Acceptatie

Acceptatie, daar moet een ambitieuze psycholoog maar eens onderzoek naar gaan doen. Ik bedoel het verschijnsel dat mensen de ene dag nog als onrealistische doemdenkerij weghonen wat ze de volgende als een vertrouwd, zelfs dierbaar `fact of life' beschouwen. Ook als het gaat om dingen die ze rechtstreeks raken en in hun belangen schaden.

De redactie van het wakkere ochtendblad `De Telegraaf' vormt een mooi voorbeeld. Nog maar kort geleden verschenen daar de eerste webredacteuren, die zich zetten aan het opbouwen van de website van die krant, `De Telegraaf-i' (hm, dat had natuurlijk niet `de', maar `het Telegraaffie' moeten zijn, hoor je gepensioneerde eindredacteuren brommen). Ze werden door echte redacteuren wat meesmuilend en meewarig bekeken. Modernistisch gedoe, zou nog jaren duren voordat dat wat werd, áls het al wat werd. Maar inmiddels zijn het er al twintig en zet het bedrijf dit jaar dertig miljoen in op hun succes, een bedrag waarvan een papieren redactie zelfs in de beste tijden niet durfde dromen, maar waar ze nu wel aan moeten meebetalen. En plotseling praten nu naar verluidt ervaren papieren Telegraaf-redacteuren over hun eigen redactie liefkozend als `ons sterfhuis'. Acceptatie is ingetreden alsof er een knop in de redacteurenhoofden is omgedraaid.

Nog een voorbeeld is de televisiedecoder, al zitten we daar nog steeds in de fase van ontkenning die aan acceptatie voorafgaat. Het decoderkastje is een bizar anachronisme. Terwijl op het internet, dat uiteindelijk de hele omroepwereld onherkenbaar zal veranderen, mensen inmiddels betaald worden voor het kijken naar reclame, is dat kastje niets anders dan een ordinair dwangmiddel om consumenten juist voor het kijken naar reclame te laten betalen. Iedereen weet dat, maar niemand wil zich er druk over maken, zodat de enige belanghebbenden, de makers, verkopers en exploitanten van die kastjes, vrij spel hebben.

Iedereen weet ook dat de zenderpakketten die je straks zo leuk mag kiezen – mevrouw Jorritsma's meest geliefde tijdverdrijf – zo samengesteld zullen zijn dat je nooit krijgt wat je wilt, tenzij door vooral voor heel veel bagger te betalen waar je nooit naar zult kijken. Iedereen weet dat mensen niet naar zenders kijken, laat staan naar een pakket zenders, maar naar programma's. Toch vindt iedereen het heel gewoon dat de discussie over de decoder juist niet over programma's gaat – wat dat betreft trad acceptatie in zodra de hele discussie begon. Dat iedereen behalve de bouwers en uitbaters van decoderkastjes straks slechter af is, vindt niemand een punt.

Net zo'n ontwikkeling hebben we gezien bij de uitverkoop van de kabelbedrijven. Dat zou allemaal leiden tot veel heil en zegen: eerst natuurlijk de verkoopwinsten voor de verkopende overheden, vervolgens de onvermijdelijke betere service en lagere prijzen voor de consument. Wel, dat hebben we gemerkt. Het Amsterdamse kabelbedrijf bijvoorbeeld, werd voor een appel en een ei verkwanseld, de kabel is duurder geworden, de dreiging van het decoderkastje is reëler dan ooit, en eigenaar UPC is doof voor klachten. Maar dat was pas het begin. Wat nooit zou gebeuren en altijd werd weggelachen, het monopoliseren van de informatievoorziening via de kabel door oncontroleerbare private bedrijven, is razendsnel een feit geworden. Niet alleen zijn hele regio's opgehangen aan de luimen van één onderneming, die bedrijven beginnen nu ook behalve de infrastructuur de informatie zelf in handen te krijgen. Kabel en inhoud in één hand, gepaard aan gedwongen winkelnering. Je zou verwachten dat het ministerie van Economische Zaken op zijn achterste benen stond, maar niets is minder waar. Acceptatie is ook daar moeiteloos ingetreden. Of kunnen we de onstuitbare profetieën van minister Jorritsma over keuzevrijheid en zegenrijke concurrentie beter onder het hoofdje cognitieve dissonantie scharen?

De nieuwste ontwikkeling is dat UPC nu waar het internetaanbieders betreft alle concurrenten de toegang tot zijn kabelnet ontzegt. En opnieuw slaat de gelaten acceptatie toe, nu bij bijvoorbeeld de telecomwaakhond Opta. ``Een beetje curieus'', is zo ongeveer de felste reactie uit die hoek ``maar wij hebben daar niets over te zeggen''. Er zijn zelfs mededingingsspecialisten als E. van Damme van de KUB, die menen dat UPC groot gelijk heeft omdat, zo zei hij in de Volkskrant, UPC geen dominante positie heeft in het doorgeven van internet-signalen. Dat kan immers ook per telefoon.

Tja, dat komt er toch op neer dat je de NS het recht toekent om elke concurrent van het railnet te weren omdat je ook met de auto, fiets of trekschuit Oldenzaal kunt bereiken, precies het recht dat men de NS nu al zoveel jaar zonder veel praktisch succes probeert af te nemen. Juist de toestanden rond die NS, die als grootschalig transportsysteem heel goed vergelijkbaar is met het kabelgebeuren, laat zien hoe ongelooflijk moeilijk je van zo'n eenmaal ontstane machtsconcentratie afkomt. En dan bemoeit de NS zich nog niet eens met wie wel en niet in de trein mag plaatsnemen, waar UPC dat wel zal gaan doen. Van Damme lacht het nu weg, onder het motto dat UPC wel een dominante positie op televisiegebied heeft die het niet mag misbruiken, maar reken maar dat UPC op termijn de eigen zenders, SBS voorop, gaat bevoordelen, en dat bij de Van Dammes dan de acceptatieknop omgaat.

Niet alleen bij de Telegraaf wordt de druk van de elektronische media op de gedrukte kranten nu snel zichtbaar, ook bij de eigenaar van deze krant, PCM is dat het geval. Nog maar twee, drie jaar geleden werden de kranten door de concerntop zeer kort gehouden als het om hun web-aspiraties ging. Nu ineens schieten ze volgens diezelfde top niet genoeg op. En in plaats van uit te zoeken hoe dat komt, vlucht men al accepterend naar voren: alles in een apart bedrijf met de juiste pizzalucht en colavlekken. Dat kan niet fout gaan, internet is immers niet voor bedaagde redacteuren, maar voor wizkids en `digirati'. Het is een angstig dunne filosofie, maar of het nu goed of misgaat, er komt een moment dat de papieren redacteuren wel moeten stoppen met accepteren. Dan krijgen ze van de vakbond een actie-shirt. En een petje om hun krant mee gedag te zwaaien.