Leer Grieks, en desnoods Latijn

Wie leert in Nederland Latijn? Dat is het kind waarvan de ouders willen dat het naar een nette school gaat, een net huwelijk sluit en nette kinderen krijgt die ook weer naar het nette gymnasium gaan. Het kind zelf heeft niets in te brengen en daarom wordt er in Nederland nog steeds Latijn geleerd. Niets op tegen. Je leert een kind ook op een potje kakken zonder dat het begrijpt dat het daar voor het hele leven plezier van heeft.

Toen ik kind was werd ik naar een gymnasium gestuurd en het was daar heus niet erger dan op een andere middelbare school. Men maakte ons toen wijs dat je om dokter of rechter te worden Latijn moest kennen. Dat hoeft nu niet meer en ik geloof niet dat er daarom meer patiënten sterven en onschuldigen in de cel moeten zuchten.

Hoe leert men in Nederland Latijn? Toen er nog weinig gymnasia waren kon je na het eindexamen van, bijvoorbeeld, de Gooische HBS in één jaar Latijn plus Grieks leren en de belangrijke schrijvers in die talen lezen, iets dat er op een gymnasium nooit van komt. In mijn ervaring kennen de mensen die het zo deden, beter de Oude Talen dan de gymnasiasten. Ze waren natuurlijk ook beter gemotiveerd.

Kan men thuis Latijn leren? Het kan, maar het zal niet veel gebeuren. De schoolboeken geven je de hele grammatika en daarna moet je teksten lezen in het kunstproza dat de Romeinen voor noodzakelijk hielden, of in de poëzie die natuurlijk helemaal lastig is. Een dode taal heeft ook voordelen: je hoeft je gelukkig niet te bekommeren om de uitspraak en ook wil niemand zelf Latijn kunnen schrijven of spreken. Een boek dat je niet de volle grammatika geeft, maar het minimum dat je in staat stelt om met wat hulp simpele teksten te kunnen lezen, dat is wat de thuisleerling nodig heeft. Peter Jones schreef er een voor het Latijn, en nu heeft hij er nog een voor het klassiek Grieks geschreven.

Het zijn populair geschreven boeken met de voordelen en nadelen van dat genre. Voordeel is dat grammatika je in gemakkelijke brokjes, zonder uitzonderingen en overbodigheden, wordt aangereikt en je toch al stukjes Plato, Lucianus, Catullus kan lezen, terwijl je ook nog wat hoort over de Griekse en Romeinse culturen. Nadeel is dat zulke boekjes een komische, bemoedigende toon schijnen te moeten hebben. In dat opzicht lijken deze uitgaven op De Vermakelijke Latijnse Spraakkunst die Jacob van Lennep in 1866 uitgaf, naar een Engels voorbeeld trouwens. ``Hoor ik daar iemand zijn adem inhouden? Een zachte kreet van O jemig, hebben we ons eindelijk door al die actieve vormen heengeworsteld, moeten we ook een hele lading van die afschuwelijke passieve vormen gaan leren? Rustig maar. En relax, met die probleeeeemloooooze klassieken. Blader maar lekker in de krant. Maak een ommetje met de hond. En kom dat terug en kijk eens op uw gemak naar de indicativus presens passief en neem een goeie borrel om het te vieren.' Is dit koddige leuterpraat van Jacob van Lennep van 133 jaar geleden? Nee, dit was een willekeurig citaat van Peter Jones. Natuurlijk moet een goede leraar zijn klas met bemoedigende kreten entoesiast houden. Maar wie zelf Latijn wil leren, heeft zulke jolige opmerkingen niet nodig.

Zelfs al uit deze twee dunne boeken (190 en 270 bladzijden), blijkt overduidelijk de superioriteit van het Grieks boven het Latijn. De Romeinen wisten dat zelf ook. Ook zij stuurden hun kinderen naar een school waar ze Grieks leerden. Andersom vonden de Grieken het niet nodig Latijn te leren, behalve wanneer ze graag generaal of zakenman wilden worden.

In de zes gymnasiumjaren heb ik bij Latijn Caesar, Livius, Cicero en Ovidius gelezen. Beroemde namen, maar toch werkelijk een klasse minder dan Sophocles, Herodotus, Plato en Homerus. Behalve misschien Engels en Frans ken ik geen andere taal ter wereld dan het Grieks waarin zulk prachtig proza en prachtige filosofie, geschiedenis en poëzie is geschreven. Als ik naar het onbewoonde eiland maar één taal mocht meenemen, dan zou dat zeker Grieks zijn. Dagelijks dank ik de Romeinen, de Arabieren en de Humanisten dat ze van die Griekse erfenis, ondanks dat het meeste weg is, nog zoveel voor mij gered hebben. Het ondankbare en idiote is dat op de gymnasia de leerlingen nu allemaal het Grieks laten vallen.

