Kijk! Glas-in-lood!

Joost Swarte is striptekenaar en hij ontwerpt ook taarten, een theater en glas-in-loodramen met `zwemheiligen'.

In de schemering door de Amsterdamse Marnixstraat fietsen is een eentonige bezigheid, tot je langs de huisnummers 165 tot 215 rijdt. Daar gaat een oranje zon onder in de stoom van een fluitketel. Een pompbediende schenkt thee uit een rode benzinepomp. Een zeegroene auto ligt in bed te lezen bij het licht van zijn koplampen. De Haarlemse tekenaar Joost Swarte heeft vierendertig glas-in-loodramen ontworpen om twee blokken nieuwbouw op te fleuren. In zijn raamvertellingen heeft hij op onnadrukkelijk surrealistische wijze `binnen' en `buiten' vermengd. Een tafel is een brug, lantaarns zijn schemerlampen of glazen rode wijn.

De ramen zijn pas drie maanden geleden geïnstalleerd, maar de bezige Swarte heeft alweer een nieuw glas-in-lood-project afgerond. Afgelopen woensdag werden in het Bredase zwembad De Wisselaar vijf nieuwe ramen gezet, met `zwemheiligen' erop. Swarte: ,,In navolging van de heiligen op kerkramen, heb ik de zwemheiligen bedacht, genoemd naar de kwaliteiten van een goede zwemmer. Ze heten Licht, Sluw, Koel, Gezond en Snel. Net als echte heiligen hebben ze een eigen symbolisch attribuut. Sluw heeft bijvoorbeeld een vossenbontje om waaronder hij een mes verbergt.

,,Bij het ontwerpen van glas-in-lood gelden allerlei beperkingen die je bij gewoon tekenen niet hebt. Scherpe vormen kunnen niet, want dan breekt bij het solderen de punt af. Uitstekende vormen als de neus, moeten aan loodlijnen verbonden zijn. De loodlijnen die het raam bijeenhouden moeten onnadrukkelijk in de tekening zijn verwerkt. Ook heb ik geprobeerd de tekeningen zoveel mogelijk op te bouwen uit losse kleurvlakkenomringd door lood, zodat er nauwelijks details ingeschilderd hoefden te worden. Gebrandschilderde delen laten namelijk minder licht door, dat is zonde. Alleen de ogen en de monden zijn ingetekend.'

De ramen in Breda zijn, zo mogelijk, nog mooier dan die in de Marnixstraat. Helderder, evenwichtiger, en ze vormen meer een eenheid. Swarte: ,,De ramen zijn meters hoog, maar de ontwerpen heb ik gemaakt op het formaat van een halve postkaart. Zo kun je de hele compositie goed overzien, en voorkom je dat je te veel details invoegt.'

Eigenlijk is Joost Swarte (Heemstede, 1947) striptekenaar van beroep, maar onder die noemer is zijn even rijke als versnipperde oeuvre niet meer te vangen. Als architect bouwt hij aan de nieuwe Toneelschuur in Haarlem, die in 2002 gereed moet zijn. Hij maakte de cd Sound Shopping met het easy tune-duo Arling en Cameron. Als typograaf ontwierp hij prachtige letters, als graficus ontwierp hij van alles, van kinderpostzegels tot verjaardagstaarten voor banketbakker Fransen in de Zijlstraat te Haarlem. Swarte: ,,Ik noem mezelf tekenaar/ontwerper. Dan hou ik het lekker vaag. Dat ik van alles een beetje doe, is juist aantrekkelijk. Ik volg de lijn van het avontuur, met een oeuvre ben ik niet bezig. Ik heb in de loop der jaren wel een vaste groep fans verworven die me in ieder nieuw avontuur volgt.'

Chocola met bosbessen

Wie met Swarte praat, krijgt doorlopend minicolleges over de diverse gebieden waarin hij zich verdiepte. Na een lesje glas-in-lood, volgen lesjes Egyptische pop, architectuur, en taarten bakken. Chocolade met bosbessen schijnt een goede combinatie te zijn. Swarte: ,,Bij iedere nieuwe discipline die ik beoefen, moet ik me verdiepen in dat onderwerp. Ik leer dan net genoeg om er in te duiken. Dat heb ik geleerd op de Academie Industriële Vormgeving te Eindhoven waarop ik in de jaren zestig een tijdje zat: als ontwerper moet je van alles een beetje weten. Ik ben eigenlijk nog altijd De Jonge Onderzoeker, ik wil steeds iets nieuws ontdekken en dat enthousiast aan de mensen laten zien. Kijk! Glas-in-lood!

,,Toen ik de nieuwe Toneelschuur had ontworpen stond in de krant `Striptekenaar bouwt theater'. Dat snap ik wel, `Architect bouwt theater' is nu eenmaal geen nieuws. Maar ik ben ambitieus, ik wil dat mijn ontwerpen meer zijn dan exotische frivoliteiten van een striptekenaar. Als ik letters ontwerp, wil ik de waardering van typografen, voor mijn gebouw wil ik waardering van andere architecten, die ik overigens ook wel krijg.

,,Bij het betreden van nieuwe terreinen stuit je op talrijke problemen. Toen ik aan de Toneelschuur begon, kreeg ik honderd pagina's met op te lossen problemen mee naar huis. Ik ervaar dat niet als beperkend, maar juist als stimulerend. Ik hou van puzzelen, problemen oplossen. Het grootste probleem met de Toneelschuur was het laden en lossen. Hoe moet een vrachtwagen manoeuvreren in die smalle straatjes. Toen ik dat had opgelost, volgde de rest vanzelf.'

