Ze had geen bodyguards!

,,Dit is het hoogste gebouw van Den Haag. Jullie weten vast wel hoe het genoemd wordt, hè?'' vraagt de gids aan 34 kinderen uit groep acht van de Prins Willem Alexander school. We staan in het Ministerie van Volkgezondheid, Welzijn en Sport, een enorme blauwe vesting met twee torentjes in de vorm van een driehoek erop. Elke Hagenees weet hoe het gebouw heet, maar het is zo'n gekke naam om nu te zeggen. De kinderen van 11 en 12 jaar blijven stil, ze willen netjes zijn. ,,De tieten van Den Haag, of ook wel: de tieten van Borst,'' zegt de gids dan maar zelf. Borst is mevrouw Borst, de baas van het ministerie. Vandaag ontmoeten de kinderen haar in het echt. Ze gaan op bezoek bij minister Borst.

Eerst geeft de gids nog een rondleiding door het gebouw. In de keuken worden elke dag grote pannen soep en stapels broodjes gemaakt voor de tweeduizend ambtenaren die op het ministerie werken.

Het gebouw van minister Borst is zo groot dat het een eigen brandweer-afdeling heeft, in de kelder. Daar mogen de kinderen ook kijken. De brandweermannen zijn gewone ambtenaren, die ook een brandweerdiploma gehaald hebben. Tijdens het werk dragen ze een pieper bij zich, en zodra er brand is worden ze opgeroepen. Beneden hangen pakken klaar die tegen 1200 graden hitte kunnen, en flessen met 1600 liter zuurstof, voor op je rug. Er wordt veel geoefend, vertelt brandweerman Joost Boer: ,,Dan binden we onze mensen een lap voor hun ogen, want bij een echte brand zie je ook niks, en leggen we ergens een pop neer die heel zachtjes `help, help' roept. Die moeten ze dan redden.'' Joost heeft nog een goede tip voor als er thuis iets misgaat: ,,Nóóit terug naar binnen rennen. Spullen mogen verbranden, maar mensen niet.''

Nu is het wachten op minister Borst, in de Apollo zaal. Alle leerlingen hebben van tevoren een vraag bedacht om aan haar te stellen, maar welke ze gaat beantwoorden, kiest ze zelf. Tien minuten te laat stapt de minister binnen. Ze heeft een vriendelijk gezicht, maar ze praat streng: ,,We gaan beginnen, de eerste vraag kwam van Soesjen, geloof ik. Op welke scholen heb ik gezeten. Nou: eerst de kleuterschool, daar leerde ik knippen en kleuren, toen de lagere school, toen zes jaar gymnasium, allemaal in Amsterdam. Omdat ik dokter wilde worden, kwamen daar nog zeven jaar universiteit bij. Bedankt voor je vraag!'' Zo werkt ze haar lijstje af.

Ze vindt minister van volksgezondheid een leuke baan, maar wel `stevig': je moet vaak 's avonds werken, en in het weekend. Wat ze allemaal doet? Praten en nog eens praten. Met haar ambtenaren, met collega's uit de regering, met dokters, verplegers en patiënten. Het gaat over ziektes, wachtlijsten, medicijnen: alles wat met gezondheidszorg te maken heeft. Omdat ze zelf lang dokter was, voelt ze zich thuis op dit gebied. Ze zou bij geen enkel ander ministerie willen werken. Op welke leeftijd ging ze de politiek in, luidt de vraag van Jamal. Tweeënzestig! Een paar meisjes geven een gilletje van schrik. Zo oud al? ,,Jaja, ik had al een heel leven achter de rug. Ik was lid van de politieke partij D66, en in 1994 vroeg meneer Van Mierlo van die partij mij of ik minister wilde worden. Als je ouder wordt, merk je dat veel dingen in dit land slecht geregeld zijn. Als minister kan ik proberen om daar zelf wat aan te doen.''

Na twintig minuten is het voorbij. Minister Borst moet door naar een volgende afspraak. Haar blonde assistente kijkt zenuwachtig op haar horloge en houdt de deur voor haar open. De kinderen vonden de minister allemaal aardig. ,,Ze legde goed uit,''zegt Delanie (11). Nathalie (12) vond wel dat ze er ouder uitzag dan op televisie. Mary-Ann (12) vond haar vooral zo gewóón: ,,Ik had verwacht dat ze bodyguards bij zich zou hebben.''