Veel sport en wat cultuur op open net

Grote sportevenementen en enkele culturele evenementen mogen niet achter de decoder van een commerciële omroep verdwijnen. Ze moeten op een open televisienet worden uitgezonden.

Het kabinet heeft gisteren ingestemd met een lijst van evenementen die staatssecretaris Van der Ploeg (Cultuur) hiertoe heeft opgesteld.

Op de lijst staan onder meer de rechtstreekse uitzending van het Wereldkampioenschap en Europees Kampioenschap voetbal en wedstrijden van het Nederlands elftal. Ook wedstrijden van Nederlandse voetbalclubs, finales in Europees competitieverband en halve finales en finales van nationale bekerwedstrijden blijven op een open net.

Voorts moeten het WK en EK schaatsen, de Elfstedentocht en de tennistoernooien van Wimbledon en Roland Garros voor iedereen rechtstreeks te zien zijn. Bij tennis gaat het in de halve finales alleen om wedstrijden van Nederlandse deelnemers. Het Kerstconcert, het Prinsengrachtconcert en het Eurovisie Songfestival mogen ook niet achter een decoder worden uitgezonden.

Verder moeten de Olympische Spelen, de Tour de France, Amstel Gold Race, het WK Wielrennen en de TT Assen gedeeltelijk rechtstreeks op een open net worden uitgezonden. De Super Cup en World Cup (beide voetbal) moeten op een open kanaal worden uitgezonden worden als een Nederlandse club meedoet. Het kabinet schrijft ook voor dat voetbalwedstrijden van de eredivisie in samenvatting moeten worden uitgezonden op een open net. Dat geldt ook voor de WK's en EK's van atletiek, volleybal en hockey en de duels van de Nederlandse deelnemers aan de vier grote internationale tennistoernooien. Ook Pinkpop moet in een samenvatting worden uitgezonden op een open kanaal.

De lijst met evenementen vloeit voort uit de Europese richtlijn `Televisie zonder grenzen'. Een open net kan zowel een publieke als een commerciële omroep zijn. Er moet sprake zijn van een bepaald minimum aantal huishoudens dat deze zenders kan zien en er de kosten mogen niet te veel oplopen.

Gekozen is voor evenementen die een `aanzienlijk belang voor de samenleving' hebben. De bedoeling is om iedere vier jaar de lijst te evalueren en waar nodig te wijzigen. De lijst moet nog worden behandeld in de Tweede Kamer.