VS verlichten hun sancties tegen Iran

De Amerikaanse regering heeft gisteren een versoepeling aangekondigd van haar sancties tegen de Islamitische Republiek Iran. De maatregel is bedoeld ter ondersteuning van de huidige liberalisering in Iran, waar hervormers vorige maand de eerste ronde van de parlementsverkiezingen wonnen.

De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Madeleine Albright, zei dat ze de ,,muur van wantrouwen'' wil slechten die tussen de twee landen staat sinds de Islamitische Revolutie van 1979 en de daaropvolgende bezetting van de Amerikaanse ambassade in Teheran. Daartoe wordt het invoerverbod voor tapijten, pistachenoten en kaviaar opgeheven (de veel belangrijker sancties tegen de Iraanse olie-industrie blijven echter bestaan). Voorts zullen de VS proberen ,,onnodige hindernissen'' weg te nemen voor een intensivering van contacten tussen Amerikaanse geleerden, kunstenaars, sportlieden en non-gouvernementele organisaties. Ook zal Washington zich extra inspannen het conflict met Teheran op te lossen over sinds 1979 bevroren Iraanse tegoeden. Minister Albright erkende ten slotte de Iraanse grieven over de Amerikaanse politiek jegens Iran van de jaren vijftig, toen de CIA het bewind van premier Mossadeq ten val hielp brengen, tot negentig.

Albright signaleerde een mogelijkheid voor ,,meer normale en wederzijds meer productieve betrekkingen'' met Iran. Daarbij wees ze erop dat dat zowel de VS als Iran conflicten hebben uitgevochten die door het ,,,wetteloze regime'' van Irak zijn begonnen. Beide landen zouden volgens haar moeten samenwerken om de spanningen ,,in een gevaarlijke buurt'' te verminderen. Tegelijkertijd drong ze er opnieuw bij Teheran op aan duidelijker afstand te nemen van terrorisme, en geen massa-vernietigingswapens te verwerven. Ook herhaalde ze haar bezorgdheid over de voortdurende gevangenhouding van tien Iraanse joden.

Het Iraanse ministerie van Buitenlandse Zaken reageerde in eerste instantie ,,positief en negatief'' op de verklaring. ,,Aan de ene kant worden oude beschuldigingen herhaald'', aldus een woordvoerder in Teheran. ,,Maar aan de andere kant heeft ze (Albright) geprobeerd Amerika's fouten uit het verleden toe te geven en een nieuwe en andere houding in te nemen jegens de Islamitische Republiek Iran.'' De Iraanse ambassadeur bij de Verenigde Naties noemde de genomen stappen ,,belangrijk en verfrissend'' maar onvoldoende voor een snelle, drastische verandering in de stand van zaken tussen de twee landen.

In het Amerikaanse Congres, dat over het algemeen zeer wantrouwend staat ten opzichte van Iran, waren de reacties gemengd. Elf Democratische afgevaardigden veroordeelden in een brief aan president Clinton ,,eenzijdige concessies''. Maar enkele Republikeinse senatoren reageerden positief. Een joodse leider, Malcolm Heinlein zei dat ,,hoewel het Iraanse volk heeft gesproken, we nog geen wijziging hebben gezien bij de regering in haar binnenlandse of buitenlandse politiek, met inbegrip van terrorisme, het vredesproces (tussen Israel en de Arabieren) en massa-vernietigingswapens''. (AP, AFP, Reuters)