Ron Mandos

Galerie Ron Mandos ligt buiten het Rotterdamse stadscentrum verscholen in `Noord'. Een wijk waar alle nationaliteiten van de Verenigde Naties vertegenwoordigd zijn. Het souterrain en de begane grond van zijn `burgermanshuis' stelde Mandos (39) in september '98 open als galerie en hij maakte er intussen een zestal tentoonstellingen, afgewisseld door boekpresentaties of sprookjestheater voor buurtkinderen.

Op uitgesproken beleid is deze galerie niet te betrappen. Mandos houdt van dubbel-tentoonstellingen: industriële vormgeving èn beeldende kunst. Verkoop is bijzaak. Nodigt hij een kunstenaar uit, dan mag die rustig de boel tot spookhuis verbouwen. Dat deed Netty van Osch door de nachtmerries uit haar jeugd te verbeelden: een hyperblauwe kinderkamer met grafzerken, waarachter zich morbide knuffelkrengen schuilhielden. Haar tegenhanger was Fransje Killaars die een speelweide maakte met een donzige stoffenmozaïek in snoepgoedkleuren. Eerder gebruikte Michael Tedja dezelfde ruimte als atelier om er de vloeren met zijn tekeningen te bezaaien. En in april en mei worden de exposanten Roy Villevoye en Joep van Lieshout verwacht.

Het zou me niet verbazen als er nog eens installatie-achtig wordt uitgepakt met rozen, hyacinten of vrouwentongen. Want, net als Geer Pouls van de Rotterdamse galerie Brutto Gusto, is Mandos een bloemist – zij het in ruste. Chambres d'Amis, het Gentse kunst-in-huiskamer-spektakel van Jan Hoet `bekeerde' hem in 1986 al tot de beeldende kunst. ,,Maar als ik in een winkel naar een emmer kijk, weet ik nog steeds precies hoe het met de kwaliteit van de bloemen is gesteld', zegt hij.

Nu op 25 locaties in Rotterdam werken op papier zijn te zien – tekeningen van Ger Lataster bij galerie Liesbeth Lips, aquarellen van Peter Otto in de Schouwburg, o.a. Eric Hirdes en Klaas Gubbels bij galerie Duo Duo, tekeningen van Mathieu Ficheroux en Marenne Terlingen bij Galerij Erasmus – wilde Mandos de contrasten op dat gebied eens flink aanscherpen. Hang bijvoorbeeld de verfijnde zeefdruksels van Han Hoogerbrugge (1963) eens in de buurt van de één, twee meter grote, figuratieve pasteltekeningen van Roland Sohier (1950), die enigszins à la Roland Topor het absurdistische ongemak van medemenselijke ontmoetingen aan de orde stelt in een losse, maar toch traditionele tekenstijl.

Hoogerbrugge, daarentegen, speelt zelf de dwaas in kleine series zelfportretten, neergezet met een inktpennetje, scherp als een speld. We zien hoe hij zich met een startpistool door het hoofd schiet of hoe hij als `Smileface' zijn gezicht, gefaseerd als in een tekenfilmpje, laat veranderen in een halloween-maskertje. Op zijn website (www.hoogerbrugge.com) springt, kruipt en tuimelt hij als stripfiguur door een échte huiskamer, supermarkt en parkeergarage. Het zijn eerder grappen dan inzichtgevende beelden uit een kunstenaarsbestaan.

Ook tussen het werk van de twee vrouwelijke exposanten gaapt een stilistische kloof. Mariëtte Maaskant (1968) zet in een zee van wit met één trefzekere, gelijkmatige lijn het gedeeltelijke profiel van een vrouwenlijf of een verleidelijke zithouding neer. Wie nou net bij TENT in de Witte de Withstraat weer eens heeft geconstateerd hoe onbehouwen Erik van Lieshout in zijn kolossale, gekrijtkraste tekeningen het vrouwelijk kruis durft te benaderen, raakt van Maaskants lichaamsstudies, `analyses', niet meer onder de indruk. Te braaf, te klinisch en te esthetisch om langer de aandacht te trekken dan een verkeersbord.

Maar bij de robuuste houtsneden van haar tegenpool Mariska van Duffelen (1975), vorig jaar winnares van Royal Grafiekprijs, sta je wèl even stil. Want ze scheept de toeschouwer op met `harde' kinderportretten waar je niet zo één, twee, drie raad mee weet. Haar close-ups, in grove, verticale banen uit de houtennerven gesneden, geven te denken over schuld en onschuld, over verantwoordelijkheid en onverschilligheid. Alsof in elk portret al iets wringt tussen de mooie verwachtingen die het kind van het leven nog koestert, en de uiteindelijke werkelijkheid van de volwassenen die ze teniet zal doen. Misschien zijn het de projecties van de toeschouwer. In elk geval is het knap om met zo'n middeleeuwse techniek eigentijdse beelden te produceren die nog écht ergens over lijken te gaan.

De meeste exposities in Rotterdam duren tot 2/4. Galerie Ron Mandos, Rodenrijselaan 24, 3037 XE Rotterdam. t/m 25/3. Open: do.,vr. en za. 13-17.30 uur. 010-4677590. ron123@wxs.nl