevelhebber van de Koninklijke Luchtmacht, over bovenmenselijke kwaliteiten beschikken? Na een rondgang bij mensen uit z'n omgeving zou je het bijna gaan vermoeden. Leiderschap? Je zag het al op de lagere school. Betrouwbaar? Een ,,kerneigenschap van hem'. Loyaliteit? Nimmer aan getwijfeld. Als je kortom de ideale bevelhebber zou kunnen construeren; grote kans dat daar een persoon als Dick Berlijn uitrolt. Geliefd bij de manschappen, maar ook ongevaarlijk voor zijn politieke bazen en bijna verpletterend correct als het om gevoelige zaken gaat. Vraag hem bijvoorbeeld naar de eventuele inperking van het aantal F-16's en hij zal zeggen dat ,,er een goede discussie moet worden gevoerd, waarbij de positie van de luchtmacht in de samenleving niet uit het oog mag worden verloren'. Vraag hem naar kritische geluiden over de luchtoorlog om Kosovo en hij zal benadrukken dat hij ,,ook die aspecten in de media nauwlettend en met interesse volgt'. Vraag hem naar zijn ambities en hij zal onderstrepen dat hij helemáál geen vooropgesteld doel had om hogerop te komen.

Juist daarom wordt Dick Berlijn bevelhebber. Frank de Grave, minister van Defensie, typeert hem als ,,een vertegenwoordiger van het nieuwe type officier in de krijgsmacht. Deskundig. Professioneel. Ingetogen.' Daarmee bedoelt de bewindsman vooral: niet openlijk dissident. Gedrag als dat van oud-landmachtbevelhebber Hans Couzy, die openlijk kritiek uitte op het beleid, wordt niet meer getolereerd. In ruil daarvoor, zo vertelt De Grave, hebben de bevelhebbers van de krijgsmachtsonderdelen een plek gekregen bij het `politiek beraad', de wekelijkse vergadering van de politieke en ambtelijke top van het departement. ,,Maar als de beslissing eenmaal genomen is, dan geen eindeloze nabeschouwingen meer', aldus de minister. En vanzelfsprekend, De Grave is ervan overtuigd dat Berlijn aan dat profiel zal voldoen. Waarna de raspoliticus alvast subtiel een voorschot neemt: ,,Ik heb hem leren kennen als iemand met een groot politiek gevoel.'

Maar dat Dick Berlijn over een goed politiek gevoel beschikt, wil nog niet zeggen dat het métier hem bevalt. Plaatsvervangend chef defensiestaf Ad van Baal, die Berlijn meemaakte toen hij als sous-chef operatiën voor het eerst met de politieke en ambtelijke top moest werken: ,,Waar hij niet tegen kan, zijn politieke spelletjes. De verschillende krijgsmachtonderdelen hebben toch een eigen belang. Tijdens zijn jaren als sous-chef kwam het wel eens voor dat iemand een één-tweetje wilde maken buiten hem om. Zoiets slaat hem helemaal uit het lood.'

Om die reden zal de definitieve overstap van cockpit naar kantoor Dick Berlijn nog wel eens zwaar kunnen vallen. Oud-squadrongenoot Ruud Douma, die eind jaren zeventig nog samen met Berlijn op de Starfighter vloog, weet nog goed dat hij ,,altijd verschrikkelijk de pest had aan een bureaubaan'. Maar nu leeftijd en carrière Berlijn uit de schietstoel houden, twijfelt Douma er aan de andere kant niet aan dat de nieuwe bevelhebber de Haagse weg zonder veel problemen zal bewandelen: ,,Politici? Joh, hij heeft zo veel charme, die lui heeft'ie zo ingepakt.' Ook Van Baal vertelt dat Berlijn in de dagelijkse praktijk van de defensiestaf goed meekwam: ,,Hij vond gemakkelijk zijn weg. Als hij iets niet begreep, stelde hij heel gericht vragen. Daarmee wekte hij vertrouwen dat hij zich ook echt voor zaken zou inzetten.'

Berlijn was tot die defensiestaf toegetreden na zijn belangrijkste succes tot nu toe in de luchtmacht: de betrokkenheid bij operatie Deny Flight. In 1993 was hij de eerste commandant van het Nederlandse luchtmachtdetachement dat vanuit de Italiaanse basis Villafranca belast was met het toezicht op het vliegverbod boven Bosnië. Zowel de operationele voorbereiding als de uitvoering van die missie deed hij goed, zegt Henk van den Breemen, die destijds als chef defensiestaf Berlijn in Villafranca voor het eerst ontmoette en hem vervolgens naar het departement haalde: ,,Ik wilde graag iemand met operationele ervaring en daar was hij geknipt voor. Evenwichtig en degelijk. Hij viel op, was niet een officier die toevallig kwam bovendrijven.'

In Villafranca kon de luchtmacht zich voor het eerst profileren in een crisissituatie. Berlijn pakte het als commandant geroutineerd aan. Toegankelijk voor de media, bondig in crosstalks (vraaggesprekken) met actualiteitenrubrieken en het Journaal. Balancerend tussen het beeld van een professionele organisatie en het vleugje Top Gun dat het hart van een gemiddelde burger toch wat harder doet kloppen, als een vaderlandse F-16 met donderende nabrander het luchtruim kiest. Toen voormalig minister van Defensie Voorhoeve na een bezoek aan Villafranca de terugreis per Fokker 27 moest maken en Berlijn op datzelfde moment toevallig ook naar Nederland zou vliegen, kon hij het niet nalaten met een knikje naar zijn F-16 tegen de bewindsman te zeggen: ,,Ik ben waarschijnlijk iets eerder thuis.'

