Breedbeeldtelevisie

Als een televisie oud is en kuren begint te vertonen, wordt het tijd eens rond te kijken. Dat valt tegen: voor de prijs die u destijds voor uw toestel betaalde, krijgt u een apparaat dat nauwelijks beter is. Echte innovaties vind je aan de bovenkant van de markt.

Zo zijn monoluidsprekers gaandeweg vervangen door ruimtelijk Dolbygeluid en ging de beeldfrequentie van 50 naar 100 Hertz. In de nieuwste topmodellen kunnen desgewenst zelfs twee programma's tegelijk worden weergegeven, of beelden worden bevroren. Sommige toestellen worden ook nog eens geleverd met Elektronische Programma Gidsen, die de omroepbladen in principe overbodig maken. Alleen heeft de Nederlandse consument nog niets aan deze functie, want de omroepen verstrekken elektronisch voorlopig geen programmagegevens.

Pas echt populair zijn grootbeeldtoestellen, televisies met een beeldformaat van 16 bij 9. Eén op de twee in Nederland verkochte televisies boven de 1.400 gulden is een breedbeeld. Zo vreemd is dat ook weer niet. De mens concentreert zich immers op de breedte of het horizontale vlak; de ogen zijn niet voor niets naast elkaar geplaatst. Een ander voordeel van grootbeeld is dat de kijkhoek groter wordt. Hoe je ook voor de televisie zit, van vervorming is nauwelijks sprake.

Op zichzelf is voorkeur voor breedbeeldtelevisies opmerkelijk, omdat in ons land maar weinig programma's in breedbeeld worden uitgezonden. In sommige landen, waaronder Nederland, wordt al enige tijd PALplus aangeboden. Dit systeem voegt op een daartoe bestemd toestel extra beeldlijnen toe. Op een normale televisie verschijnen de uitzendingen in een zogenoemde `letterbox', dus met zwarte balken boven en onder het scherm, maar in toestellen met een PALplus decoder worden de programma's beeldvullend weergegeven.

PALplus is in Europa niet het succes geworden dat de industrie er van verwacht had, en in veel televisietoestellen wordt de decoder dan ook niet meer ingebouwd. In feite hoeft dat ook niet, want moderne toestellen zijn heel goed in staat om televisiebeelden in een breedbeeldformaat weer te geven.

Veel grootbeeldtoestellen maken namelijk gebruik van lijninterpolatietechnieken waarbij het beeld met behulp van een speciale processor lineair wordt vergroot naar breedbeeldformaat. Aanvankelijk ging dat nogal eens gepaard met vervorming van het beeld. Een cirkel werd een brede ellips en mensen kregen lachwekkende verhoudingen. Met intelligente zoommethoden zijn die problemen nu wel de wereld uit geholpen.

Het horizontaal oprekken of verticaal in elkaar drukken van het beeld is echter niet voldoende. Consumenten willen ook een haarscherp beeld: hoge definitie televisie (HDTV) in het jargon. Wie echte HDTV-kwaliteit wil, zal moeten wachten op digitale televisie zoals die door kabelmaatschappijen of via de ether (digitinne) zal worden aangeboden.

Toch bieden ook de huidige breedbeeldtelevisies een meer dan optimale beeldscherpte. In een gewoon toestel worden per seconde vijftig halve beelden weergegeven, eerst alle even en vervolgens alle oneven beeldlijnen. Nadeel is dat de kijker bij 50 Hz vanuit de ooghoeken een beeldflikkering waarneemt. Dus hebben de fabrikanten in veel moderne televisietoestellen de beeldfrequentie verhoogd naar 100 Hz. De beeldinformatie wordt in het toestel als het ware `aangevuld' met extra beeldlijnen, veelal een `kopie' van de oorspronkelijke beelden. Het scherm is daardoor wel rustiger, maar door kleine onvolkomenheden ook minder scherp. Vooral snelle bewegingen hebben onder deze technologie te lijden, zij het dat de kwaliteit per toestel sterk kan verschillen.

Maar de techniek staat niet stil. Sony demonstreerde onlangs in Lissabon de zogenoemde DRC-MF technologie. DRC-MF staat voor Digital Reality Creation - Multi Function.

Daarbij wordt het analoge tv-signaal digitaal bewerkt, waardoor het oplossend vermogen van het beeldscherm bijna wordt verviervoudigd. In plaats van bestaande beeldlijnen te verdubbelen tekent de DRC-processor geheel nieuwe beeldlijnen die aan het bestaande PAL-beeld worden toegevoegd. Daarbij wordt uitgegaan van de kwaliteit die een digitaal toestel zou bieden.

De kijker kan schakelen tussen DRC 50 of DRC 100. In het eerste geval wordt de beeldresolutie met vierhonderd procent verhoogd. Het aantal verticale beeldlijnen gaat van 625 naar 1.250 en het aantal `virtuele beeldpunten' van 720 naar 1.440. Bij DRC 100 laat de processor de verticale informatie met rust, maar wordt het aantal horizontale beeldlijnen verhoogd naar 1.440. Het beeld is rustiger, maar ook grover. Toch is in beide gevallen de beeldkwaliteit ronduit superieur.

Nadeel is dat DRC een nagenoeg ruisvrij signaal nodig heeft om deze hoge kwaliteit te kunnen bieden. Dus is de consument aangewezen op DVD spelers, digitale fotografie en digitale satellietontvangst. De eerste DRC-MF-toestellen gaan circa 5.000 gulden kosten.

Breedbeeld betekent tegenwoordig ook per definitie plat beeld, oftewel `flat screen'. De naam wekt verwarring, omdat het bij `flat screen' niet gaat om platte beeldbuizen die aan de muur kunnen worden gehangen, maar om glas dat anders dan bij de klassieke beeldbuis geheel plat en dus `waterpas' is. De dikte van het glas van de beeldbuis is daarbij zowel van binnen als van buiten overal even dik. Dat heeft op zichzelf nadelen: omdat de afstand van de elektronenstraal niet overal even groot is, treedt aan de randen van het beeld een vertekening op. Philips heeft dit opgelost met de quadrupole-techniek, waarbij de straal in twee stappen wordt afgebogen. Andere fabrikanten, waaronder Sony, passen een ingewikkelder correctie toe, maar met identieke resultaten: een mooi strak beeld.