De kinderpiano versnelt de weg naar het podium

De eerste kinderpiano ter wereld was zaterdag het pronkstuk op een internationaal symposium in het Haagse Koninklijk Conservatorium over muziekonderwijs aan zeer jonge kinderen en professioneel piano-onderwijs. Het proefmoedel van de kinderpiano, gebouwd door de Haarlemse pianohandelaar Andriessen, bestaat uit een oude Rippen Maestro-piano waarvan alleen het klavier is vervangen door een exemplaar dat in alle richtingen twintig procent kleiner is.

De toetsen zijn smaller en korter en hoeven ook minder ver te worden ingedrukt. Octaven, dubbelgrepen en combinaties van witte en zwarte toetsen zijn nu ook voor achtjarigen kinderspel, zo bleek bij een demonstratie in de wandelgangen van het door de Young Pianist Foundation georganiseerde symposium dat 's avonds werd afgeloten met een optredens van tiener-pianisten op vleugels van normaal formaat. Maar met de kinderpiano kunnen binnenkort al kleuters, voor wie een piano nu nog een reuzen-instrument moet lijken, op weg naar het concertpodium en zal de startleeftijd voor wonderkinderen flink omlaag gaan.

Er was algemene verwondering dat er bij strijkinstrumenten wel kindermaten worden gebouwd, maar dat dit, voorzover men weet, de eerste kinderpiano is. En dat terwijl de piano in de 19de eeuw hèt instrument voor huismuziek voor volwassen èn kinderen was. Ook volwassenen met kleine handen, zoals Chopin en Schumann, hadden overigens vroeger moeite met de piano en poogden hun pink en duim verder uit elkaar te krijgen. Symposiumvoorzitter Sieuwert Verster opperde zelfs de mogelijkheid dat Schumann niet krankzinnig had hoeven te worden, als hij deze piano had gehad.

Andriessen werkt nu ook aan een tussenmaat, waarbij het klavier met 12,5 procent is verkleind. Het hangt van de belangstelling af of Andriessen de kinderpiano ook echt in productie neemt, waarbij het mogelijk is zulke instrumenten te verhuren. Het nu in een paralelsnarig instrument ingebouwde klavier zou enkele duizenden guldens moeten kosten.

Op het Koninklijk Conservatorium begint in september dit jaar het Pipo-project (Project inleidend piano onderwijs), waarbij jonge kinderen van gemiddeld vijf jaar op dertig zaterdagochtenden een muzikaal speel- en leerprogramma rond de piano volgen. Wetenschappers van de afdeling opvoedingsfilosofie van de Universiteit van Nijmegen en enkele internationale deskundigen zullen het project volgen en begeleiden. Conservatoriumdirecteur Frans de Ruiter pleitte ervoor alle kinderen gelijke muzikale rechten te geven. Volgens hem is het in ons land slecht gesteld met de muzikale vorming van kinderen, terwijl zij als embryo in de baarmoeder vanaf een leeftijd van drie maanden al luisteren naar muziek.

Tijdens het symposium betoogde een aantal pianoleraren en pedagogen dat een brede muzikale opvoeding van veel jonge kinderen belangrijker is dan het kweken van pianowondertjes, die concoursen moeten winnen. Marjès Benoist beschouwde muziek niet als een tak van sport, maar Jan Wijn zag het concours toch ook als een noodzakelijk onderdeel van de training van de professionele pianist.

De Amsterdamse pianisten-impresario Marco Riaskoff zei dat het winnen van een concours geen enkele garantie voor een artistieke carrière is. Ouders van `piano-wonderkinderen' hebben naar zijn ervaring overspannen verwachtingen van hun kinderen èn van de impresario.

Ook de befaamde Russische pianolerares Tatjana Zelikman, werkzaam aan de Moskouse Gnessin-muziekschool, klaagde over een te grote aandacht voor de technische aspecten van het musiceren. Ze sprak over een ,,catastrofale overvloed aan concoursen voor kinderen.'' Volgens haar heeft die epidemie ook veel pedagogen besmet. ,,Dat verklaart ook grotendeels het gebrek aan interessante creatieve persoonlijkheden onder de jonge winnaars van concoursen.''