Media en gijzeling

HET BEGRIP `reality tv' kreeg dit weekeinde een nieuwe inhoud bij een gijzeling in het plaatsje Helden. In het licht van de camera's verscheen misdaadverslaggever Peter R. de Vries ter plaatse als, ja als wat eigenlijk? Gijzelnemer Martin H. had hem opgeroepen als bemiddelaar. Maar het bleef misdaadverslaggever Peter R. de Vries.

Deze dubbelrol heeft na afloop van het drama – gelukkig zonder geweld – geleid tot een publiek vertoon van wrevel bij de verantwoordelijke autoriteiten, met name de burgemeester. De verslaggever zou de zaak hebben doorkruist. Op zijn beurt verwijt de ondernemende reporter de autoriteiten een gebrek aan kennis van de omstandigheden. Hij had steeds een politiewoordvoerder in de buurt en die greep niet in.

Eén ding is duidelijk, deze episode is niet voor herhaling vatbaar. De regie bij de beëindiging van een gijzeling behoort tot de exclusieve verantwoordelijkheid van het openbaar gezag. De journalistiek heeft een eigen verantwoordelijkheid om ook in dit soort moeilijke omstandigheden te zorgen voor een optimale berichtgeving. Daartoe behoort actieve nieuwsgaring maar niet actieve participatie, ook al is de bedoeling nog zo goed.

VAN DE AUTORITEITEN mag worden gevergd dat zij de grenzen duidelijk markeren. Wat dit betreft lijkt de zaak-Helden een goede aanleiding voor een openhartige evaluatie. Maar de media moeten zelf het verschil kunnen zien tussen berichtgeving en bemiddeling.