Miljardengraf voor BMW

Jarenlang aarzelde BMW over de levenskansen van de Britse dochter Rover. Dat het zorgenkind nu ten einde raad wordt verkocht is een bevrijding voor de geplaagde Beierse autofabrikant.

Britse dochter bezorgde BMW bestuurscrisis

BMW heeft bij zijn Britse dochter Rover aan de noodrem getrokken. Het heeft lang geduurd voordat het management in München begrepen had dat alleen een radicale ingreep de moeilijkheden zou kunnen oplossen.

De aanhoudende problemen met Rover, dat de autoverkopen dramatisch ziet dalen, heeft bij BMW binnen 13 maanden tot een tweede crisis in de top geleid. Drie bestuursleden, die een jaar geleden nieuw benoemd waren, moeten het veld ruimen. De rust in het Beierse autoconcern wil maar niet terugkeren. Het drastische besluit om zich nu van het zorgenkind te ontdoen is een bevrijding voor BMW. Het Britse avontuur, dat zes jaar geleden begon, is een debacle dat het hele concern in gevaar bracht.

Rover is een miljardengraf gebleken. Een slordige 13 miljard mark hebben de Beiers de afgelopen jaren uitgetrokken in de hoop het bedrijf in Engeland weer rendabel te maken.

Maar de situatie was volkomen uitzichtsloos. De productiviteit van de Rover-fabriek bij Birmingham was veel te gering en het personeelsbestand te omvangrijk. Tegelijkertijd beroofde het almaar sterkere Britse pond het bestuur van de laatste hoop de auto's in het buitenland nog met winst te kunnen verkopen.

Met de aanhoudende hoge verliezen bij Rover, groeide het gevaar dat het tot nog toe sterke BMW in de val werd meegetrokken. Het moederbedrijf in München heeft Rover alleen zo lang overeind kunnen houden omdat haar eigen resultaten buitengewoon goed uitpakten. Maar met het dramatische verlies over 1999 kon de grootaandeelhouder van BMW, de familie Quandt, niet langer lijdzaam toezien.

Het besluit Rover, voorlopig op de Mini na, van de hand te doen heeft iets tragisch. Al zes jaar geleden had de toenmalige ontwikkelingschef Wolfgang Reitzle aangeraden uitsluitend met de bloeiende merken Land Rover en Mini door te gaan. De verliesgevende Rover-onderdelen wilde hij sluiten. De toenmalige BMW-topman Bernd Pischetsrieder wilde daar evenwel niet van weten. Zijn voorganger Eberhard von Künheim had bij de overname van Rover al gewaarschuwd, dat de Beiers ,,niet als veroveraars in de Midlands mochten binnenvallen om daar duizenden arbeidsplaatsen te vernietigen''.

Maar de gevolgen van het besluit volledig met Rover door te gaan zorgden voor voortdurende onenigheid in München. Vorig jaar beleefde BMW de grootste bestuurscrisis sinds het concern 30 jaar geleden aan de rand van het bankroet stond. Zowel Pitschetsrieder als ontwikkelingschef Reitzle stapten op.

In één klap was de prestigieuze autofabrikant stuurloos geworden. De benoeming van Joachim Milberg, een ingenieur, tot bestuursvoorzitter kwam als een verrassing.

Commentatoren noemen het ,,grotesk'' dat uitgerekend Milberg na een jaar de strategie weer herontdekt die Reitzle al zes jaar geleden had voorgesteld. BMW keert na pijnlijke omzwervingen terug naar de kern. Het management heeft gemerkt dat het met zijn handen moet afblijven van auto's waar het geen verstand van heeft. Een vergelijkbare wending heeft concurrent Daimler eerder moeten maken.

Het afstoten van Rover hoeft evenwel onder geen beding het einde van de zelfstandigheid te betekenen. De familie Quandt heeft laten weten geen enkele reden te zien haar belang van 46 procent van de hand te doen. Als de Beiers zich uitsluitend concentreren op het maken van sportieve luxe auto's, hoeft niemand te vrezen voor de toekomst van het concern, menen experts. Porsche bewijst immers dat dit goed functioneert.