Naftaniël

Het gedrag van de Nederlandse overheid en een deel der bevolking ten aanzien van de uit de concentratiekampoen terugkerende joodse medeburgers (Z 11 maart) kan ik niet anders kwalificeren als weerzinwekkend. Het feit dat toen iedere Nederlandse burger wel het een of ander te verwerken had en de wederopbouw alle aandacht opeiste, is op zichzelf een zwak excuus, om niet te zeggen een alibi. Het leed van de joden was volkomen onvergelijkbaar met het leed van de gemiddelde Nederlander. Juist van mensen die zelf geleden hebben, kan en mag men een zeker inlevingsvermogen verwachten ten opzichte van hen die onevenredig zwaar getroffen zijn.

We hebben het er dus op een afschuwelijke manier bij laten liggen, als gevolg van egocentriciteit van een bevolking, die met zelfgenoegzame inbeelding nog steeds gelooft dat de joden hier beter werden opgevangen dan elders, terwijl het tegendeel aan duidelijkheid niets te wensen overlaat. De hele discussie rondom de bevindingen van het rapport-Van Kenemade toont aan dat het `zelfbeeld' van de Nederlander wel enige correctie behoeft. Als ik mij goed herinner gingen de Nederlanders van voor de oorlog er van uit dat wij een `christelijke natie' waren waarvoor de tien geboden de morele grondslag vormden. Anders gezegd, we moeten ons doodschamen en het verbaast mij dat de Nederlandse pers niet de morele moed heeft om dat hardop te zeggen.