Vallen en opstaan

Macht in de politiek. Aanzien in de zakenwereld. Hij heeft het allebei gekregen. Nu is hij het allebei kwijt. `Ik hoop dat hij zijn memoires gaat schrijven.'

Zonder hun naam erbij willen mensen best in de krant vertellen dat ze Bram Peper en Neelie Kroes vorige week tegenkwamen op een feestje van Marc Gedopt, bij hem thuis in de buurt van Antwerpen.

Marc Gedopt doet er in dit verhaal verder niet toe, maar om een indruk te geven van de deftigheid van de partij moet hier even verteld worden dat hij in het bestuur zat van De Generale Bank totdat die na een gevecht met ABN AMRO werd overgenomen door Fortis. Nu is Gedopt de baas van NIB Capital, voorheen de Nationale Investeringsbank. Hij vierde vorige week dat hij Alpinvest had gekocht – een fantastische zet voor de moeder van NIB Capital, de pensioenfondsen ABP en PGGM. Echt de haute finance dus.

Bram Peper was nog niet afgetreden, maar `de bonnetjesaffaire' was natuurlijk het gesprek van de avond. Nou ja, laten we het niet belangrijker maken dan het is. Het was een van de onderwerpen — voor hem en voor Neelie.

Neelie Kroes vertelde wat ze in een interview met Elsevier ook al verteld. Ze zei: ,,Als dit zo blijft doorgaan, dan gaan wij weg uit Nederland.'' Voor straf.

En dan komt nu de reden waarom dit verhaal begint met deze anekdote.

,,O ja?'', zei iemand die haar hoorde praten. ,,Waar heb je het nou over? Dat vindt Nederland toch helemaal niet erg?''

Zonder hun naam erbij vertellen mensen ook dat het door Neelie Kroes kwam dat Bram Peper toegang kreeg tot een wereld die hij bewonderde: het grote bedrijfsleven. Ze zeggen dat het begin van zijn liefdesrelatie met haar, in 1990, de Tweede Grote Omslag in zijn leven betekende. Peper had net een enorme crisis doorgemaakt. Hij was voor de tweede keer gescheiden, hij dronk te veel, en op een dienstreis in Zuid-Amerika was hij, zoals dat heet, fysiek en mentaal helemaal in elkaar geklapt. Hij bleef zes weken in het ziekenhuis, werd van zijn alcoholverslaving afgeholpen en raakte zeventien kilo overgewicht kwijt. ,,Hij zat'', zegt een van zijn vrienden uit die tijd, ,,echt helemaal aan de grond.''

En net in die tijd leerde hij Neelie Kroes dus beter kennen – to put it decently. Zij haalde hem uit de ellende, stuurde hem naar de kapper en kleedde hem netjes aan – waarna hij, zeggen de mensen die het van dichtbij hebben meegemaakt, begon te denken dat hij almachtig was.

De euforie over zijn nieuwe liefde viel samen met het gevoel van immuniteit dat hij had na zijn crisis. Hij zei tegen zijn vrienden – sociologen, politici – dat hem nu niets meer kon raken. Hij zei het iedere keer dat hij ze zag: hij had de hel gezien, hij was onkwetsbaar. ,,Vanaf die tijd'', zegt dezelfde vriend, ,,kon je drie uur lang met Bram praten, maar er was er dan maar één aan het woord. Hij.''

Het werd een folie à deux. Voor Neelie was Bram `bijna Onze Lieve Heer' omdat hij een intellectueel is. Zij is een meisje uit de Rotterdamse Haven. Aanpakken! Voor Bram was Neelie glamour. Vóór haar werd hij uitgenodigd op de partijen van de Scheepvaartvereniging Zuid en de Kamer van Koophandel. Mét haar ging hij naar de diners van de grote AEX-bedrijven en zat hij aan de hoofdtafel.

En toen werd hij zelf ook nog minister. Vanaf dat moment, zeggen de mensen die hem goed kennen, waanden Bram Peper en Neelie Kroes zich op de Olympus. De zoon van een arbeidsongeschikte metaaldraaier en een moeder met werkhuizen – en dan als vriend, of in ieder geval als gelijke, worden uitgenodigd op de dineetjes van Cor Boonstra (Philips) en Sylvia Tóth (Content) en Cees van der Hoeven (Ahold).

De mensen die in Nederland altijd aan de hoofdtafel zitten.

