ABORIGINAL KRIJGT TWEE JAAR CEL VOOR ROOF VAN FOSSIELEN

Bijzondere fossielen worden in toenemende mate beschouwd als waardevol `erfgoed' dat, evenals antieke voorwerpen, in het land van herkomst dient te blijven uit geschiedkundig oogpunt. En net zoals het smokkelen van kunst en antiek inmiddels in veel landen tot zware straffen aanleiding kan geven, zo gaan in steeds meer landen stemmen op om de roof van fossielen op gelijke wijze tegen te gaan. China heeft bijvoorbeeld strenge regels gesteld aan de uitvoer van bijzondere fossielen, zoals de beroemde gevederde sauriërs die bij Liaoning, in noordwest China, worden gevonden. Niettemin duiken dergelijke fossielen – soms voorzien van vervalste uitreisdocumenten – regelmatig op beurzen elders ter wereld op. Van veroordelingen in China wegens dergelijke praktijken is echter nog niets bekend.

Australië lijkt nu het eerste land dat wel dergelijke stappen heeft gezet in de strijd tegen de talrijke handelaren die graag een graantje meepikken van de vaak zeer hoge bedragen (soms miljoenen guldens) die op beurzen worden betaald voor uitzonderlijke fossielen (Nature, 2 maart). Een Aboriginal die in geldnood zat omdat hij zijn familie niet van zijn invaliditeitspensioen kon onderhouden, en die daarom belangrijke fossielen met groot materieel had vrijgezet uit het gesteente en vervolgens verkocht, kreeg een gevangenisstraf van twee jaar opgelegd. Michael Lathan, de voor de diefstal veroordeelde man, had aanvankelijk circa 350.000 gulden voor het stuk aan een verzamelaar gevraagd, maar verkocht het uiteindelijk voor zo'n 150.000 gulden. Niet alleen het vonnis was opmerkelijk, ook de diefstal zelf, want de desbetreffende fossielen hebben een grote betekenis voor de Aboriginals zelf. De rechter maakte daarvan ook gewag bij zijn uitspraak.

Het ging in dit geval in eerste instantie om de afdruk van een Megalosauropus, een vleesetende sauriër van ongeveer 9 meter lang, die ongeveer 120 miljoen jaar geleden leefde. De voetindruk van de sauriër maakt deel uit van een groot aantal, dat in een bepaalde formatie voorkomt bij Broome; deze vindplaats is een van de belangrijkste ter wereld. De wettelijke eigenaar van de fossielen is de staat (Western Australia), maar die ziet geen kans om die afdoende te beschermen.

Wat de veroordeelde zwaar werd aangerekend, was dat hij van een andere locatie ook twee fossiele menselijke voetstappen van ca. 7.000 jaar oud had geroofd. Hier zou immers niet alleen sprake zijn van een belangrijk fossiel, maar ook van een cultureel erfgoed. De veronderstelde koper van deze voetstappen werd vrijgesproken omdat zijn aankoop niet bewezen kon worden, en omdat de voetstappen weer boven water kwamen. Een daarvan werd overigens door een Aboriginal in zee gegooid (en ging verloren) uit woede over de gang van zaken.