Oude pioniers willen op net blijven pionieren

Bankieren, verzekeren en beleggen via Internet iets nieuws? ING grijpt terug op het verleden. ,,Wij zijn, bijvoorbeeld met het thuis- bankieren van de Postbank, altijd al pionier geweest en zullen dat blijven''

Banken zijn eigenlijk Internetfondsen. Dat lijkt de belangrijkste boodschap van ABN Amro, Rabobank en gistermiddag ook ING. Natuurlijk, de winst is wel belangrijk, maar de meeste tijd besteedden de bestuursvoorzitters van de grootbanken aan de promotie van virtuele zaken.

Was vroeger de oversteek van de Atlantische Oceaan de grote uitdaging voor het bedrijfsleven (en zijn aandeelhouders), tegenwoordig staat alles in het teken van de nieuwe overtuiging van de Nieuwe Economie: Internet en zakendoen over het Net (e-business) zijn een vitaal onderdeel van de strategie. Internet een hype? ,,De rage ligt vooral in de prijs'', zei bestuursvoorzitter G. van der Lugt gistermiddag. ,,Als zodanig is Internet geen hype.''

ABN Amro maakte twee weken geleden bekend 1,8 miljard euro te zullen investeren in de elektronische distributie van haar producten, ING telde bij dat bedrag nog eens 200 miljoen euro op. ,,En in drie jaar'', benadrukte financieel bestuurder C. Maas nog even voor de zekerheid. Zijn concurrent aan de overkant van de snelweg denkt zeven jaar nodig te hebben om het geld uit te geven.

Maar de boodschap van ING concentreerde zich niet op de noodzakelijke kosten om een moderne `Internet-bank' te worden. Het moederconcern van onder meer de Postbank en Nationale-Nederlanden is het namelijk al. ,,Wij zijn, bijvoorbeeld met het thuisbankieren van de Postbank, altijd al pionier geweest'', verklaarde de gisteren 60 jaar geworden Van der Lugt. ,,En zullen dat blijven. En wij sluiten geen bankkantoren, en dat geldt ook voor de Postkantoren, want wij blijven ook geloven in de fysieke distributie, waarmee wij al die mooie winsten hebben behaald.'' Eerder maakten ABN Amro en Rabobank bekend het mes te zetten in hun kantorennetwerk.

ING lijkt inderdaad een voorsprong te hebben op het gebied van elektronisch bankieren. Niet alleen door de Postbank en haar oude Girotel-concept, maar ook door ING Direct, waarmee het concern al in drie landen actief is. In Canada zijn er in 2,5 jaar een kwart miljoen thuisbankiers gevonden, die in de helft van de gevallen hun bankzaken via Internet doet. Behalve in Spanje en Australië wil ING het direct-concept (sparen, verzekeren, beleggen via pc of telefoon) dit jaar ook in Frankrijk, de Verenigde Staten en Italië introduceren. Binnen twee jaar moeten drie tot vier miljoen mensen buiten Nederland klant bij ING Direct zijn geworden. ABN Amro maakt later dit jaar bekend in welk Europees land zij voor particulieren een Internet-activiteiten gaat aanbieden.

Een deel van de plannen wordt vermoedelijk via een beursgang van één of meer ING-onderdelen gefinancierd. Zo kan de gratis Internet-aanbieder Freeler (400.000 klanten) enkele miljarden opleveren, getuige de hype rond World Online. ,,Ik sluit niets uit'', aldus Maas.

De aanloopverliezen op Internet-activiteiten en ING Direct laten hun sporen achter in de resultaten. Het resultaat voor belastingen bij de divisie Financial Services International (ING buiten de Benelux) is vorig jaar met 40 procent gedaald tot 447 miljoen euro. Overigens is het totale resultaat voor belastingen van ING dankzij spectaculair herstel bij de zakenbankactiviteiten van ING Barings en diverse boekwinsten, waaronder 1,5 miljard euro op de verkoop van een pakket aandelen in Libertel (mobiele telefonie), met 73 procent gestegen tot ruim 6 miljard euro (ruim 13 miljard gulden).

ING geeft voor het eerst inzicht in de waarde die toegekend kan worden aan de toekomstige winststroom van de verliesgevende verzekeringsactiveiten in nieuwe landen, zoals Centraal Europa en Zuid-Korea. Hun toekomstige winst wordt vertaald in de zogeheten embedded value, die per eind september 1999 uitkomt op 1,4 miljard euro. ING wil ook voor haar ,,volwassen'' verzekeringsactiviteiten deze waardebenadering gaan geven.

Een andere financiële innovatie is het rendement op het geïnvesteerd vermogen per divisie (ook per eind september). Daaruit blijkt de winstgevendheid van het Nederlandse bedrijf (31 procent rendement) en vermogensbeheer (46 procent), terwijl Financial Services International en bedrijfskredietverlening samen op 4 procent blijven steken.