Afkeuring en eis tot rekenschap

Het rapport over het declaratiegedrag van Rotterdamse (oud-) stadsbestuurders heeft geleid tot scherpe politieke reacties jegens oud-burgemeester Peper; tot het ter verantwoording roepen van een ex-wethouder in zijn huidige baan als bankier en tot de eis van gemeentefracties om ten onrechte gedeclareerde bedragen terug te betalen aan de gemeenschap.

Premier Kok zei gisteren na afloop van de wekelijkse ministerraad dat het Rotterdamse rapport ,,ernstige constateringen'' bevat over uitgaven ,,waarvan onvoldoende duidelijk is of ze privé of niet-privé zijn gedaan''. Over de beslissing van minister Peper afgelopen maandag om zelf zijn ontslag in te dienen, zei de premier: ,,Ik heb dat gerespecteerd en het vandaag verschenen materiaal bevestigt de juistheid van mijn oordeel.''

Kok zou bij de formatie van zijn tweede kabinet, in augustus 1998, ,,kritische vervolgvragen'' aan ministerskandidaat Peper hebben gesteld als hij had beschikt over de informatie die nu in het rapport is opgenomen.

PvdA-fractieleider Melkert noemde het ,,vooral belangrijk'' dat uit het rapport ,,lessen worden getrokken voor het formuleren van regels en de controle daarop in het openbaar bestuur''. Volgens hem is dat ,,cruciaal voor het vertrouwen dat mensen hebben in de politiek en in een rechtmatige en doelmatige besteding van gemeenschapsgelden''.

De raad van commissarissen van de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) zal haar bestuurslid ir. P.O. Vermeulen ter verantwoording roepen over diens omstreden declaraties in de tijd dat hij wethouder was in Rotterdam (van 1978 tot 1994), zo heeft prof. H. Priemus, lid van de raad van commissarissen van de BNG, gisteravond desgevraagd meegedeeld.

,,BNG is een onberispelijke club'', aldus Priemus. De bank kan zich volgens hem geen smet op haar blazoen permitteren.

Volgens accountants van KPMG heeft vooral ex-burgemeester Peper omvangrijke privé-uitgaven op kosten van de gemeente gedaan. De Rotterdamse gemeenteraad vindt dat privé-uitgaven die ten onrechte door de gemeente zijn betaald moeten worden terugbetaald. Volgende week donderdag debatteert de raad over het rapport van de raadscommissie die de bestuursuitgaven van ex-burgemeester Peper en de Rotterdamse wethouders in de periode 1986-1999 aan een gedetailleerd onderzoek heeft ontworpen.

Het openbaar ministerie (OM) in Rotterdam beslist in de loop van volgende week of een strafrechterlijk onderzoek moet worden ingesteld naar aanleiding van de feiten die de commissie en de accountants van KPMG hebben vastgesteld. Als het OM een onderzoek instelt, kan de raad wachten met een besluit over terugvordering van onrechtmatige uitgaven.

M. van Ravesteyn-Kramer, de voorzitter van de commissie die de declaraties van Peper onderzocht, antwoordt vandaag in deze krant op de vraag welke van de bevindingen van haar commissie zij het ergste vindt: ,,Dat privékosten als bestuurskosten in rekening zijn gebracht. Dat is niet integer. Dat mag niet gebeuren bij een overheid die integer móet zijn. Het is kortom hóógst ernstig.''

Het rapport over het declaratiegedrag van Peper en 23 wethouders in de periode 1986-1999 verscheen gisteren. Afgelopen maandag trad Peper af als minister van Binnenlandse Zaken, om de handen vrij te hebben de conclusies uit het rapport aan te vechten.

RAPPORTwww.nrc.nl