VOOR 'T EERST NAAR SESAMSTRAAT

Het project Capabel volgt alle kinderen van de Amsterdamse wijk Bos en Lommer achttien jaar lang op de voet volgen. Het project bestaat nu negen jaar bezig. `Ik heb leren spelen met mijn kind'.

In een klaslokaal van de katholieke basisschool de Boomgaard van het stadsdeel Bos en Lommer zitten tien Turkse moeders op peuterstoeltjes. Het is de laatste bijeenkomst van de cursus Opvoeden Zo! Alle vrouwen krijgen een certificaat uitgedeeld omdat ze de cursus helemaal hebben doorlopen. Bijna allemaal zijn meer dan tien jaar in Nederland. Slechts twee van hen spreken Nederlands. En twee van hen zijn analfabeet. Bij deze laatste les vertelt een leerplichtambtenaar van het stadsdeel wat de Nederlandse overheid van de ouders verwacht. De cursusleidster vertaalt in het Turks. De moeders luisteren aandachtig. Op de vraag wat ze aan deze cursus hebben gehad, antwoordt een moeder met kleine kinderen: ``Ik heb leren spelen met mijn kind. Ik doe nu spelletjes als memorie met hem en we kijken naar Sesamstraat. Dat was voor het eerst.'' En op de vraag of de vrouwen nog meer cursussen gaan volgen, knikken ze allemaal bevestigend. Een aantal gaan de vervolgcursus van Opvoeden zo! doen en vrouwen met grotere kinderen gaan naar de cursus Omgaan met pubers. Hun kinderen volgen cursussen als Opstap of gaan naar naschoolse projecten als kindercircus Elleboog.

Sinds 1997 moeten Nederlandse gemeenten een beleid voeren om de achterstand van kinderen van allochtone afkomst van 0 tot 18 jaar weg te werken. Meestal bestaat dit beleid uit opvoedingsondersteunende cursussen voor ouders tot voorschools taalonderwijs voor de kinderen. De bekendste cursus van het voorschoolse taalonderwijs is Opstap, in meer dan negentig gemeenten wordt gegeven. Opstap is overgenomen uit Israël. In Nederland zijn er echter kritische geluiden over de cursus. De voornaamste kritiek van onderzoekers als Paul Vedder en Lotty Eldering van de Universiteit van Leiden is niet zo zeer dat cursussen als Opstap niet werken maar dat er na de cursus niets meer wordt gedaan om de taalvoorsprong te behouden. Na een aantal jaar zijn de kinderen uit Opstap weer bijgehaald door hun lotgenoten die de cursus niet hebben gedaan. Daarnaast heeft de cursus ook geen zin als er thuis niets verandert.

Met deze kritiek in het achterhoofd heeft het Amsterdamse stadsdeel Bos en Lommer in 1991 het project Capabel opgezet. Capabel betekent letterlijk Continue Aandacht in Projectmatige Aanpak Bos en Lommer. Achttien jaar lang worden alle kinderen gevolgd. Het project wordt met ongeveer 2 miljoen gulden per jaar gesubsidieerd door het ministerie van VWS, de gemeente Amsterdam en het stadsdeel Bos en Lommer. Speciaal voor Capabel heeft de gemeenteraad van Amsterdam toestemming gegeven om de gegevens van het bevolkingsregister te gebruiken voor registratie van alle kinderen. Daarnaast doet het SCO-Kohnstamm Instituut van de Universiteit van Amsterdam voortdurend onderzoek onder alle kinderen, ouders en de scholen om het effect van het project te meten.

In het project Capabel hangt alles met elkaar samen. Kinderen worden direct na geboorte samen met hun ouders opgeroepen om mee te doen aan verschillende projecten. Tijdens de babyjaren krijgen de ouders uitgebreide voorlichting van de GG&GD daarna volgen er speelgroepen voor peuters en in de kleuterjaren wordt er hard gewerkt aan de taalontwikkeling van de kinderen. Op de basisschool is de begeleiding op de school intensiever en zijn er verschillende naschoolse activiteiten. De ouders kunnen meedoen aan opvoedingscursussen en taallessen.

bij elkaar

Volgens Susana Menéndez, project-manager van Capabel brengen zij alle verschillende instanties en voorzieningen bij elkaar. ``Capabel is geen bureaucratisch waterhoofd zoals je dat nogal eens in deze sector ziet. Voor iedere groep kinderen is er overleg tussen de verschillende instanties. Bij de kleine kinderen zitten consultatiebureaus, huisartsen en buurthuizen regelmatig bij elkaar. Voor de kinderen op de basisschool overleggen de scholen, buurthuizen, jeugdzorg en de migrantenorganisaties en bij oudere jeugd komt daar ook nog justitie bij. Dat gebeurde voorheen nooit. Ieder modderde door op zijn eigen terrein'', aldus Menéndez.

In Bos en Lommer wonen iets meer dan 6000 kinderen in de leeftijd van nul tot achttien jaar waarvan bijna veertig procent van Marokkaanse afkomst is en een kwart Turks. Bijna tien procent van de kinderen is van Surinaamse afkomst. Daarnaast zijn de laatste jaren ook veel asielzoekers in de wijk komen wonen. Het aandeel Nederlandse kinderen is iets meer dan tien procent. De meeste van deze Nederlandse kinderen zitten op een school buiten het stadsdeel. Het overgrote deel van de Turkse en Marokkaanse kinderen bezoekt een van de acht basisscholen in het stadsdeel en deze scholen zijn dan ook overwegend `zwart' te noemen. Op drie scholen zitten zelfs helemaal geen Nederlandse kinderen.

