GroenLinks verdeeld over rol NAVO

GroenLinks debateerde zaterdag open over defensie en de rol van de NAVO. De verschillen van mening resulteerden in een wapenstilstand.

Paul Rosenmöller kan nog een keer lijsttrekker worden van GroenLinks. Maar hij moet dan wel een ingewikkeld standpunt over defensie verdedigen.

Het partijcongres van GroenLinks maakte het zaterdag statutair mogelijk dat Rosenmöller voor een vierde termijn doorkan als volksvertegenwoordiger. Tegelijk beperkte de achterban zijn bewegingsvrijheid als leider van een partij die uit is op regeringsverantwoordelijkheid.

GroenLinks nam weliswaar afscheid van haar klassieke standpunt dat de NAVO moet worden opgeheven. Maar de partij stelde daarvoor in de plaats dat de NAVO moet worden vervangen door een regionale vredesmacht van de VN. Met het oude standpunt wist GroenLinks zich geïsoleerd; met het nieuwe standpunt staat de partij nog altijd ver af van de opvattingen die andere partijen innemen. En daarmee is de defensieparagraaf van GroenLinks een obstakel voor mogelijke coalitievorming na de volgende Tweede-Kamerverkiezingen.

GroenLinks is verdeeld als het gaat om defensiepolitiek. De charme van de partij is dat daarover openlijk en onomwonden wordt gesproken. ,,Ik heb een hekel aan het verdoezelen van verschillen'', zei partijvoorzitter Mirjam de Rijk zaterdag in Zwolle tegen de congresafgevaardigden.

Ze kon ook bijna niet anders. De partijcommissie die een resolutie over een nieuwe vredes- en veiligheidspolitiek moest opstellen, was verdeeld gebleven op het cruciale punt over de rol van de NAVO. De Tweede-Kamerfractie, die eerder instemde met de NAVO-bombardementen in voormalig Joegoslavië, stond tegenover de aanhangers van de pacifistische lijn, die iedere militaire interventie van de NAVO afwezen.

Het probleem voor GroenLinks is dat de voor- en tegenstanders elkaar zo ongeveer in evenwicht houden. Voor partijleider Rosenmöller geldt dat hij op dit voor de partij gevoelige terrein moet opereren als een evenwichtskunstenaar. Hij wil af van de starre en onbruikbare `oudlinkse' opvattingen, maar op zoek naar een meer pragmatische koers moet hij omzichtig opereren.

Zijn dilemma bleek aan het begin van het congres al bij de beoordeling van de steun die de Tweede-Kamerfractie vorig jaar had gegeven aan de NAVO-bombardementen op voormalig Joegoslavië. In lijn met de opvatting van GroenLinks dat de leider luistert naar het congres, bemoeide Rosenmöller zich niet met het debat over de defensiepolitiek. Bij de PvdA kopen congressen geen straaljagers, maar bij GroenLinks kopen leiders geen steun van hun achterban.

Tegelijk laat de partij Rosenmöller wel alle ruimte voor zijn eigen interpretatie van de genomen besluiten. En dus zei de partijleider na afloop dat hij de stellingname om in plaats van de NAVO in Europa een regionale vredesorganisaties op te bouwen als ,,een stapje vooruit'' beschouwt. Volgens hem waren de meningsverschillen niet zo groot als de buitenwereld dacht. Na het congres constateerde hij dat de aangenomen resolutie van zijn scherpe kanten was ontdaan. Het congres had uitgesproken dat bij de opbouw van een regionale vredesorganisatie ,,delen van de NAVO'' konden worden ingepast. Akkoord, het opheffen van nationale legers, waarop de partij zich ook vastlegde, zag Rosenmoller als een ,,rare redenering''. Maar het nieuwe standpunt van de partij beschouwde hij tegelijk als ,,een hanteerbare formule in een situatie waarbij de NAVO nog bestaat''.

Zo hielden de partijen elkaar keurig in evenwicht. De pacifistische vleugel zag de congres-uitspraak als een overwinning. Rosenmöller beschouwde dezelfde uitspraak niet als een nederlaag. Op weg naar de opstelling van een nieuw verkiezingsprogramma lijkt hier sprake van een wapenstilstand.