Maar over het algemeen is Buck Danny-gedrag hem vreemd. ,,Arrogantie kent hij niet. De man die de straaljager verzorgt staat voor hem op één lijn met een vlieger', zegt Douma. Typerend was zijn aantreden als commandant in Villafranca. De Italiaanse collega's op de basis wilden de officieren in hun eigen mess onderbrengen, maar Berlijn weigerde pertinent. Hij zette al zijn personeel bij elkaar in grote legertenten.

Berlijn neemt de luchtmacht onder een gunstig gesternte over. Door de inzet tijdens de Kosovo-oorlog heeft de organisatie aan gezag gewonnen, hoewel Berlijn zich realiseert dat ,,de samenleving ons daarvoor niet meteen met een extra squadron F-16's zal belonen.' Een belangrijke taak zal dan ook zijn om duidelijk te blijven maken dat het strijdmachtonderdeel ,,een bruikbaar instrument is voor de Nederlandse veiligheidspolitiek', zegt de huidige luchtmachtbevelhebber, Ben Droste. ,,We moeten nog meer naar buiten treden dan vroeger. Gevaar is wel dat je je overlevert aan de waan van de dag, vooral als dat gepaard gaat met op en neer gaande budgetten.' Met zijn opvolger zal het wel goed komen, vermoedt hij: ,,Van de tien moeilijke beslissingen moeten er acht goed zijn. Berlijn heeft tot nu toe goede beslissingen genomen.' Rob de Wijk, defensiespecialist bij het Insitituut Clingendael, kwalificeert Berlijn als ,,een typische koele vlieger'. ,,Hij zal zich niet zo gemakkelijk blootgeven. Maar hoewel hij de taal van de politiek begrijpt, wordt zijn nieuwe functie een test-case.'

Zijn belangrijkste beproeving zal komen als er de komende tijd zal worden gesproken over de opvolging van de F-16, in de gangen van het luchtmachthoofdkwartier niet het `Opvolging F-16-dossier', maar het `JSF-dossier' genoemd. Want dát is wat het overgrote deel van de vliegers wil: de Joint Strike Fighter, een state of the art `stealth' straaljager die voor de Amerikaanse strijdkrachten wordt ontwikkeld. Ook Dick Berlijn, zeggen collega's, kan toch als vlieger niet anders dan de JSF ambiëren. Maar rond de order, met een waarde van tussen de 10 en 12 miljard gulden, liggen politieke gevoeligheden. De belangrijkste is de traditionele strijd bij grote defensieaankopen tussen een Europees en een Amerikaans product. ,,De politiek zou, met de nadruk die er is komen te liggen op het ontwikkelen van een Europese defensie-identiteit, wel eens anders dan de luchtmacht kunnen gaan denken', stelt Rob de Wijk. ,,In dat gevecht moet de bevelhebber overeind zien te blijven.'

Berlijn zal het allemaal ,,constructief kritisch, om niet te zeggen perfectionistisch' benaderen, verwacht collega Dick Bos. ,,Maar het gevaar is wel dat hij zichzelf voorbij loopt, omdat hij zo betrokken is.' Sommigen binnen de luchtmacht vragen zich af of Berlijn bij het manoeuvreren tussen politiek en luchtmachtorganisatie ,,de rug recht houdt als het erop aan komt'. Maar zijn vader (,,Dick belt me iedere dag'), zelf oud-luchtmachtofficier en bij zijn afscheid als commandant tactische luchtstrijdkrachten in 1969 op dezelfde plek als zijn zoon nu, twijfelt geen moment: ,,Hij is volledig geschikt, vooral door zijn karakter: een mengeling van verantwoordelijkheidsgevoel en wilskracht.'

Vooral deze laatste eigenschap zal zijn zoon ver brengen, weet zijn vader (86): ,,Toen hij van school kwam, wilde hij eigenlijk naar Afrika om hulp te geven aan weet-ik-veel. Maar ik heb gezegd: eerst een bul halen. Hij wilde verkeersvlieger worden, maar had met HBS-A de verkeerde opleiding. Toen heeft hij op de KMA net zo hard geblokt tot hij de luchtmacht in kon.' Hoewel komend uit een echt luchtmachtgezin – ook zijn jongere broer Peter is straaljagerpiloot – was zijn keuze voor het defensieapparaat meer een pragmatische dan een principiële, ingegeven door de passie tot vliegen. Een paar keer overwoog hij naar een commerciële luchtvaartmaatschappij over te stappen. Zijn snelle carrièreverloop hield hem in de luchtmacht.

Zijn belangstelling voor andere zaken is niet echt breed te noemen. Als je hem naar hobby's vraagt, komt hij na lang nadenken met ,,muziek, fotografie en golf'. Om er meteen aan toe te voegen: ,,Maar dat heb ik allemaal erg laten sloffen.' Misschien dat dat de reden is dat sommige collega's hem naast ,,recht door zee' en ,,superinteger' ook wel als ,,soms wat vlak' omschrijven. Ad van Baal: ,,Anekdotes over Dick? Ik zou het niet weten, daar is hij te serieus voor.' Maar zijn natuurlijk leiderschap wordt door niemand betwist. Binnen de defensieorganisatie twijfelen maar weinigen aan zijn laatste stap omhoog: chef defensiestaf (CDS). Henk van den Breemen: ,,Hij heeft zeker de potentie daarvoor, al is zo'n benoeming wel afhankelijk van onvoorspelbare factoren.' Ruud Douma, tegenwoordig vlieger bij de KLM, is stelliger: ,,Begin tachtiger jaren zeiden wij in het squadron al tegen elkaar: als Dick gewoon binnen Defensie blijft, wordt hij CDS. Dat stond voor mij toen al vast.'