De juiste term voor `joodse jazz' van Pachora ontbreekt

De klezmer-revival die begin jaren '80 in New York begon, heeft, net als de dixieland van destijds, een krachtige tegenbeweging opgeroepen. De vader van deze stroming is bekend: de gedreven saxofonist John Zorn. Maar het onechte kindje heeft nog steeds geen naam. `Joodse jazz' noemen sommigen het, maar die omschrijving is niet handig omdat men daarbij al snel gaat denken aan de rol die joodse musici speelden in jazz van toen. Want van Benny Goodman tot Stan Getz en van Artie Shaw tot Paul Desmond: als een jazzmusicus niet zwart was, dan was hij wel joods.

De rebellen van Zorn met als pleisterplaats de Knitting Factory in Leonard Street, strijden eigenlijk op twee fronten. Tegen de restauratieve klezmermuziek, maar ook tegen de `zwarte' back to the roots-jazz, zoals die wordt gepraktiseerd door Wynton Marsalis en zijn achterban. Anders dan deze salonfähige retro's doen zij nauwelijks aan presentatie. Zij gaan gekleed in een onaantrekkelijk honderd dollar-pak: t-shirt, vormloze broek en goedkope gympies.

Zo ook de leden van het kwartet Pachora, dat al drie cd's heeft gemaakt voor het Knitting Factory label. De laatste, AST, hebben ze zelf maar meegebracht naar Amsterdam, waar ze zaterdag optraden in het BIMhuis, dat scheelt weer in de kosten van de distributie. Op die plaat en ook op het podium blijkt al snel dat Pachora anders klinkt dan de groepen waarin de leden zich eerder in Nederland lieten horen: die Zorn zelf, Tim Berne's Bloodcount en het Tiny Bell Trio van trompettist Dave Douglas. Door de fraseringen van Chris Speed op klarinet, hèt klezmer-instrument bij uitstek, klinkt Pachora bij vlagen zelfs bijna traditioneel Oost-Europees.

Maar er wordt niet gezongen in aangeleerd jiddisch en erbij dansen kan men snel vergeten. In de `freylekhs' van Pachora zit teveel improvisatie en de maatsoort van de Roemeense `rachenitsa' gaat zelf rekenmeesters boven de pet, zij het niet percussionist Jim Black. Dat de laatste ook de dumbek bespeelt, een trommel die hier meestal `darboeka' genoemd wordt, is passend omdat Pachora ook de Ottomaanse muziek heeft geannexeerd. Met het oog op dat laatste feit speelt Brad Shepik niet op zijn vertrouwde gitaar maar op een electrische saz, hèt symbool van de Turkse muziek. Met nog een scheutje freakjazz en punk erbij en stiekum ook nog David Bowie's The Man who sold the World, is het resultaat een vitaal en cosmopolitisch amalgaam waardoor het opvallend jonge publiek zich aangenaam verrast toont.

De `authentieke' klezmer-revival heeft inmiddels de provincie bereikt maar voor de `joodse jazz' van Pachora en anderen is het schouwburgcircuit waarschijnlijk nog ver weg. En wat zouden ze daar ook moeten? Behalve een flinke dosis speelplezier hebben ze niets om te laten zien.

Concert: Pachora met Chris Speed (klarinet), Brad Shepik (tokkelinstrumenten), Skuli Sverisson (bas) en Jim Black (percussie). Gehoord: 17/3 BIMhuis, Amsterdam.