Fransen hebben Amsterdam nodig

De effectenbeurzen van Amsterdam, Brussel en Parijs gaan samen een deel van de binnengrenzen in Europa slechten. ,,De zwakte van Europa in vergelijking met de VS is de fragmentatie van de markten'', aldus de Amsterdamse beurspresident.

Een dag nadat de beurzen van Frankfurt en Londen vorig jaar hadden aankondigd te willen samengaan, dineerde directeur Théodore van de Franse beurs met zijn Amsterdamse collega Möller in een restaurant bij Amsterdam. ,,We hebben heerlijk gegeten, elkaar diep in de ogen gekeken en besloten in de toekomst elkaars hand vast te houden'', vertelt directeur George Möller van Amsterdam Exchanges (AEX), de eigenaar van de Nederlandse aandelen- en optiebeurzen. ,,Daar is het idee van een fusie voor het eerst opgekomen.''

De Franse, Nederlandse en Belgische beurzen hebben vanmiddag in Londen bekendgemaakt te willen fuseren, nadat afgelopen zaterdag in Parijs de intentieverklaring is ondertekend. Möller is bijzonder enthousiast over de nieuwe combinatie, die groter wordt dan de beurs in Frankfurt en ook Londen naar de kroon steekt. ,,We worden de grootste beurs van Europa, ook groter dan Londen als je kijkt naar de verhandelde volumes'', zegt Möller aan de vooravond van de persconferentie over wat Euronext gaat heten.

Gevraagd waarom big blijkbaar beautiful is, begint Möller een uiteenzetting over de `euro'-païsering van de markten in Europa en de `tendensen' om samen te klonteren die zichtbaar zijn in zowel de Verenigde Staten als in Europa. Dan zegt hij: ,,Beleggers investeren in sectoren en willen dat over de landsgrenzen heen doen. Bedrijven willen dat de omvang van de handel in hun aandelen zo groot mogelijk is.'' Het aandringen van grote beleggers en beursgenoteerde bedrijven op samenwerking in Europa is volgens Möller dan ook een belangrijke drijfveer voor de fusie.

,,De zwakte van Europa in vergelijking met de VS is de fragmentatie van de markten'', analyseert Möller. ,,Als je aandelen Philips wil kopen is dat nu geen enkel probleem. Maar als je er heel veel hebt en die in één keer wil swappen naar Ericsson, of als je al je bankaandelen eruit wil gooien voor verzekeraars, dan loop je tegen die fragmentatie aan.''

Het samengaan van de drie beurzen schept drie grote markten voor aandelen, derivaten en jonge beursondernemingen, die vanuit respectievelijk Parijs, Amsterdam en Brussel worden aangestuurd. ,,Voor ondernemingen die bijvoorbeeld al een notering hebben in de Verenigde Staten en in Europa een tweede notering willen, wordt onze beurs de meest aantrekkelijke plek'', verwacht Möller. ,,Het gaat nu heel goed met de Amsterdam Exchanges met een recordjaar aan emissies en beursintroducties. Maar het gaat om de toekomstige kansen. Om bedrijven in de notering te krijgen, die aan elk van ons afzonderlijk misschien voorbij zouden gaan.''

Dat gaat niet ten koste van de nationale beurzen, betoogt Möller. ,,Alledrie de beurzen blijven doen wat ze doen, maar krijgen elk in de nieuwe onderneming de verantwoordelijkheid voor een businessline. Vergelijk het met Unilever, die het ene kantoor de ijsco's laat aansturen en het andere de wasmiddelen. Het kan ook best zijn dat een Nederlander in Parijs de sturing van de businessline aandelen doet. Het is ook niet zo, dat wij in Amsterdam de beursintroducties kwijtraken. Er komt een handelsplatform, met drie ingangen. Ik denk dat we door de samenwerking juist meer beursintroducties in Amsterdam krijgen. ''

Hoewel de exacte waardes van de beurzen nog berekend moeten worden, is het evident dat de aandeelhouders van de Franse beurs veruit het grootste belang in de nieuwe beurs krijgen. Desondanks vindt Möller dat er geen sprake is van een overname door de Fransen. ,,Een overname?'', vraagt hij uitdagend: ,,Een overname, waarbij het bedrijf een Nederlandse structuurvennootschap wordt? Waarbij de voorzitter van de raad van commissarissen een Nederlander is? Waarbij over vier jaar een Nederlander de bestuursvoorzitter wordt? Is dat een overname?''

