Ook bij de echte Carmen gaat het om liefde en dood

`Opera' is niet de juiste betiteling voor de Carmen die in Carré als `Andalusische opera' wordt aangekondigd. Eerder is het een flamenco-versie met zang en dans van het verhaal van de Spaanse zigeunerin Carmen, die werd gedood door haar minnaar Don José nadat ze hem had verlaten voor een stierenvechter.

Carmen, een sigarenmaakster uit de Sevillaanse wijk Triana, verwierf eeuwige roem door het verhaal dat de Franse schrijver Prosper Mérimée in 1845 schreef en vooral door de hierop gebaseerde opera van Bizet die in 1875 in première ging.

Carmen, die echt heeft bestaan, wordt daarin voorgesteld als een losbandige verleidster die in kroegen rondhing en zich afgaf met lieden van laag allooi. Zo kan de echte Carmen niet geweest zijn, meent Salvador Távora, leider van de groep La Cuadra de Sevilla die de voorstelling geeft. Brutaal, misdadig en frivool gedrag zoals Mérimée haar toeschreef was voor een zigeunerin uit de arbeidersklasse onmogelijk, zegt Távora.

Uit verhalen van zijn overgrootmoeder en de historische bronnen die hij bestudeerde kwam een strijdbare vrouw tevoorschijn die demonstraties leidde tegen de armzalige werkomstandigheden van vrouwen in het Sevilla tussen 1800 en 1830. En ze eigende zich de vrijheid toe om er een minnaar op na te houden.

Távora wilde die andere Carmen laten zien en schreef daarom zijn `opera'. Maar ook hierin zien we Carmen niet als sufragette op de barricaden. Ook Távora's verhaal draait vooral om het liefdesdrama. Theatrale gebaren en gekwelde blikken wijzen al in het begin op dreigende onheil van de naderende dood.

In een mooi, eenvoudig decor spelen zich een reeks scènes af met afwisselend zang, dans of een combinatie van beide.

De hoofdrolspelers worden vertolkt door dansers. De Carmen van Távora is vooral een ode aan de zapateado, het roffelende voetenwerk waarmee elke dans gepaard gaat, met als hoogtepunt de dans van Carmen met een wit paard, dat ook al netjes op de maat met zijn hoeven klappert.

Voor een groot publiek is dit virtuoze hakkengeklap waarschijnlijk aantrekkelijk, zoals bleek uit de ovatie na afloop, de echte flamencoliefhebbers zullen vergeefs op het subtielere werk wachten.

Voor de muziek is gebruik gemaakt van Andalusische volksmuziek en drie keer, onder meer voor de dans met het paard, heeft Távora zelfs een bandopname van de verguisde Bizet van stal gehaald. Verder is de begeleiding in handen van een, steeds op het podium aanwezig, muziekkorps.

Het bestaat uit 26 trommels en `kornetten', gebogen koperen hoorns waarvan het helse, doordringende geluid doet denken aan de muziek bij stierengevechten of Spaanse dorpsfeesten. De echte flamencogeluiden komen van de twee gitaristen en de zangers, die met mooie, volumineuze stemmen de door de ziel snerpende geluiden produceren die bij dit genre passen.

Concert: Voorstelling: Carmen van Salvador Távora. Door: La Cuadra de Sevilla met medewerking van Banda de Cornetas y Tambores Santísimo. Gezien: 16/3. In: Koninklijk Theater Carré. Aldaar t/m 26/3, dagelijks behalve maaandag, res. 020-6225225 of 0900-0191.