Volgt hier een fragment uit het PvdA-pamflet Mooi rood is niet lelijk uit de tijd dat Bram Peper nog Nieuw-Links was. Hij schreef het in 1969 en het ging over de ongelijkheid bij overheid: een commies reist tweede klas, een referendaris eerste klas. ,,Kom je hoger in de hiërarchie dan neemt de onaanraakbaarheid van de positiebekleder nog verder toe. Door een ingenieus stelsel van sluizen (portiers, secretaressen) is hij beschermd tegen zijn onderdanen en het publiek.''

Bram Peper maakte zich daar toen boos over. Bram Peper, die alleen maar naar de HBS mocht omdat de meester van de lagere school hem zo slim vond en die zo graag landbouwingenieur had willen worden. Maar dat kon niet, want zijn ouders waren te arm. Ze hadden geen geld om hem in Wageningen op kamers te laten gaan. Zo werd het sociale geografie in Amsterdam, bij professor Wertheim die hem leerde om niet op de details te letten, maar op de maatschappij als geheel. In Rotterdam, waar hij ging werken bij professor Doornbos aan de Sociale Faculteit van de Economische Hogeschool, leerde hij Jan Pronk kennen, en Wim Meijer, en André van der Louw – en al die andere PvdA'ers die Den Uyl `Uylemans' noemden en later zelf prominent werden.

Hij schreef een proefschrift over welzijnswerk. Hij werd adviseur van het kabinet. Als hij werd geïnterviewd zei hij van zichzelf dat hij zo verlegen was, typisch een man op de achtergrond.

Het zou een cliché zijn als het niet waar was. Maar deze man wordt vijfentwintig jaar later ten val gebracht omdat hij zich gedraagt als een vorst en niet wil begrijpen dat hij in zijn omgeving voor steun had moeten zorgen om zich te kunnen handhaven. Een van zijn oude vrienden, een PvdA-politicus: ,,Zijn kernfout was dat hij anderen niet liet delen in zijn succes. En dat gaat zich wreken. Dan vindt er op een dag een afrekening plaats. Gaat de burgemeester van Rotterdam over de haven? Nee. Wekte hij de indruk dat de wethouder voor Havenzaken erover ging? Absoluut niet!''

Jammer dat Ischa Meijer niet meer leeft, hij zou een goede bron zijn geweest voor dit verhaal. Hij heeft namelijk de Eerste Grote Omslag in Bram Pepers volwassen leven meegemaakt. Die omslag was niet het interview in Vrij Nederland waar de laatste maanden weer zo vaak uit wordt geciteerd – en dan altijd die passage waarin Peper zijn ideale voorlichter beschrijft: ,,Iemand die kan sellen. Kan niet schelen wat. Als-ie maar kan sellen. Waspoeder, College-beleid, burgemeesterschap – alles. Zo iemand wil ik. En hij hoeft niet betrouwbaar te zijn, maar wél voor mij.'' Dat interview was op 17 maart 1984. De eerste grote omslag in Pepers volwassen leven kwam twee jaar later, met zijn installatie als burgemeester van Rotterdam op 18 maart 1982.

Bram Peper vond Ischa Meijer aardig. In zijn Hollands Dagboek dat hij in februari 1982 voor deze krant bijhield, schreef hij: ,,Straks komt Ischa Meijer op bezoek voor een HP-verhaal. Een kleine twee jaar geleden ben ik bevriend met hem geraakt toen hij mij interviewde en bleek dat zijn vader, Dr. Jaap Meijer, gedurende één jaar mijn geschiedenisleraar is geweest. Een leraar om niet te vergeten.''

Dat interview uit 1980 had geresulteerd in zo'n enorme lap tekst waarin de ondervrager Gewichtige Vragen stelt – ,,Wat is de houding nu van het Partijbestuur?'' – en de ondervraagde zijn antwoorden steeds begint met Gewichtige Omwegen: ,,Met Den Uyl ben ik in een interessante discussie gewikkeld, die nog lang niet afgerond is.'' Het onderwerp was de staatsgreep in Suriname. Bram Peper was nog `professor Bram Peper, partijbestuurslid van de PvdA', algemeen erkend als strateeg en visionair denker.

Maar het interview uit 1982 was anders. Ischa Meijer was al bijna Ischa. Hij zuigt net zo lang tot Bram Peper zegt dat hij er niet van houdt om door wie dan ook beoordeeld te worden. En dat hij opgelucht is dat hij niet zelf heeft hoeven te solliciteren naar zijn nieuwe baan. Hij, Bram Peper, die nog nooit gesolliciteerd heeft ,,naar wat dan ook''.

