Een zelfbewust strijder

De verkiezing van de 49-jarige advocaat Chen Shui-bian tot president van Taiwan betekent een hoop huiswerk. Voor de Kwomintang (KMT) die voor het eerst in de geschiedenis haar machtsmonopolie kwijtraakt. Voor China, dat nu krijgt te maken met een geheel nieuwe leider in de `afvallige provincie', die ver af staat van de historische verbondenheid tussen Taiwan en China. Voor de Verenigde Staten, traditioneel de beschermheer van Taiwan, die hun houding ten opzichte van de ambitieuze Chen moeten bepalen zonder de relatie met Peking in gevaar te brengen. En ook voor bijvoorbeeld Nederland, dat, net zoals de meeste buitenlanden, Taiwan diplomatiek niet erkent – onder dwang van China.

Aan dat laatste verandert met de uitverkiezing van Chen niets. Maar ook voor Nederland moet met de verkiezing van oppositiekandidaat Chen duidelijk zijn geworden dat Taiwan is uitgegroeid tot een volwassen democratie, waarvan het bestaan moeilijk kan worden genegeerd. Chen zelf hoopt in ieder geval wel op een koerswijziging, zei hij afgelopen december op bezoek aan het Binnenhof in Den Haag. Juist de nu ontstane breuk met de historische erfenis die de Kwomingtang vijftig jaar met zich heeft meegedragen, moet Taiwan in staat stellen een grotere rol te spelen in de internationale gemeenschap. ,,Het buitenland zal die verandering niet negeren, het zal anders omgaan met Taiwan'', voorspelde Chen.

De zelfbewuste Chen, een van de oprichters van de oppositionele Democratische Progressieve Partij (DPP), is de logische figuur om de veranderingen in Taiwan gestalte te geven. Hij heeft de nadagen van het schrikbewind van de KMT nog meegemaakt. In 1985 ontsnapte hij tenauwernood aan de dood. Een auto reed op hem in toen hij een restaurant binnen wilde gaan, miste hem maar raakte wel zijn vrouw die voor het leven verlamd raakte. Vermoedelijk het werk van de KMT-regering, dezelfde regering die hem een jaar later voor acht maanden in de gevangenis stopte wegens zijn dissidente activiteiten.

Onder de scheidende president Lee Teng-hui – net als Chen een `Taiwanees' van geboorte, maar anders dan Chen wel verbonden aan de KMT – is Taiwan het afgelopen decennium het pad van de democratie opgegaan. Chen werd in 1994 verkozen tot burgemeester van de hoofdstad Taipei – de eerste niet-KMT'er op die post. Vier jaar later verloor Chen de burgemeesterverkiezingen, maar hij was er wel in geslaagd om zijn naam te vestigen als een onberispelijk en efficiënt bestuurder die corruptie te lijf ging en schoonmaak hield in de seksindustrie.

Naarmate de presidentsverkiezingen dichterbij kwamen, hebben de DPP en Chen hun houding ten opzichte van China gematigd. Chen vindt nog steeds dat Taiwan een soevereine staat is, waarover niet Peking de baas is. ,,De Taiwanese bevolking heeft het recht zich in een referendum uit te spreken over de status van Taiwan. De Kwomintang heeft haar dat recht altijd ontzegd. Taiwan en China zijn twee onafhankelijke, soevereine staten: dat is de huidige status quo. Als die status quo verandert, moet het volk zich kunnen uitspreken. Maar ik zie dat in de voorzienbare toekomst niet gebeuren. China is niet democratisch en China dreigt met geweld. We moeten streven naar het normaliseren van de betrekkingen, aldus Chen afgelopen december.