De invloed van de aandeelhouders wordt in elk geval beperkt door het structuurregime, waarin de commissarissen het voor het zeggen hebben. ,,We hebben dit van meet af aan gewild om de onderneming een Nederlandse verankering te geven'', legt Möller uit. Bovendien geef je met onafhankelijke commissarissen het signaal af dat de onderneming niet gevoelig is voor politieke invloed, zoals die in zuidelijke landen nog wel eens voorkomt. Een tweevoudig bestuur, zoals dit, waarbij naast de directie ook een apart toezichtsorgaan is, is bovendien veel geschikter bij een multiculturele fusie dan een enkelvoudig systeem. Bij dat Angelsaksische systeem ben je uitgepraat als je het niet eens wordt, terwijl we nu nog eens in de raad van commissarissen kunnen doorpraten.''

Cultuurverschillen lijken in de samenwerking met Fransen een mogelijke valkuil. ,,Ach, ik heb tien jaar in Engeland gewoond en ik kan zeggen dat de cultuurverschillen tussen Britten en Nederlanders ook enorm zijn. Ik vind onze Franse partners niet alleen zeer professioneel, maar ook bijzonder aardig. Maar wat belangrijker is: Fransen zijn echte realpolitiker. Zij beseffen dat ze net niet groot genoeg zijn om het nog helemaal alleen te kunnen en dat ze Nederland nodig hebben. Dat besef was merkbaar bij het bezoek van Chirac aan Nederland, maar ook bij onze besprekingen. Terwijl wij op grond van de bestaande optiek het idee hadden dat tegemoetkomingen van hun kant gevoelig lagen, bleken zij al gauw bereid concessies te doen. Ons voorstel om alleen Engels te spreken, bijvoorbeeld, was geen probleem.''

Desondanks ziet Möller in de overbrugging van cultuurtegenstellingen een ,,uitdaging''. De Belgen, die tot dan toe ongenoemd zijn gebleven, zijn juist hiervoor ,,onmisbaar'' in ,,een soort D66-rol''. Möller, ineens bevlogen: ,,Als het lukt, dan scheppen we voor het eerst een noordzuidas in Europa. En gegeven het feit dat via Amsterdam al goede verbindingen liggen tussen Frankfurt en Londen, wordt Amsterdam dan echt een spin in het web. Voor, ik noem maar wat, Zweden en Spanje is het dan ook makkelijker om aan te haken.''

Euronext staat namelijk nadrukkelijk open voor andere Europese beurzen, waarvan die in Luxemburg al interesse heeft getoond. Dat de drie beurzen de keuze voor het handelssysteem voor de derivatenmarkt hebben uitgesteld is volgens Möller bijvoorbeeld bedoeld om andere partijen een makkelijker entree te geven. Möller denkt daarbij niet in eerste instantie aan de door de Belgische minister van Financiën genoemde landen Spanje en Italië. En evenmin aan Duitsland: ,,Frankfurt wil dingen doorgaans op hun voorwaarden, die niet de onze zijn.''

Möller flirt nadrukkelijk met de City, waar hij jarenlang als zakenbankier werkte. ,,Wij vinden dat Londen moet meedoen. De derivatenmarkt, LIFE, maar ook de aandelenmarkt.'' Hij lijkt een Britse deelname al aardig te hebben doordacht. ,,Mocht LIFE meedoen, dan ligt het voor de hand de sturing van de derivatenhandel te verdelen: futures in Londen en opties in Amsterdam. En stel dat de London Stock Exchange meedoet, dan is het niet ondenkbaar dat de sturing van de aandelenhandel naar Londen gaat.''

Intussen lopen ook nog altijd de besprekingen over een alliantie van Europese beurzen, die een gezamenlijk platform voor de handel in topbedrijven willen. ,,In plaats van met 8 partijen praten we nu met 6 partijen'', zegt Möller zonder enthousiasme: ,,Dat is een oud verhaal.'' Een oud verhaal? ,,Nou ja'', klink het haastig, ,,Ouder dan dit.''