Wonderbaarlijke redding

Franco Che Holmes was crimineel, nu is hij een Magna Cum Laude afgestudeerde schrijver. Elfde aflevering van een serie over de cultuur van Amerika.

Toen Franco Che Holmes uit de gevangenis kwam was hij een ander mens. Hij hield het snelle leven voor gezien. Hij droeg nog steeds de littekens die hij had opgelopen in de jaren dat hij in drugs handelde: op zijn voorhoofd de sporen die een slaghout naliet, op zijn linkerhand en -schouder de tastbare herinnering aan schotwonden. Maar hij wilde niet terug naar de stadse jungle waar hij vandaan kwam. Hij wilde naar school. En hij wilde gedichten gaan schrijven.

Het was niet makkelijk, vertelt Holmes (30) op de campus van Howard University, de vooraanstaande zwarte universiteit in Washington waar hij nu Engelse en Amerikaanse literatuur studeert. Hij spreekt zacht en behoedzaam, alsof één verkeerd woord de mooie oude bomen en de gazons waar groepjes studenten in de zon wandelen kan veranderen in de troosteloze flats van een verpauperde binnenstad.

Op zijn achttiende raakte Holmes op het criminele pad. Hij verkocht allerlei soorten drugs, begon zwaar te drinken en belandde regelmatig voor een paar weken in de gevangenis. Zodra hij vrijkwam keerde hij weer terug naar de hood, de achterbuurt in Alexandria (een voorstad van Washington) die zijn werkterrein was. Als dealer had hij altijd geld, mooie kleren en dure auto's.

Soms probeerde hij zijn leven wel te beteren. Maar bij geen enkele school, werkproject of baas hield hij het lang uit. Steeds zocht hij zijn criminele maatjes weer op. ,,Ik wist dat ik zelfs als boef een mislukkeling was'', zegt hij nu. ,,Pas toen ik voor een jaar de bak in draaide had ik de rust om na te denken hoe ik verder moest. Ik was opgesloten, maar ik had me nog nooit zo vrij gevoeld.'' En zo ontdekte hij zijn roeping als dichter.

Als kind van de hiphop-generatie beschouwde Holmes poëzie als een vertrouwde kunstvorm. Woorden boeiden hem altijd al, sinds zijn moeder hem als jongetje wekelijks meenam naar de bibliotheek. Toen de hiphop-muziek populair werd begon hij voor zichzelf rap-teksten te schrijven. In de gevangenis schreef hij een toneelstuk. ,,Mijn medegevangenen voerden het op. Het ging over een zoon die worstelt met een leven zonder vaderfiguur.'' Een overbekend verhaal voor veel zwarte jongeren in Amerika, en ook voor Holmes. ,,Mijn vader was niet meer de oude toen hij terugkwam van de oorlog in Vietnam. Hij verliet ons gezin toen ik klein was en ik heb hem nooit kunnen vragen waarom hij als mijn tweede naam Che heeft gekozen.''

Maar nu heeft Holmes een visitekaartje waarop staat: Franco Che Holmes, schrijver. Beschikbaar voor spreekbeurten. Na een jaar achter de tralies en nog een jaar in een afkick-centrum wist hij een plaatsje te krijgen aan een college in Virginia (waar hij Magna Cum Laude zijn bachelor's degree haalde) en later aan Howard, waar hij wil afstuderen. In zijn eerste poëzie-bundel, Urban Faces, schrijft hij met een mengeling van trots en zelfspot wat zijn ambitie is:

Intellectual

Role Model Artist

Professor

Humane

Caring & Considerate

Courageous

(A hard act to follow,

but here goes)

Franco C. Holmes

Het boekje, dat vorig maand verscheen in een oplage van vijfhonderd, is niet makkelijk te vinden. Maar bij een lokale boekhandel die in Afro-Amerikaanse literatuur is gespecialiseerd ligt het op een stapeltje naast de kassa. ,,Als u een gesigneerd exemplaar wilt hebben moet u vanmiddag terugkomen'', zegt de boekverkoopster. ,,Dan leest hij hier voor uit eigen werk.''

Zo'n twintig mensen komen die middag naar de nieuwe dichter luisteren. Ze zitten doodstil op klapstoeltjes achter in de winkel, als Holmes begint te lezen. Sommige gedichten gaan over mensen uit zijn vorige leven, zoals een zekere Smitty die een voormalige klant kan zijn geweest:

Smitty hikes at night

back and forth

around in circles

frail and paranoid

somebody's child

Going no where...3 A.M.

Strung out...Deteriorating

Feening* for the next get-high.

In andere gedichten schrijft Holmes over racisme en de ervaring van zwarte mannen in Amerika, maar ook over een straatgitarist, een nerveuze duif, de liefde voor het leven en het oogsten van watermeloenen. Na afloop bedelft het publiek brother Franco onder de vragen. Iemand wil weten of hij van hiphop houdt (ja), een ander of hij hulp had bij de ommekeer in zijn leven (ja, van God en van verschillende mentoren).

De poëzie van Holmes heeft duidelijk indruk gemaakt, vooral een gedicht (`You Got that Money?') dat hij al rappend opzegde. Maar de grootste belangstelling gaat toch uit naar zijn leven, dat dan ook een klassiek Amerikaans verhaal: diepe val gevolgd door wonderbaarlijke redding. Hoe kunnen we hiervan leren, wil het publiek weten. Als leraren, maatschappelijk werkers en familieleden blijken ze bijna allemaal wel met jongeren in de goot te maken te hebben. Kan Holmes niet eens komen praten op hun school, buurthuis of festival van straatpoëzie?

Hij doet het graag, zegt hij, zolang hij het met zijn studie kan combineren. ,,Ik ben niet vergeten waar ik vandaan kom, ik keer de hood niet de rug toe. Af en toe zie ik nog mensen van vroeger, die hun leven níet veranderd hebben maar mij wel aanmoedigen. Ik hou van ze, op afstand.''

Op Howard University stilt Holmes niet alleen zijn honger naar kennis en literatuur, hij krijgt er ook een heel ander beeld van jonge Afro-Amerikanen dan hij in Alexandria had, en dan de meeste Amerikanen hebben. In het gedicht `Freedom' schrijft hij:

This is a poem

About beautiful black flowers

Blossoming everywhere

[...]

A poem

about black people

basking freely in the Sun

lying down on

the grass enjoying the wheather

on college campuses or in public parks

meditating or reading a book

In short,

this is a poem about freedom.

*feening: smachtend, hunkerend