Peper overtrad regels volgens rapport vaak

Oud-minister Peper (Binnenlandse Zaken) heeft als burgemeester van Rotterdam vele buitenlandse reizen met een voornamelijk privé-karakter gedeclareerd bij de gemeente. Er moet ernstig betwijfeld worden of deze uitgaven – veelal tienduizenden guldens per reis – rechtmatig zijn gedaan.

Dit staat in het vanochtend vrijgegeven rapport van de Rotterdamse raadscommissie die de declaraties van Peper en 23 wethouders in de periode 1986-1999 heeft onderzocht.

De fractievoorzitters van VVD, D66, CDA en GroenLinks in de Tweede Kamer menen op grond van het onderzoeksrapport dat minister Peper terecht is teruggetreden. Zij vinden de inhoud van het rapport dermate belastend dat Pepers functioneren als minister van Binnenlandse Zaken ernstig in het gedrang zou zijn gekomen. PvdA-fractieleider Melkert wilde vanmorgen niet reageren. Peper trad af met als argument dat hij als minister van Binnenlandse Zaken onvoldoende ten strijde kon trekken tegen de onderzoekscommissie. Hiermee zou de waardigheid van het openbaar bestuur in het geding komen. Peper herhaalde maandag dat hem geen enkele blaam treft.

Uit het rapport blijkt dat Peper, veelal samen met zijn echtgenote N. Kroes, veelvuldig dienstreizen namens de gemeente combineerde met privé-reizen. Volgens de commissie is Peper er ten onrechte vanuit gegaan dat hij deze reizen volledig bij de gemeente kon declareren. Pepers verweer – dat hij als burgemeester in de periode 1982-1998 24 uur per dag ten dienste van de gemeente stond – wordt door de commissie verworpen.

De commissie meent dat Peper de formele regels veelvuldig heeft overtreden. Een verslaglegging van reizen ontbrak veelvuldig. Voorgeschreven normen inzake financiële verantwoording werden niet nageleefd. Ook het doel om zo sober en efficiënt mogelijk met gemeentelijke uitgaven om te gaan is door Peper veelvuldig overtreden.

De commissie is ook kritisch over een groot aantal ex-wethouders van Rotterdam, onder wie P. Vermeulen (thans directeur Bank Nederlandse Gemeenten) en R. den Dunnen (thans secretaris-generaal van het ministerie van VROM), alsmede de zittende wethouder H. Simons (haven). Hun dubieuze uitgaven zijn aanzienlijk minder omvangrijk.

De advocaat van Peper, J. Mentink, zei vanochtend dat hij geen juridische stappen tegen de commissie onderneemt.PEPER

Wel nodigt hij de gemeenteraad van Rotterdam uit om naar de rechter te stappen om te veel gedeclareerde gelden terug te vorderen. Mentink verwacht niet dat de raad daartoe zal overgaan. ,,Wij zien dat met een gerust hard tegemoet. Als de raad niet naar de rechter stapt zegt dat wat over de kwaliteit van het COR-rapport.''

De raadscommissie heeft ,,veel last gehad van val- en tegenwind'', zei voorzitter M. van Ravesteijn van de commissie op een persconferentie in Rotterdam. De declaraties waren volgens haar rapport soms slordig of zelfs onrechtmatig, maar Van Ravesteijn benadrukte dat 95 procent van alle kosten correct in rekening zijn gebracht.

De commissie vond geen reden om aangifte bij Justitie te doen over eventuele onrechtmatige uitgeven. Dat oordeel laat ze aan de gemeenteraad die volgende week over het rapport zal vergaderen.

De Rotterdamse PvdA-fractie constateert dat de bestuursuitgaven ,,over het algemeen rechtmatig, functioneel en doelmatig zijn geweest''. Maar de PvdA constateert ,,met verslagenheid'' dat bij een aantal uitgaven grote twijfels blijven bestaan over de rechtmatigheid. De PvdA neemt in de verklaring vervolgens afstand van Peper.

Fractieleider L. Bolsius van de CDA-gemeenteraadsfractie acht het positief dat de COR vaststelt dat in Rotterdam ,,duidelijk geen aparte declaratiecultuur zonder regels'' bestond. De regels moeten nog zorgvuldiger worden nageleefd en de controle zal nog groter moeten zijn, aldus Bolsius.

D. Marapin van D66 constateert dat ,,het mysterie dat in het Rotterdamse stadhuis maar lukraak zou worden gedeclareerd, is ontrafeld: dat is niet het geval''. Aan de andere kant hebben enkelen ruimhartig gedeclareerd en gebruik gemaakt van gemeentelijke faciliteiten. De Socialistische Partij hoopt dat ex-leden van colleges van B en W kosten die `onomstotelijk privé' zijn, terugbetalen. De SP vindt ook dat de gemeente eventueel via de rechter kosten moet terugvorderen.