Doe dat niet, jongens en meisjes. Grieks is echt niet moeilijker dan Latijn en je hebt er veel meer plezier mee. Of je nu Archimedes leest over het aantal zandkorrels in het heelal of de dialogen van Socrates of de satire van Lucianus of voor mijn part het Nieuwe Testament, het overtreft altijd de Romeinse geschriften.

Uitgekiend minimum

Natuurlijk gaat u die auteurs niet helemaal in het oorspronkelijk lezen. Maar met het tactisch uitgekiende minimum aan grammatika dat Peter Jones je aanleert kun je toch snel stukjes Plato en Lucianus en Aristophanus lezen. Door een wonder verschijnen er op het ogenblik vertalingen van alle klassieke auteurs, maar die zijn met veel meer genot te lezen als je, wanneer je dat even wilt, altijd een zin in het oorspronkelijk kan lezen. Heus, Grieks is niet moeilijk, maar nu verval ik in de stijl van Jones. Ook al doen je ouders je om de verkeerde redenen op het gymnasium, profiteer van hun snobisme en maak ze wijs dat het allernetste is om Latijn te laten vallen en Grieks te houden.

De opbouw van de grammatika is geraffineerd. Of misschien deden ze het in Engeland altijd al zo, bijvoorbeeld: eerst de aoristus als de `gewone verleden tijd' invoeren en daarna het imperfectum als de tijd van `ik was bezig met..'. Als ik het mij goed herinner leerde ik ze in de omgekeerde volgorde en kreeg je voor de aoristus de omschrijving `ineens' mee. De halve derde klas ging heen aan het leren van de onzinnige stamtijden.

Het Helleens bezit net als het Hollands veel kleine woordjes, die vaak toch heus niet wel echt te vertalen zijn. Oude Plato-vertalingen werden er soms hilarisch van. Een bekend paar is men en de: `aan de ene kant', `aan de andere kant'. Kijk nu eens hoe simpel Helleens is: Hoi men hellenes eisin agathoi, hoi de barbaroi kakoi. Deze oefenzin krijgt als vertaling: `De Grieken adek zijn goed, de barbaren adak slecht'. De afkortingen adek, adak zijn van de vertaalsters en verdienen opname in onze taal.

Het voordeel van Grieks leren is dat het niet één taal is, al was het maar omdat er acht eeuwen tussen de Ilias en het Nieuwe Testament zitten. Men leert meestal Atheens Grieks van de vierde eeuw voor Christus, maar bij Homerus en Johannes blijkt de taal ook anders te zijn. Het is als iemand die Nederlands leert en zowel Anna Bijns als Lulu Wang te lezen krijgt.

Heel Engels vond ik dat de auteur een paar bijbelfragmenten, zowel in Latijnse vertaling als in het Grieks, geeft en daarachter niet, zoals bij andere fragmenten, de moderne vertaling geeft, maar zegt: Kijk in uw bijbel! Ook grappig is dat achterin het Latijnse boek het aanbod staat om voor een paar ponden een bandje bij de auteur te bestellen waarop hij de Latijnse teksten uitspreekt. Het is inderdaad een genoegen om het Engelse Latijn te horen, maar je kwam er in Rome, en je komt er op het Europese continent, niet ver mee.

De opleving van het gymnasium is natuurlijk pure snobberij, maar waarom zouden we daar geen gebruik van maken? Iedere beschaafde Nederlander moet, net als iedere beschaafde Romein, een minimale kennis van het klassieke Grieks hebben. Als je denkt aan de kostbare uren die verdaan worden met het leren van allerlei computerflauwekul die gegarandeerd over twee jaar alweer verouderd is, terwijl het Grieks nog tien eeuwen genoten zal worden, dan is de keus tussen Helleens en Windows niet moeilijk. Voor die minimale kennis van het Grieks is het boek van Jones ideaal. En als u tegen zijn jolige stijl kunt, dan leert u er ook nog even Latijn bij.

Peter Jones: Latijn voor beginners en Oudgrieks voor beginners. Vertaald door Rodie Risselada en Justine Aalders, Prometheus, 190 en 270 blz. beide ƒ24,90