Buren redden Brusselse beurs

De beurs van Brussel is het lelijke eendje in de vandaag aangekondigde fusie met de effectenbeurzen van Parijs en Amsterdam. Amsterdam Exchanges en la Bourse de Paris kunnen de kwakkelende Belgische beurs uit het slop halen.

In een spotprent voorop de Waalse krant Le Soir was de Brusselse beurs afgelopen zaterdag afgebeeld als een zinkend schip dat al half onder water is verdwenen. Op de toegeworpen reddingsboeien staan de namen Amsterdam en Parijs geschreven.

Hoe de beleggers over de fusie met de Amsterdamse en Parijse beurs denken, bleek al begin vorige week na de eerste uitgelekte berichten. De Brusselse beursindex Bel-20 steeg in één dag met 5,5 procent het snelst van alle Europese beurzen, iets wat al lang niet meer was vertoond. Een dag later kwam er bijna 7 procent bij, maar die stijging had meer te maken met het feit dat de `oude' economie wereldwijd weer in de beleggersgunst kwam.

In Brusselse beurskringen heerst opgetogenheid over het vandaag officieel aangekondigde fusieplan. De slechte prestaties van de Bel-20, die begin maart voor het eerst in ruim twee jaar weer onder de 2600 punten dook, zijn de logische verklaring daarvoor.

De Brusselse beurs was in 1999 zelfs de op twee na slechtst presterende ter wereld. Terwijl de Parijse CAC-40 met ruim 50 procent steeg en de Amsterdamse AEX met bijna 25 procent omhoogging, daalde de Bel-20 met ruim 14 procent.

Het povere imago van de Brusselse beurs is deels het gevolg van de `uitverkoop' van België. Door buitenlandse (lees: Franse en Nederlandse) overnames verdwenen steraandelen uit de notering. De Generale Maatschappij ging naar het Franse Suez Lyonnaise des Eaux, Bank Brussel Lambert (BBL) kwam in handen van het Nederlandse ING, verzekeraar Royal Belge ging naar het Franse Axa en Petrofina werd overgenomen door het Franse Total.

De Brusselse beurs wordt bovendien gedomineerd door rentegevoelige financiële en industriële fondsen, waarvan Electrabel, Fortis en Dexia de belangrijkste zijn. Het gewicht van high tech bedrijven in de BEL-20 bedraagt volgens cijfers van de Generale Bank slechts 4 procent. Niet dat er geen veelbelovende Belgische high-techbedrijven zijn, maar die wijken liever uit naar de New-Yorkse Nasdaq of de Europese Easdaq. Zij vrezen in Brussel niet hun werkelijke waarde te kunnen bereiken.

Het slechte Brusselse beursklimaat bracht minister van Financiën Didier Reynders er vorige maand toe een werkgroep van topondernemers en beursautoriteiten te vormen. Reynders liet bovendien doorschemeren te denken aan privatisering van het nationale telefoonbedrijf Belgacom en de luchthaven Zaventem om de BEL-20 een impuls te geven. Geen wonder dat Reynders afgelopen weekeinde opgetogen over een ,,mirakelfusie voor Brussel'' sprak.

Beursanalisten in Brussel gaan ervan uit dat Belgische aandelen het door de beursfusie beter gaan doen. Bovendien zullen opkomende high-techbedrijven minder geneigd zijn Brussel te mijden.

Veel Belgische bedrijven publiceren nu niet eens kwartaalcijfers. Analisten in Brussel klagen bovendien dat Belgische bedrijven zich veel minder dan buitenlandse concurrenten aan de financiële wereld presenteren en daardoor zelf bijdragen aan hun onzichtbaarheid.

De beursfusie kan ook de machtspositie aantasten van de in België gangbare familieholdings, die in een reeks beursgenoteerde ondernemingen de meerderheid bezitten. Beursvoorzitter André Dirckx klaagde in zijn nieuwjaarsrede openlijk over deze ,,grote aandeelhouders'' die volgens hem verhinderen dat ondernemingen hun eigen strategie kunnen bepalen. Hun dominante positie is voor een deel de oorzaak van de geringe transparantie in de Belgische financiële en ondernemerswereld. Deskundigen zien de nieuwe discipline die de beursfusie het Belgische bedrijfsleven ongetwijfeld oplegt als een belangrijk winstpunt.