Rover leed onder BMW's zigzag-rijstijl

Het dure pond, slechte managers en een imago-probleem werden Rover onder BMW fataal. Slaagt Alchemy, de nieuwe eigenaar, er wel in oud ijzer in goud te veranderen?

Rover is een moderne, robuuste en stijlvolle auto, maar de rijstijl van de laatste eigenaar – gas-remmen-gas-remmen – was geen gezicht. Dat is de verklaring die de Britse Rover-dealers geven voor de vorig jaar met een kwart gedaalde omzet, die het Duitse moederbedrijf BMW gisteren dwong de voormalige hoeksteen van de Britse auto-industrie te verkopen. Volgens Alan Pulham, hoofd van de dealerskoepel, heeft de consument het vertrouwen in Rover niet verloren omdat de auto's mechanisch niet zouden deugen, maar door de ,,aanhoudende speculatie uit Duitsland'' over het al dan niet voortzetten van Rover.

Er zijn andere verklaringen. Zoals deze: de auto's zijn prima maar het merk deugt van geen kanten. Neem de Rover 75, het jongste en duurste model, dat modern en klassiek moet ogen. Het heeft wereldwijd bewondering en prijzen geoogst. Die auto zou Rovers fortuin keren, was het idee. Toch zijn er vorig jaar maar 25.000 van verkocht en staan er nog 25.000 op een klant te wachten.

Waarom? Volgens Jeremy Clarkson, de extravagante gastheer van het populaire BBC-autoprogramma Top Gear is Rover ,,een van de minst coole merken in de markt''. Bij Rover denk je ,,op zijn best aan een arts in een tweedpak en op zijn slechtst aan Red Robbo'', de militante vakbondsleider Derek Robinson die in de jaren zeventig stakingen bij British Leyland leidde, aldus Clarkson. ,,Rover, dat is een naam voor een hond.''

Dat heeft de Britse investeringsgroep Alchemy, de nieuwe en vijfde eigenaar in tien jaar, ook begrepen. Van Rover's Return zal geen sprake zijn; hoewel de huidige modellen – naast de Rover 75 ook de 25- en 45-serie – voorlopig in productie blijven, worden nieuwe modellen uitgebracht onder de naam MG, waarop BMW de rechten ook opgeeft. MG heeft als `armeluis-Jaguar' naam gemaakt met sportauto's. Het geeft aan welke kant Alchemy op wil: minder auto's, minder braaf en in een duurder segment van de markt.

Dat is slecht nieuws voor de fabriek in Longbridge bij Birmingham, de grootste Rover-vestiging en de zwaarste molensteen om de nek van BMW. De staf van de fabriek kreeg vanmorgen te horen dat ,,een groot deel'' van de 8.500 werknemers ontslagen zal worden. Zware klappen zullen dit keer zeker ook vallen bij het management, dat volgens sommigen minstens zo'n groot probleem is als het dure pond dat de export van Rovers drukte. Longbridge geldt met een jaarproductie van 21 auto's per werknemer als een van de minst productieve autofabrieken van Europa; Volkswagen maakt er drie keer zoveel. Een Mitsubishi-werknemer maakt er 98. ,,BMW is gek geweest om zes jaar lang miljarden in Longbridge te pompen, het management hoofdzakelijk te laten zitten en ze niet op resultaten af te rekenen'', aldus een financiële analist vanochtend voor de BBC-radio.

Maar of The English Patient, zoals Rover in Duitsland heet, het redt met deze operatie – amputatie is een beter woord – is de vraag. Om in een wereldwijde consoliderende markt precies het tegenovergestelde te doen, moet je sterk in je schoenen staan. Aan een aantal basisvoorwaarden lijkt wel voldaan. Zo krijgt de nieuwe eigenaar Rover goedkoop en blijft BMW onderdelen leveren. Maar Alchemy, dat eerder een doe-het-zelf-keten en een juweliersbedrijf naar de beurs bracht, moet nog bewijzen met Rover oud ijzer in goud te kunnen veranderen.