TEMPERATUUR OP AARDE HOUDT VERBAND MET GATEN IN ZONNE-CORONA

Amerikaanse onderzoekers hebben een opmerkelijke anticorrelatie ontdekt tussen het totale oppervlak van de `gaten' in de corona van de zon en de gemiddelde temperatuur op aarde (New Astronomy, 28 febr). De corona is de uitgestrekte atmosfeer rond de zon die onder invloed staat van haar magnetische veld. Coronale gaten zijn gebieden waar de magnetische veldlijnen `open' zijn en vrij de ruimte in lopen. Het totale oppervlak van deze gebieden varieert in de loop van de elfjarige activiteitscyclus van de zon. In perioden van minimale activiteit (zoals rond 1996) is hun totale oppervlak het grootst en rond maximale activiteit (zoals in 2000) het kleinst.

De onderzoekers gebruikten magnetogrammen van de zon die in de periode 1979-1998 – dus tijdens twee zonnecycli – waren gemaakt op het Wilcox Solar Observatory van de universiteit van Stanford in Californië. Magnetogrammen zijn kaarten van het zonsoppervlak waarop de sterkte en de polariteit van het magnetische veld zijn weergegeven. Met behulp van deze kaarten kan de structuur van het magnetische veld in de atmosfeer boven het zonsoppervlak worden afgeleid en kan ook de locatie, vorm en grootte van de `gaten' in de corona worden bepaald. Rond minimale zonneactiviteit beslaan de gaten ongeveer 20 procent van de zonneschijf en rond maximale zonneactiviteit ongeveer 5 procent.

De onderzoekers hebben het totale oppervlak van de coronale gaten vergeleken met de tussen 1979 en 1998 vanuit NOAA-satellieten gemeten temperaturen in het lagere deel van de troposfeer van de aarde. Er blijkt een duidelijke anticorrelatie te bestaan. Als het totale gaten-oppervlak toeneemt, neemt de gemiddelde temperatuur op aarde af en omgekeerd. Is het totale oppervlak maximaal, dan is het op aarde gemiddeld 0,3 °C koeler. Is het oppervlak minimaal, dan is het gemiddeld 0,3 graad warmer. Afwijkingen in dit verband zijn terug te voeren op extreme El-Niño- en El-Niña-verschijnselen en een vulkanische eruptie (van Pinatubo in 1991).

Het is volgens de onderzoekers nog niet duidelijk hoe de anticorrelatie tussen het magnetische veld van de zon en de temperatuur op aarde in fysisch opzicht werkt. Variaties in het magnetische veld zijn zowel van invloed op de stroom van geladen deeltjes die de zon verlaat (de zonnewind) en de aarde bereikt, als op de deeltjes van de kosmische straling die van buiten het zonnestelsel komen en door het magnetische veld van de zon worden `afgeweerd'. Van beide soorten deeltjes is gesuggereerd dat zij het proces van wolkenvorming op aarde zouden kunnen beïnvloeden, maar hierover bestaat nog lang geen eensgezindheid.