Het project groeit mee met de kinderen en is onderverdeeld in periodes van vier jaar. In de eerste vier jaar kwamen de 0-4 jarigen aan bod. De onderbouw van de basisschool is net afgerond en de komende tijd zal de aandacht op de overstap naar het voortgezet onderwijs gericht zijn. Het doel van deze laatste periode is dat het aantal kinderen dat hoger dan VBO-niveau haalt, omhoog moet.

In de negen jaar dat Capabel nu functioneert, constateren de onderzoekers van het SCO-Kohnstamm instituut merkbare vooruitgang. Het overgrote deel van de 1800 kinderen die in 1991 tussen de 0 en 4 jaar waren en continu gevolgd zijn, functioneren merkbaar beter. De scholen vinden dat de kinderen met een betere kennis van het Nederlands binnenkomen en de kinderen zijn rustiger. De kinderen hebben thuis geleerd te luisteren naar hun ouders en zijn daardoor beter in het gareel te krijgen. Maar ook uit een reken- en taaltest als de Prima-cohort van het SCO-Kohnstamm Instituut die om de twee jaar wordt afgenomen, blijkt dat kinderen die de cursus Opstap hebben gedaan een hoge score halen en deze ook vasthouden in de jaren erna. De toegenomen betrokkenheid van de ouders en de wil om hun kinderen te stimuleren is volgens de scholen ook een duidelijke resultaat. Ouders constateren zelf ook dat hun kinderen beter luisteren en het goed doen op school.

Capabel zet ook speciale projecten op voor kinderen en ouders die niet worden bereikt. Als voorbeeld noemt Susana Menéndez de speelgroep en de speelgoeduitleen van het buurthuis. Speciaal opgezet voor moeders die geen gebruik maken van de peuterspeelzaal omdat de eigen bijdrage te hoog is. Bij de speelgroep kunnen kinderen met elkaar spelen en de moeders kunnen contact maken. Bij de speelgoeduitleen krijgen de moeders uitleg over speelgoed als domino, memory en lotto. De vrouwen krijgen iedere week opdrachtjes mee om samen met hun kind de spelletjes te doen. De kinderen leren door middel van de spelletjes kleuren en vormen. De moeders leren de Nederlandse woorden.

paraprofessional

De lessen worden gegeven door vrouwen van Marokkaanse en Turkse afkomst. Hatice Colak, een 35-jarige Turkse en tien jaar in Nederland, geeft les bij de spelgroep. Ze spreekt goed Nederlands, maar ze formuleert voorzichtig alsof ze bang is fouten te maken. Toen haar oudste zoon in groep 1 van de basisschool een uitnodiging kreeg om mee te doen aan de cursus Opstap kwam zij ook in aanraking met Capabel. ``Via de school van mijn zoon werd ik gevraagd om mee te werken. Nu werk ik 32 uur in de speelgroep, de speeluitleen en tolk ik bij de GG&GD. Ik heb veel contact met moeders en verwijs ze vaak naar de cursussen.'' Hatice Colak zou in een andere stad een zogenaamde buurtmoeder zijn met een gesubsidieerde Melkertbaan. Bij Capabel heet ze `paraprofessional' en heeft ze een volwaardig dienstverband met uitzicht op verdere scholing. ``Ik zou graag lerares worden op een basisschool. Ik ben in Turkije opgeleid voor onderwijzer, maar mijn Nederlands is nog niet goed genoeg.''

Volgens Susana Menéndez worden bij Capabel niet domweg cursussen aangeboden. ``We onderzoeken of er behoefte is aan een cursus of activiteit. De laatst tijd geven ouders aan dat ze het belangrijk vinden zelf Nederlands te leren om hun kinderen te stimuleren op school. En er is vooral behoefte aan cursussen voor analfabeten. Daar is nu een wachtlijst van 900 mensen voor. Dus er moeten zo snel mogelijk cursussen komen. We zien ook dat Capabel vooral moeders bereikt. We bereiken de vaders nog te weinig. Dat vinden de vrouwen zelf ook. Ze willen dat hun echtgenoten dezelfde cursussen volgen zodat ze samen opvoeden. Komend voorjaar komen er nog meer cursussen voor de vaders.''

Susana Menéndez is trots op het project. ``Het is eigenlijk een uniek laboratorium voor kinderen met een taal- en leerachterstand. We hebben de afgelopen negen jaar bewust in stilte gewerkt. Maar de laatste tijd merken we opeens dat er belangstelling is vanuit alle delen van de wereld. Er komt een Engelse vertaling van het project. Eerst haalden we onze cursussen uit het buitenland, nu komt het buitenland naar ons toe.''

De resultaten zijn dan wel bemoedigend, toch kampt Capabel met twee negatieve ontwikkelingen. De buurt heeft een hoog aantal nieuwkomers. Menéndez: ``Bijna zestig procent van de tweede generatie in deze buurt trouwt met een partner uit het moederland. Merendeels vrouwen. We hebben dus een voortdurende aanwas van mensen waar je weer helemaal opnieuw mee begint. Daarnaast gaan mensen zo gauw ze het beter gaan doen en het beter krijgen, de buurt uit. Net zoals de Amsterdammers verhuizen ze naar Almere of Purmerend. En in feite verhuist daarmee ook het succes van het project. Wat ik nou zo graag zou willen is dat deze groep ook nog gevolgd wordt. Dan weet je echt of het resultaat blijvend is.''