SNELLE TEST SPOORT TUMORCELLEN IN WEEFSELMONSTERS OP

Onderzoekers in Cambridge hebben een eenvoudige en snelle methode gevonden om vast te stellen of een bepaald weefselmonster delende cellen bevat. Daarmee kan tijdens een operatie aan een kankergezwel worden nagegaan of alle tumorcellen zijn verwijderd en of er uitzaaiingen zijn naar nabijgelegen lymfeklieren (Nature Cell Biology, april).

Microscopisch onderzoek van weefsels wordt veel toegepast bij de chirurgische behandeling van kanker. Om er zeker van te zijn dat de tumor geheel is verwijderd, wordt vaak een laagje gezond weefsel mee uitgenomen. In de randen van het uitgenomen weefsel mogen geen kankercellen meer zitten. Dit wordt nog tijdens de operatie gecontroleerd door weefsel van de randen te vriesdrogen en in dunne plakjes te snijden. Na kleuring kan de patholoog onder een microscoop beoordelen of die plakjes `schoon' zijn. Dit alles gaat vrij snel, maar nadeel van deze werkwijze is dat het onmogelijk is om alle cellen van de randen nauwkeurig te bekijken. Bovendien vallen verspreide kankercellen vaak niet echt op tussen de normale cellen.

De onderzoekers in Cambridge vonden een manier om alle delende cellen in een weefsel op te sporen. Hun aanpak gaat ervan uit dat een delende cel eerst zijn DNA moet verdubbelen om de twee dochtercellen een volledige set erfelijk materiaal mee te kunnen geven. Dat gebeurt tijdens de S-fase (synthesefase) van de celcyclus, als de cel ogenschijnlijk in rust is na de vorige deling. Het aantal S-fasecellen in een weefsel is dus een maat voor de delingsactiviteit. Praktisch elk gezond weefsel bevat wel cellen die in deling zijn, maar vergeleken met de situatie die ontstaat in aanwezigheid van kankercellen is dat niet meer dan achtergrondruis.

De te onderzoeken weefsels worden gevriesdroogd, in dunne plakjes op een objectglas gelegd en ontdooid. Vervolgens wordt een vloeistof toegevoegd waarin DNA-bouwstenen zitten, die zijn gemerkt met een fluorescerende stof. Omdat de S-fasecellen de bouwstenen acuut nodig hebben, ligt het voor de hand dat de kernen van deze cellen onder de fluorescentiemicroscoop oplichten. Dat bleek te kloppen: de onderzoekers vonden geen label bij cellen in een andere levensfase. De methode is getest op een groot aantal weefsels en steeds bleek dat er duidelijk onderscheid te maken viel tussen gezond weefsel en weefsel met kankercellen, óók als de kanker nog in een zeer vroeg stadium verkeert. Momenteel wordt de methode in Cambridge getest op zijn bruikbaarheid voor de kliniek.