In Noorwegen

,,Nog een sm⊘rbrodje?'

,,Blief ik niet.'

,,Kopje kaffe met kremfl⊘te?'

,,Wil ik niet.'

Neelie keek bezorgd naar haar man. Hoe kreeg ze hem in godsnaam weer in zijn normale doen? Aan hun Noorse buitenverblijf lag het niet. De burgemeester van Oslo had hun zijn eigen vakantiebungalow (kosteloos) afgestaan, schitterend gelegen aan een duizelingwekkend diep fjord. Het voorjaar gonsde al in de frisse buitenlucht, landinwaarts zongen de bossen eeuwiger dan ooit. Het was hier goed toeven als je verder niets aan je hoofd had.

,,Marcel gelezen in de Volkskrant?'

Neelie knikte. Hij kon over niets anders meer praten. Ze besefte huiverend dat dit haar voorland was: niet dit prachtige fjord, maar het akelige, ondankbare Rotterdam dat telkens weer in heel zijn grauwheid zou terugkeren in hun dag- en nachtdromen. Hij stond op en pakte de doorgefaxte column van Van Dam van donderdag 16 maart. Hij begon hem voor de zoveelste maal die dag luid voor te lezen. ,,Het zal best dat Peper bij de representatie van Rotterdam een niet-Nederlandse grandeur aan de dag heeft gelegd', dreunden de woorden van Van Dam door de kamer.

,,Maar die fout zinkt in het niet bij de lafheid van de gemeenteraad van Rotterdam', viel Neelie in.

,,Als het gaat om de jacht op `aangeschoten wild' in de politiek verliezen journalisten ook ieder gevoel voor proportionaliteit', juichte Bram.

Ze kenden het artikel zo langzamerhand van buiten. Het was hun enige steun en toeverlaat in deze barre tijden. ,,Van je vrienden moet je het hebben', zei Bram iedere keer als hij met betraande ogen Marcels parmantige regels had gedeclameerd. Hij liet zijn ogen nog even over de beginregel dwalen. Die `niet-Nederlandse grandeur' wat was dat toch mild en begrijpend gezegd. De Volkskrant mocht trots zijn op een columnist die met zo'n unieke combinatie van onafhankelijkheid en inlevingsvermogen over zijn vrienden bleef oordelen.

Grandeur, dát was inderdaad het woord. Nederlanders hadden daar geen gevoel voor. Het was een woord dat, vooruit maar, hoorde bij koningen en keizers, niet bij benepen kleinburgers. Nederland was een volk van bonnetjescontroleurs geworden.

Hoe had men het kunnen veroordelen dat hij zijn vrouw op zijn vele reizen had meegenomen? Per slot van rekening was ze alleen meegegaan als haar agenda dat had toegelaten, en bovendien: was het niet heel goed geweest dat er enig toezicht op hem was geweest? Hij moederziel alleen op zo'n hotelkamer-met-minibar, hoe had men zich dat voorgesteld?

Hij liep peinzend naar het terras, en hoewel er geen appelboom stond, kwam er gelukkig toch iemand naast hem zitten, zeldzaam zacht en dichtbij voor hun leeftijd, en ze zei: ,,Wat wij samen hebben gehad, dat kunnen ze ons nooit meer afpakken.' Toen ging de telefoon. ,,De Telegraaf', zei Bram.