Herzog

Klaus Kinski heeft waarschijnlijk de meest angstaanjagende ogen die ons ooit vanaf het witte doek hebben aangestaard. Hij is dan ook geknipt voor de rol van de megalomane Spaanse goudzoeker in Werner Herzogs Aguirre, der Zorn Gottes (1972). Zelden heeft een film op zo'n grootse manier de destructieve zucht naar macht en roem neergesabeld.

Kinski speelt de zestiende-eeuwse conquistador Aguirre die in de Peruviaanse jungle op zoek gaat naar El Dorado. Het openings- en eindshot zijn inmiddels klassiek: de film begint met een schier eindeloze rij expeditieleden die moeizaam over een bergpas lopen. Aan het eind roept de tot waanzin gedreven Aguirre, als enige overgebleven, zichzelf uit tot overheerser van het continent, waar hij de meest pure dynastie ter wereld wil stichten. In het laatste shot staat hij op een houten vlot omgeven door honderden schreeuwende apen.

Over Aguirre gaan vele legendarische anekdotes de ronde. Herzog zou de immer uit zijn vel springende Kinski hebben willen vermoorden toen de acteur dreigde van de set te stappen. De indianen waren doodsbenauwd als Kinski weer een van zijn woedeaanvallen had.

Zondagavond is ook een ander film van Herzog te zien waarin hij bewees een zelfde verfijnde neus voor de casting te hebben. In Jeder für sich und Gott gegen alle (1974) gaf hij de hoofdrol van de beroemde vondeling Kaspar Hauser aan Bruno S., een straatmuzikant uit Berlijn die totaal vervreemd was van de maatschappij. Het is begrijpelijk wat Herzog aantrok in het verhaal van Kaspar Hauser. In al zijn films portretteert hij mensen die onder extreme omstandigheden hun ware aard tonen, en Hauser is daarvan wel het meest radicaalste voorbeeld. Na zeventien jaar lang eenzaam in een donkere kelder te hebben geleefd, belandt hij in Neurenberg. De bewoners weten niet hoe gauw ze deze onbezoedelde man hun kleinburgerlijke moraal moeten opleggen. De twee vertoonde films zijn twee uitersten van Herzogs spectrum, maar de grootheidswaanzinnige en het onbeschreven blad hebben één gemeenschappelijke vijand: conformisme.

Aguirre, der Zorn Gottes. Zat., BBC2, 1.05-2.35. Jeder für sich und Gott gegen alle. Zon., 0.20-2.10.