Een paar weken later gaat Ischa Meijer weer bij Bram Peper op bezoek, maar dan op het stadhuis. Meijer schrijft dat de nieuwe burgemeester hem `apetrots' rondleidt en hij zegt: ,,Je carrière loopt regelrecht af op een machtspositie binnen de PvdA.''

Peper antwoordt: ,,Dat is niet bewust zo gegaan.''

Meijer: ,,Toch wel.''

Peper: ,,Ik vind van niet.'' En: ,,Ik vind het leuk om in de omgeving van de macht te zitten, maar er heeft nooit een plan achter gestoken.''

Meijer: ,,Het is toch de bedoeling geweest, bewust of onbewust.''

En dan geeft Bram Peper het op z'n allervoorzichtigst toe. Hij zegt: ,,Dat zou je kunnen zeggen ja.''

In een interview uit diezelfde tijd, maar dan met Alice Oppenheim van Elsevier, zegt Peper: ,,Macht vind ik eigenlijk eng. Het vereist nogal wat karakter en bescheidenheid om er goed mee om te springen. Ik heb allerlei mensen gezien die dronken werden van de macht, mensen waarvan je de persoonlijkheid zag veranderen. Het interesseert me eigenlijk geen ene bliksem om macht te hebben, eigenlijk. Je moet iets willen.''

Het verschil is dat Alice Oppenheim Peper niet tegenspreekt. En Ischa Meijer wel. Hij gaat twee jaar later terug, noteert wat Peper en zijn tweede vrouw Gusta tegen hem zeggen, en laat genadeloos zien dat de burgemeester van Rotterdam een paar hang-ups heeft ontwikkeld waarvan macht er maar één is. De andere zijn eer en aanzien. En zijn relatie met vrouwen.

Gusta Peper, voorheen secretaresse van verschillende ministers, op 17 maart 1984: ,,Aan trutwerkjes heb ik altijd een kelere-hekel gehad. Voor dat lullige typewerk heb ik indertijd gelijk een assistentje genomen, zodat ik rustig alle nota's kon doornemen. Ik wou de mannen voor wie ik werkte altijd vóór zijn. Ik heb ook altijd Bram zijn SER-stukken gedaan.''

Bram Peper: ,,Ik vind het ontzettend fijn dat zij mij adviseert.''

Macht in de politiek. Aanzien in de zakenwereld. Hij heeft het allebei gekregen. Nu is hij het allebei kwijt. Hij is naar Noorwegen vertrokken en bereidt zich voor op zijn rechtszaak. En zoals kinderen op school samen vaststellen of ze voor of tegen het jongetje zijn dat zich de woede van de juf op de hals haalt, zo zit iedere politicus, iedere socioloog en iedere zakenman of zakenvrouw nu te bedenken wat de verstandigste houding is. Moet Bram Peper worden uitgestoten? Of is hij hun held?

Zolang het stof niet is neergedwarreld zijn er maar weinig mensen die openlijk stelling durven nemen.

Van de drie PvdA-politici niemand.

Van de drie sociologen die voor dit verhaal zijn geïnterviewd alleen Anton Zijderveld. Die schreef een rapport over de mislukking van het `Rotterdam-650-jaarfeest' in 1990, waarin hij Pepers stijl van leidinggeven bekritiseert. Hij zegt nu: ,,Ik hoop dat hij zijn memoires gaat schrijven, te beginnen bij zijn voetbalcarrière.'' Bram Peper speelde in zijn jonge jaren als semi-professional bij HFC. Zijderveld zegt ook: ,,Hij is een grillige strateeg. In het zakenleven kun je wat grillig gedrag betreft heel wat permitteren, zolang de groeicijfers maar goed zijn. In het publieke leven kan het niet.''

Van de zeven mensen uit de zakenwereld durven Joop van Caldenborg, Wim Dik en Klaas Westdijk wat met hun naam erbij te zeggen – de laatste alleen `heel summier'.

Joop van Caldenborg, voorzitter van de Kamer van Koophandel in Rotterdam, kunstverzamelaar en eigenaar van een chemisch bedrijf, wil het voor Bram Peper opnemen omdat hij `een vriend van Bram' is. Eén van zijn weinige vrienden, daar maken ze samen weleens grappen over. ,,We hebben er allebei maar een handvol, zeggen we dan tegen elkaar. En daar moeten we onszelf nog vanaf trekken.''

