Lessen in machtsbederf

Minister Peper is vertrokken, maar het onderzoek naar de Rotterdamse rekeningen blijft in vele opzichten uiterst pijnlijk voor de Partij van de Arbeid.

Hun reacties waren zorgvuldig op elkaar afgestemd. Ze hadden nog te weinig tijd gehad om het Rotterdamse onderzoeksrapport goed te lezen. En bovendien was nu echt als eerste de Rotterdamse gemeenteraad aan bod om een oordeel te vellen over het declaratiegedrag van twee burgemeesters en de wethouders in de periode 1986-1999.

Tot zover de eerste verdedigingslinie, gisteren, van premier Kok en PvdA-fractieleider Melkert. Maar voorbij die barrière wilde Melkert wel kwijt dat de regels voor declareren en het toezicht daarop in Rotterdam ,,ernstige tekortkomingen hebben vertoond''. Premier Kok had ,,constateringen aangetroffen die ernstig zijn als ze niet [door Peper] kunnen worden weerlegd''.

Bram Peper is sinds afgelopen maandag ,,een vrij man'', die voluit zijn eigen verdediging kan voeren. Voor de PvdA-top is de fase aangebroken van `damage control'. Ogenschijnlijk losse feiten laten zich combineren tot een beeld dat in sociaal-democratische kring voor ongemakkelijke gevoelens kan zorgen.

Als minister van Binnenlandse Zaken had Bram Peper op Prinsjesdag vorig jaar nog een notitie over `Integriteit in het openbaar bestuur' uitgebracht, waarin hij een lans brak voor ,,een open cultuur [waarbinnen] verantwoordelijkheid kan worden afgelegd over hetgeen wel en niet toelaatbaar wordt geacht''. Een maand eerder, in zijn veelbesproken essay, had hij nog gesteld dat ,,[het overheidsapparaat] zodanig moet zijn ingericht dat bestuurders daadwerkelijk in staat zijn over het overheidshandelen ten overstaan van de democratisch gekozen volksvertegenwoordiging verantwoording af te leggen''.

Vrome woorden. Maar staatsburger Peper laat zijn accountants van PriceWaterhouse aan de Rotterdamse onderzoekscommissie schrijven dat het tot de ,,beleidsdiscretie'' van de burgemeester behoorde om ,,veel grote en kleine beslissingen zelf te nemen''. Die discretie heeft Peper als burgemeester in ruime mate betracht, zo blijkt uit accountsonderzoek van KPMG dat als bijlage aan het commissierapport is toegevoegd. De ene na de andere kanttekening wordt geplaatst bij een kleine veertig buitenlandse reizen, waarbij de burgemeester zijn zoon, dochter of partner meenam, of waarbij hij zijn vakantie zou hebben gecombineerd met zakelijke afspraken, zonder daarvan het college in kennis te stellen en zonder achteraf financiële verantwoording af te leggen voor uitgaven die ten laste van de gemeente zijn gebracht. In monotoon ritme constateren de forensische accountants dat ,,de functionaliteit hiervan niet kon worden vastgesteld''.

Het is PvdA-minister Ien Dales geweest die in 1992 de integriteit van het openbaar bestuur hoog op de politieke agenda plaatste. Zij sprak van `machtsbederf' als de politieke en ambtelijke leiding van overheidsorganen voorging in `normvervagend gedrag'. De Staatscommissie-Elzinga, die afgelopen januari advies uitbracht over ingrijpende reorganisatie van het gemeentelijk bestel, constateert dat gemeenten hiervoor extra kwetsbaar zijn: met hun huidige `monistische' stelsel, dat leidt tot `ondoorzichtige verhoudingen' tussen colleges en raden en tot falende democratische controle op het handelen van burgemeesters en wethouders.

Premier Kok en PvdA-fractieleider Melkert kozen gisteren een vlucht naar voren door erop te wijzen dat het Rotterdamse onderzoeksrapport belangrijke ervaringsfeiten levert om straks de behandeling van het advies-Elzinga ter hand te nemen. Maar het verleden leert onverbiddelijk dat deze ervaring is opgedaan in de tweede stad van Nederland, waar de PvdA tientallen jaren de vrijwel alleenheersende partij is geweest. Ex-burgemeester Peper wijst er in zijn verweer fijntjes op dat de gemeenteraad ,,de rekening heeft vastgesteld (...) over alle dienstjaren tot en met 1998''. Als er al sprake is geweest van verwijtbaar handelen, dan kan de Rotterdamse gemeenteraad hierbij onmogelijk de vermoorde onschuld spelen, zo luidt Pepers boodschap.

Waarmee de PvdA, zowel in Rotterdam als in Den Haag, ook zonder ex-burgemeester en ex-minister Peper nog een reeks ongemakkelijke debatten heeft te voeren. Waarheidsvinding blijft moeilijk. En lessen trekken voor de toekomst al helemaal.