Supermarkt mag ook aan rand stad

Supermarkten mogen zich aan de rand van de stad gaan vestigen, op de gebieden waar nu nog alleen meubelzaken en doe-het-zelfwinkels gevestigd zijn. Dat heeft het kabinet gisteren besloten.

De regels voor de vestiging van winkels aan de rand van steden kunnen worden versoepeld. Wat het kabinet betreft vervallen de eisen aan het soort detailhandel dat zich daar mag vestigen. Ook verdwijnen de voorschriften voor winkelvloeroppervlaktes. Losstaande `weidewinkels' blijven verboden. Het voorstel van de ministers Pronk van VROM en Jorritsma van EZ wordt onderdeel van de vijfde nota ruimtelijke ordening.

Door de versoepeling kunnen supermarkten als Albert Heijn en de Konmar zich voortaan ook aan de rand van de stad vestigen, zoals bijvoorbeeld in Frankrijk en de Verenigde Staten gebruikelijk is. Ook zogenoemde `fabriekswinkels' (outlet centers) zullen niet worden verboden. Nieuwe detailhandel mag zich vestigen in bestaande winkelgebieden, maar ook daarbuiten als die plek goed bereikbaar is met het openbaar vervoer. Tegelijkertijd wil het kabinet dat gemeenten hun binnensteden aantrekkelijker maken voor de komst van winkels. De provincie krijgt de rol van regisseur. Het is niet de bedoeling dat ontwikkelingen in de ene gemeente ten koste gaan van de andere.

De brancheorganisatie van supermarkten CBL is blij dat voortaan ook levensmiddelen verkocht mogen worden op de megawinkelcentra aan de randen van de steden. ,,Gelijke monniken, gelijke kappen'', vindt een woordvoerster. Maar de organisatie vraagt zich af of bedrijven er veel gebruik van maken. ,,In Nederland is de cultuur toch anders dan in Frankrijk, waar ze eens in de twee weken hun auto volladen bij de hypermarché.'' Een woordvoerder van Laurus, moeder van onder meer supermarktketen Konmar, meldt echter geïnteresseerd te kijken naar de nieuwe mogelijkheden voor de grote winkels van Konmar.