Tsjetsjeense oorlog kan Rusland verder internationaal isoleren

De oorlog in Tsjetsjenië moet langs politieke en niet langs militaire weg worden beëindigd. De Verenigde Staten nemen geen blad voor de mond om dit aan de leiders in het Kremlin duidelijk te maken en stellen de schendingen van de rechten van de mens openlijk aan de kaak, stelt Madeleine Albright.

Rusland beleeft tegelijkertijd een historische verkiezingsstrijd om het presidentschap en een bloedige, internationaal als schokkend ervaren, militaire strijd in Tsjetsjenië. Het is zonneklaar dat beleidsmakers in de Verenigde Staten enerzijds partijdigheid in de Russische verkiezingscampagne moeten vermijden, maar anderzijds geen twijfel mogen laten bestaan over onze ernstige bezwaren tegen deze brute, zinloze oorlog. Toch lijkt de mening te hebben postgevat dat de regering-Clinton waarnemend president Vladimir Poetin zou `steunen' en dat de VS aarzelen Rusland te kritiseren om zijn optreden in Tsjetsjenië. De feiten zijn echter geheel anders.

Amerikaanse functionarissen, met president Clinton aan het hoofd, hebben Poetin omschreven als een bekwaam en energiek man, goed op de hoogte, die de dingen bij hun naam noemt en zich positief uitlaat over economische hervormingen, rechtsstaat en wapenbeheersing. Allemaal feitelijke constateringen, maar daarom nog geen steunbetuiging.

Het is moeilijk de twee hoofdlijnen in Poetins levensloop met elkaar te rijmen. Enerzijds heeft hij aansluiting gezocht bij de economische hervormers van St. Petersburg. Anderzijds heeft hij het grootste deel van zijn loopbaan doorgebracht bij de KGB en leidt hij de uitermate verwoestende veldtocht in Tsjetsjenië. Ook Russische commentatoren kunnen deze feiten maar moeilijk met elkaar verenigen en vragen zich af of Poetin echt een samenleving op basis van een rechtsstaat wil, of iets anders, namelijk wat ik heb genoemd ,,orde met een grote O''.

Het heeft weinig zin heeft hierover nu al een eindoordeel te vellen; het is ook onmogelijk, omdat het gaat om wat Poetin doet en niet om wat hij denkt en omdat wij moeten proberen, door wat wij zelf doen en zeggen, invloed uit te oefenen op wat hij doet.

In geen andere kwestie is duidelijkheid van Amerikaanse kant belangrijker geweest dan inzake de oorlog in Tsjetsjenië. Wij respecteren de territoriale integriteit van Rusland en erkennen volledig de plicht van de Russische regering om terrorisme op eigen grondgebied te bestrijden. Maar waar het Russische optreden om kritiek vraagt, nemen wij geen blad voor de mond. Toen vorig jaar september, nog voordat de oorlog begon, twee flatgebouwen in Moskou door bommen werden verwoest, waarschuwden wij dat dit geen voorwendsel mocht worden om de burgerlijke vrijheden te beknotten. Toen Russische strijdkrachten in oktober een markt in Grozny bombardeerden, heb ik dat ,,onheilspellend en betreurenswaardig'' genoemd. Toen de militaire campagne een allengs gruwelijker tol aan burgerslachtoffers eiste, zeiden wij dat het ongedifferentieerde gebruik van geweld door het Russische leger ,,niet te rechtvaardigen [is], en wij veroordelen het''.

Tijdens de topconferentie van Istanbul in november sprak president Clinton Boris Jeltsin toe ten overstaan van een groot gezelschap Europese staats- en regeringsleiders. Hij zei dat Rusland deze oorlog niet mocht beschouwen als een eenvoudige binnenlandse aangelegenheid. Na de verdwijning in januari van Andrej Babitski, verslaggever van Radio Free Europe/Radio Liberty stelden de VS de Russische regering aansprakelijk voor zijn lot en riepen we Moskou op ,,open kaart te spelen''. In februari gingen de VS in het jaarlijkse mensenrechten-rapport gedetailleerd in op de afschuwelijke humanitaire gevolgen van de oorlog.

Toen Human Rights Watch rapporteerde over standrechtelijke executies in Grozny, eisten we een volledig en open onderzoek in het bijzijn van internationale waarnemers, en bestraffing van de verantwoordelijken. (Ik moge hierbij aantekenen dat het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken zijn Amerikaanse tegenhanger wegens zulke uitspraken heeft beticht van ,,informatie-terrorisme''.) Ik heb waarnemend president Poetin vorige maand persoonlijk meegedeeld dat Rusland alleen kan volhouden dat het zijn internationale verplichtingen serieus neemt wanneer het deze beschuldigingen tot op de bodem uitzoekt. Dezelfde niet mis te verstane boodschap heeft president Clinton eerder deze maand afgegeven in een brief aan Poetin over Tsjetsjenië. En ik heb de kwestie boven aan mijn agenda gezet toen ik onlangs in Lissabon minister van Buitenlandse Zaken Igor Ivanov ontmoette.

Men zegt wel dat de Amerikaanse regering Rusland niet zou willen kritiseren omdat ze bang zou zijn daarmee de onderhandelingen over wapenbeheersing nadelig te beïnvloeden. Nu laten de feiten geen twijfel bestaan over de kritische houding van de VS, maar alleen de gedachte al aan zo'n koppeling vraagt om commentaar. De VS ijveren zeker voor wapenbeheersing, maar het zou tegen de Amerikaanse beginselen en belangen indruisen wanneer we ons wat betreft Tsjetsjenië zouden inhouden, en dat gebeurt dan ook niet.

Wat voor afspraken over andere kwesties de VS ook trachten te maken, we moeten Rusland tot het inzicht brengen dat deze oorlog – die te oordelen naar de aantallen Russische slachtoffers van de afgelopen weken nog geenszins voorbij is – langs politieke en niet langs militaire weg moet worden beëindigd. Een weigering van Moskou dit te erkennen kan alleen maar leiden tot verdergaand internationaal isolement. Om dat duidelijk te maken zullen we blijven zeggen waar het op staat.

Madeleine Albright is minister van Buitenlandse Zaken van de Verenigde Staten.

© LAT-WP News Service

niet om wat hij denkt