Klaas Westdijk wil alleen kwijt dat het onzin is om ,,iets op rechtmatigheid te beoordelen als de regels niet duidelijk zijn''. En: ,,Als die regels worden vastgesteld, moeten ze wel getoetst worden op hun doelmatigheid''. Het is absurd, bedoelt hij, dat het formeel wel juist zou zijn om vier Margrieten en een pakje inktpatronen te declareren en de kosten `voor zoiets als het creëren van goodwill' niet. ,,In het zakenleven hebben we voor dat grijze gebied een vaste onkostenvergoeding.''

In het zakenleven zijn de openlijke reacties allemaal zo. Joop van Caldenborg zegt dat hij heus wel begrijpt dat er een groot verschil is tussen een zakenman en een politicus. ,,Bij ons gaat het erom of je die order krijgt en bij hen of je je gelijk krijgt.'' Maar dat Peper om zoiets onnozels als een paar bonnen ten val moest worden gebracht? ,,Ik begrijp het niet.''

Wim Dik zegt, nadat hij Peper heeft beschreven als een briljant denker, dat de details over `die bonnen' hem niet zo veel kunnen schelen. ,,Ik heb het gevoel dat Brammetje aan de paal genageld wordt uit jaloezie.'' Hij begrijpt wel hoe dat werkt: ,,Bram is niet iemand die zich op zijn positie laat voorstaan. Maar hij geneert zich er ook niet voor. Als je in Nederland de afgunst wil vermijden, moet je een lagere toon aanslaan. En daar heeft hij geen zin in.''

En die afgunst, zegt Dik, is de laatste maanden erger geworden omdat Peper ging terugvechten. ,,En dat was niet de bedoeling. De bedoeling was dat hij zich op zijn knieën in het stof had geworpen.''

De openlijke reacties uit het zakenleven zijn heel anders dan die van sociologen en politici. Sociologen beginnen een verhandeling over integriteit en hypocrisie: als jij degene bent die de normen van het openbaar bestuur moet bewaken, moet je eigen gedrag onberispelijk zijn. Dan is kleinste vlekje reden om onmiddellijk op te stappen. Dat Bram Peper dat niet meteen heeft gedaan – daaruit blijkt dédain.

Politici zeggen hoe dom het van Bram Peper is om te vergeten dat een politicus nooit in een isolement mag raken. Een politicus leeft door de ogen van het volk – daarom zijn ze ook ijdel – en als ze in de ogen van het volk falen, zijn ze weg. Natúúrlijk, zeggen politici, vertegenwoordigt het volk de middelmaat. En natúúrlijk is het altijd `iets kleins waarover ze je laten struikelen'. Maar zo is het nou eenmaal.

De openlijke reactie in het zakenleven is: belachelijk wat Bram Peper wordt aangedaan. Belachelijk om een man die altijd vierentwintig uur per dag in charge is – net als zij – kapot te maken om een paar duizend gulden meer of minder. Nou zien we weer eens hoe groot de macht van de pers in dit land is. Nou zien we hoe weer eens hoe de politiek werkt. Nou is er echt helemaal niemand meer in het bedrijfsleven die er over piekert om ooit nog minister te worden.

Maar off the record is er ook nog deze reactie: Bram Peper is aangeschoten, Bram Peper doet er nu even niet meer toe.

Maandagavond, op de dag dat hij zijn vertrek als minister had aangekondigd, zat Bram Peper met Neelie Kroes in het Concertgebouw, bij een concert van de Wiener Philharmoniker, twee symfonieën van Brahms. Hij zat op de tweede rij van het balkon, achter Martijn Sanders.

Een van de bronnen van dit verhaal belde de volgende ochtend op om daar zijn mening over te geven. En het is vervelend om die hier anoniem weer te geven, maar het is niet anders. Zonder lafheid zouden mensen niet overleven. De bron zei: ,,Hij kan zich daar straks alleen nog maar vertonen als hij zijn rechtszaak gewonnen heeft. En anders zijn we hem zo vergeten.''

Nu piekert niemand in het bedrijfsleven er meer over om ooit nog minister te worden

Macht vind ik eng. Het interesseert me eigenlijk geen ene bliksem om macht te hebben