Waarom moeten wij Almada lezen?

In maart 1915 verscheen in Portugal het eerste nummer van het tijdschrift Orpheu, waaraan de drie belangrijkste vertegenwoordigers van het Portugese modernisme meewerkten: Fernando Pessoa, Mário de Sá-Carneiro en José de Almada Negreiros. Orpheu viel als een steen in het water van de Portugese letteren. Er werd een nieuwe taal in gesproken, die brak met de hoogdravende burgerlijkheid van de negentiende eeuw, choquerend, direct en sensualistisch. Het tijdschrift verwekte schandaal en daar was het de initiatiefnemers ook om te doen geweest.

Een tweede nummer, dat drie maanden later verscheen, was nog radicaler, maar daarmee was tegelijk ook het lot van het tijdschrift beslist. De vader van Sá-Carneiro weigerde het verder te financieren en het derde nummer, dat al grotendeels klaar was, is nooit verschenen. Almada Negreiros had er een antiburgerlijk manifest voor geschreven (Tafereel van de haat) dat met zijn felheid waarschijnlijk alle voorafgaande schandalen in de schaduw zou hebben gesteld. Het zou pas ruim veertig jaar later volledig worden gepubliceerd.

Almada Negreiros is van het drietal van Orpheu buiten Portugal de grote onbekende gebleven. Hij schreef, naast gedichten, manifesten en de novelle De strijkster, slechts één roman, die nu onder de titel Schuilnaam Judith in het Nederlands is vertaald. Terwijl Pessoa inmiddels geldt als de grootste Portugese schrijver van deze eeuw en faam van de jong gestorven Sá-Carneiro verbonden bleef aan zijn enkele jaren geleden vertaalde roman De bekentenis van Lúcio, bleef Almada buiten Portugal een onbekende.

Dat is wel te begrijpen. Almada was in de eerste plaats een beeldend kunstenaar, die in de tijd van Orpheu hartstochtelijk het futurisme was toegedaan. In 1917 verdedigde hij die beweging met een eigen Futuristisch manifest, gekleed in een clownesk opbollende overall, als een kruising tussen Hugo Ball en Theo van Doesburg, die in die tijd in soortgelijke uitdossingen het dadaïsme uitdroegen. Met Van Doesburg (ook een beeldend kunstenaar die was gaan schrijven) had hij bovendien de typografische experimenten in zijn poëzie gemeen en het gevoel voor theater en schandaal.

Dat maakte hem tot de meest flamboyante persoonlijkheid van de drie, maar ook de meest vluchtige. Zowel zijn optreden als zijn werk is belangrijker geweest door het moment waarop ze tot stand kwamen dan door hun blijvende waarde. Hoe gewaagd en baanbrekend een manifest als Tafereel van de haat ook geweest mag zijn, de schrille toon en soms puberale woordkeus ervan lees je vandaag niet zonder gêne. Het is een tekst met een ontegenzeglijk belang, maar alleen omdat hij geschiedenis gemaakt heeft en daar inmiddels geheel en al toe behoort.

Dat geldt in veel opzichten ook voor Schuilnaam Judith. Almada vertelt er het verhaal in van de jonge provinciaal Luís Antunes die in Lissabon in het leven wordt ingewijd, een tijd lang samenwoont met het hoertje Judith en tenslotte gelouterd zijn leven vervolgt. Hij schreef het in 1925 maar publiceerde het pas dertien jaar later, waarbij hij vermoedelijk aan begin en einde een paar hoofdstukjes toevoegde. Dat verklaart de vreemde opbouw van de roman. Het middendeel is geschreven in een nuchtere, bondige en realistische stijl, maar zit ingeklemd tussen een beschouwelijke in- en uitleiding waarin een heel andere toon wordt aangeslagen.

Almada begint met een spitse causerie over het belang van het hebben van een naam (`Judith' is een valse naam), die op briljante wijze overloopt in het eigenlijke verhaal. Aan het slot van de roman vindt net zo'n overgang plaats, maar dan in het saaie. Het verhaal eindigt met een overpeinzing van Antunes over oprechtheid en onbaatzuchtigheid, met tenslotte een onvervalste `moraal' zonder enige ironie. Wat is er van de oneerbiedig provocerende Almada uit de tijd van Orpheu geworden?

Het baanbrekende van Schuilnaam Judith lag dan ook niet in deze in- en uitleidingen, maar in de onopgesmukte manier waarop Almada zijn verhaal van Antunes en Judith vertelde. Hij deed dat met een onmiskenbare trefzekerheid, die scherp afstak tegen de wijdlopigheid van de stilistische conventies, en die door de intrige van buitenechtelijke begeerte de morele conventies moet hebben geschokt. Maar geen van beide zal de hedendaagse lezer nog frapperen. Schuilnaam Judith is een roman die definitief tot het verleden behoort, belangrijk om wat hij ooit heeft betekend, al kunnen wij die betekenis niet meer geheel ervaren.

José de Almada Negreiros: Schuilnaam Judith. Uit het Portugees vertaald door Catherine Barel. De Prom, 160 blz. ƒ34,90