Omnibus subinanibus liber*

Als boekbespreker ben je wel wat gewend. Een epos over het boerenleven in schuurtjes en bijenkorven. Een roman over een man die in een ezel verandert. Een autobiografie van iemand die beweert dat hij heel Frankrijk veroverd heeft. Een uitputtende beschrijving van de seksuele en sadistische uitspattingen van koningen en prinsen. Een gedicht over de smaken van sperma. Ik lees het allemaal onverveerd en het enige waar ik op let is: is het goed geschreven? Rijmt er niet per ongeluk een regel op een andere? Zijn de naamvallen goed? Wordt er stiekem geplagieerd of wordt er met een knipoog geplagieerd?

Het dunne boekje Jippus et Jannica slaat mij echter met verbijstering. De achttien novellen die het bevat zijn zo helder als bijenstront. Maar voor wie zijn ze bedoeld? Waarom zijn alle zinnen zo idioot kort? Op de omslag staat dat het om een vertaling gaat, maar er staat niet bij uit welke taal. Er kan geen taal bestaan met zulke rare zinnen.

Alle verhalen volgen hetzelfde patroon. Jippus en Jannica zien of horen in de tuin iets waar ze van schrikken. Vaak is dat een beest, maar het kan ook een bebaarde oom zijn of een bevroren sloot of een blauwe boom of een reus met één oog. De schrik duurt maar kort. De papegaai, hond, egel, rusp, eekhoorn, spin, oom, boom blijken reuze aardig.

Wie zijn deze Jippus en Jannica? Bange mensen. Familiezieke mensen. Vijf keer komt er een vader van Jippus of Jannica langs, en niet minder dan eenentwintig keer een moeder. Is dit een feministisch complot? Nee, want de mannelijke hoofdpersoon heeft gelukkig meer in te brengen dan zijn vriendin.

Jaren geleden kreeg ik van een vriend, die in het verre Noorden onze grenzen tegen de Germanen bewaakt, een boekje toegestuurd waarmee in die koude provincie onze taal werd geleerd. Natuurlijk moeten alle volken, als zij onze beschaving deelachtig willen worden, onze taal leren. Maar moet dat met zo'n kinderachtig boekje? Het eerste verhaaltje heette `Een slang in de tuin' en die schrik van Marcus en Cornelia kan zo bij de tuinavonturen van Jippus en Jannica. Zou dit een boekje zijn om Latijn te leren?

Of is er een totaal nieuw genre ontdekt? Een boek dat alleen voor kinderen geschreven is? Wat zou het nut daarvan kunnen zijn? Kinderen moeten zo snel ze kunnen Ovidius en Seneca lezen. Er is geen reden ze dom te houden. Kinderen zijn kinderen en kinderen moeten hun kinderlijkheid ontsnappen. Daarom houden wij ontwikkelde slaven in huis om ons kroost goed voor te lezen uit Vergilius en Catullus.

Maar nadere bestudering van de tekst doet mij toch twijfelen aan de uitvinding van het kinderboek. Daarvoor zitten er te veel knipogende verwijzingen in naar Cicero en zelfs naar de geometrie van Euclides (Quod erat demonstrandum). Heel verdacht is dat als Jannica een blauwe** boom tekent, Jippus zegt: ``Er zijn geen blauwe bomen'. Hij noemt het een Varken in Zee, een onmogelijkheid dus. Dit wijst rechtstreeks naar het zeezwijn van Horatius. We hebben hier dus te maken met een zogenaamd vertaald kinderenboek dat ook voor erudiete lezers bedoeld is. De stijl is ongewoon. Allemaal hoofdzinnen. Veel dialoog, steeds met `zegt Jippus' of `vraagt Jannica'. Eigenlijk totaal onleesbaar, maar daarom juist onweglegbaar. Als middel om onze taal te leren lijkt het mij minder geschikt, want de Belgen, Basken en Britten zullen het te kinderachtig vinden. Maar misschien komt bij onze groeiende decadentie en het geestelijk verval, ook hier in Rome, de kinderenroman wel in de mode, en dan heeft dit boekje in ieder geval de eer de eerste van het nieuwe genre te zijn.

* `een boek voor snobs' zegt de titel.

De recensie is verder in het Nederlands vertaald.

** ik vertaal ceruleae met `blauwe', hoewel het ook `donkergroen' kan betekenen, en dan vaak de kleur van de olijfboom (noot van vertaler).