`Privékosten declareren is hóógst ernstig'

M. van Ravesteyn-Kramer, voorzitter van de commissie die de declaraties van Peper onderzocht, reageert op alle kritiek van de laatste tijd. `Wij zeggen: dit had nooit gemogen.'

Tijdens het moddergevecht om minister A. Peper (Binnenlandse Zaken) voor zijn val te behoeden bleef ze zwijgen. Mea van Ravesteyn-Kramer, voorzitter van de Rotterdamse commissie die Peper ten slotte ten grave droeg, beperkte zich tot haar werk: onderzoeken, koele feiten registreren. Het was genoeg, zoals gisteren bleek. Uit de Haagse reacties viel op te maken dat Peper, gezien de stortvloed aan privédeclaraties bij de gemeente, het nooit zou hebben overleefd mocht hij nog minister zijn geweest.

Toch kreeg Van Ravesteyn (53, pas D66-raadslid sinds 1998) de laatste maanden bakken kritiek over zich uitgestort, vooral uit het Peper-kamp.

U is fatsoensrakkerij verweten. Wat vindt u?

Van Ravesteyn: ,,Ik ben het daarmee oneens. Iedere bestuurder moet zijn gedrag en bestedingen verantwoorden. Dat is niets bijzonders. Dat hoort bij het openbaar bestuur. Als de laatste tijd is gezegd: belachelijk dat die commissie daar in Rotterdam alle bonnetjes zit om te draaien, dan gaat dat buiten de kern van de zaak om. Er was geruchtvorming, die moesten wij van de raad onderzoeken, en dat moest grondig gebeuren, anders bleven de geruchten. We hebben vastgesteld dat 95 procent van de declaraties in orde is. Het wás dus ook uitzonderlijk dat sommigen niet juist declareerden.''

Er is gezegd: bestuurders die nooit risico nemen presteren ook niets. Klopt het dat alleen de risicomijders correct declareren?

,,Dat klopt in het geheel niet. Het is heel goed mogelijk om als wethouder buitengewoon creatief en ondernemend te zijn, ook als je Rotterdam in de wereld aan het promoten bent, terwijl je anderzijds op integere wijze je onkosten verantwoordt. Wie ons rapport goed leest kan daarvan de voorbeelden zelf registreren.''

Het onderzoek zou ook huichelachtig zijn: u begon pas te controleren toen Peper was vertrokken. Correct?

,,Ik leg die relatie niet direct: de opdracht voor ons onderzoek is al in 1997 verstrekt. Maar het is juist dat de raad in het verleden scherper had moeten controleren. Mijn voorgangers als voorzitter van de Commissie Onderzoek van de Rekening (COR) past in dat opzicht zelfkritiek. Dat is de heer Van Dijk (thans fractievoorzitter van de PvdA in de gemeenteraad, red.) en mevrouw Ravestein (thans Tweede-Kamerlid D66). Men had scherper naar de regels en de gedragingen moeten kijken.''

Oud-wethouder Linthorst heeft uw werkwijze bekrititiseerd. Uw reactie?

,,Ik acht de heer Linthorst hoog. Maar hij had kunnen begrijpen dat het in ons onderzoek niet draaide om een taxibon uit 1991. Je moet details bekijken om de grote lijn vast te stellen. Dat begrijpt de heer Linthorst ook best, hoor.''

Wat is het ergste dat u hebt aangetroffen?

,,Dat privékosten als bestuurskosten in rekening zijn gebracht. Dat is niet integer. Dat mag niet gebeuren bij een overheid die, zoals mevrouw Dales ooit zei, integer móet zijn. Het is kortom hóógst ernstig. Het is niet rechtmatig. Wij hebben overigens op een aantal punten het oordeel `onrechtmatig' geschrapt nadat het proces van wederhoor was afgerond. Wij voorzagen dat zich daarop alle discussie zou concentreren. Dat vonden we te beperkt. De feiten op zich zijn ernstig genoeg. Vandaar dat we een opdeling hebben gemaakt in slordige, onzorgvuldige, verwijtbare en ernstige verwijtbare feiten. Ook dat is een hard oordeel.''

Zijn de privéuitgaven nu wel of niet rechtmatig?

,,Wij zeggen: dit had nooit gemogen. Wij vinden het aan de raad te bepalen of hier werkelijk sprake was van onrechtmatige uitgaven. Daarbij speelt dat aan de oud-leden van het college van burgemeester en wethouders decharge is verleend: de verantwoordelijkheid voor de rekening is hen formeel door de raad ontnomen. Maar dat telt natuurlijk niet voor privéuitgaven; die heeft de raad nooit goedgekeurd.''

Wat kan men van uw onderzoek leren?

,,Dat je niet langer moet werken met een vertrouwensregel in het college van B en W, waarbij men elkaars uitgaven automatisch vertrouwt. Dat blijkt niet goed genoeg te werken. En dat openheid en transparantie echt zin hebben: je vermijdt er deze toestanden mee.''

De naam Peper komt in uw rapport niet voor, ook nu noemt u zijn naam niet. Had u verwacht dat Peper zou aftreden?

,,Wij hebben ons onderzoek nooit gefocust op personen. Dat is niet relevant voor onze opdracht. Het ging ons om het algemene beeld.''