Zoals bij alle grote kunstenaars, weet Swarte de opgeloste problemen in zijn werk goed te verbergen. Het ziet er zo eenvoudig en logisch uit, alsof het `natuurlijk' zo moet zijn. Alleen bij de Toneelschuur heeft hij het niet kunnen laten om juist waar de vrachtwagen moet draaien, een enorm raam neer te zetten, zodat iedereen kan toekijken hoe de chauffeur het net redt.

Niet alleen door al zijn nevenactiviteiten is zijn hoofdberoep, striptekenaar, enigszins op de achtergrond geraakt. Sinds hij in 1971 met zijn eigen stripblad Modern Papier begon, heeft Swarte niet veel stripboeken geproduceerd. Zijn laatste boeken, twee delen Katoen en Pinbal, bevatten strips uit de jaren zeventig. Ook heeft hij nauwelijks memorabele stripfiguren geschapen. Jopo de Pojo komt nog het dichtste in de buurt. Wie Modern Art leest, zijn beroemdste boek waarmee hij in 1980 doorbrak in Frankrijk en de rest van Europa, ziet dat er eigenlijk weinig humor, vaart en spanning in zit, de basiselementen van de strip. Zijn boekjes Niet zo, maar zo, met in Vrij Nederland gepubliceerde tekeningen, zijn geen strips in de strikte zin van het woord.

Swarte: ,,Het lijkt misschien weinig, toch heb ik bij elkaar zo'n vijfhonderd pagina's getekend. Ik maak geen series rond vaste, herkenbare figuren. Dan zou ik verveeld raken. Het is waar, mijn vroegere scenario's zijn niet erg doortimmerd, meer los zand. Dat was toen de mode in underground strips. Mijn personages zijn geen levende figuren, het zijn poppetjes, acteurs die een rol spelen in een verhaal. Dat heb ik niet zo bedacht, maar terugkijkend is dat wel zo.'

In het buitenland is Swarte de beroemdste Nederlandse striptekenaar. In eigen land kwam de waardering later, sinds zijn `Wereldtentoonstelling' van 1987 in Haarlem. Pas in 1998 kreeg hij de Stripschapprijs. Dankzij zijn contacten met Franse, Belgische en Amerikaanse tekenaars, wemelt het op de Haarlemse Stripdagen altijd van de beroemdheden. Die Stripdagen heeft Swarte trouwens ook verzonnen, alsmede het Nederlands Centrum voor de Beeldcultuur, dat in juni in Haarlem wordt geopend.

Bevroren

De kracht van Swartes oeuvre ligt niet in zijn stripboeken, maar in zijn affiches en zijn prachtige grote prenten, die als zeefdruk of posters worden verspreid, of worden afgedrukt in tijdschriften als Humo en Vrij Nederland. Op die prenten gebruikt Swarte wel degelijk de striptaal, maar in plaats van in een reeks plaatjes, vertelt hij zijn verhaal met één plaatje waarop alles tegelijk gebeurt. Ze zijn bevroren momenten in het drukke dagelijkse stadsleven. Twee cafébezoekers slaan een arm om elkaar heen, maar verbergen onder tafel een pistool en een mes. In een andere tekening ramt een man machteloos met twee vingers op een oude piano, terwijl zijn lelijke vrouw stofzuigt. Hij heeft een wrat in zijn nek. Door het raam kan hij de overburen zien; mooie jonge mensen met een vleugel en een palm. Anders dan in strips gebruikelijk is, reikt Swarte een situatie aan waar de kijker zelf zijn verhaal bij kan bedenken.

Het decor is altijd een grote stad, vol met prachtige moderne gebouwen. Swartes designinterieurs zijn zo mooi, dat je er zo in zou willen wonen. De opdracht om De Toneelschuur te bouwen, kwam dan ook niet uit de lucht vallen. Swarte: ,,Ik kijk altijd goed om me heen en ik hou van gebouwen tekenen. Ik maak er veel werk van om alles tot in de details te laten kloppen. Ik wil bijvoorbeeld weten hoe ver een schuifraam op de achtergrond open kan. Toch is dat nog wat anders dan echt een gebouw ontwerpen. Op papier bekijk je het vanuit één hoek en kun je alles mooi laten kloppen. Op papier kan ik breken en bouwen wat ik wil.'

De tekeningen zijn uitgevoerd in strakke lijnen, helder, leeg, gestileerd, volgens de school van Hergé. Swarte bedacht voor deze stijl zelf de naam `de klare lijn'. In het buitenland wordt zijn stijl als typisch Nederlands gezien. Strak en ordelijk, harmonieus als Mondriaan. De klare lijn zorgt ook voor afstand, ironie. Swarte: ,,Ik merk dat ik met deze strakke lijn helder kan uitleggen wat ik bedoel.'

Swartes tekent geen gelukkige wereld: ,,Angsten en uitzichtloosheid spelen een rol in mijn tekeningen. In Swartestad geniet je van je tijdelijke bestaan, zonder dat je er iets verheffends van maakt. Mijn poppetjes proberen er iets van te maken, maar uiteindelijk loopt het op niets uit. Iedereen leeft in een isolement. De mensen die in de tekeningen rondlopen, zijn gesteld op de mooi vormgegeven wereld, maar ze worden er niet beter van.'

`Swartestad' is een papieren droom die inmiddels aardig concreet wordt. Met overal Swartes design begint Nederland steeds meer op Swartestad te lijken. Swarte: ,,Het is een geweldig idee dat ik in mijn eigen wereld rond kan lopen. Er is meer harmonie in Swartestad dan waar dan ook.' Hij vult nu reeds zijn huis en atelier met zelfontworpen of hem welgevallig design. ,,Ja, dat is een architectenkwaal waarmee je moet uitkijken, want voor je weet beheerst de inrichting jou, in plaats van andersom. Er moet ook ruimte zijn voor wat rommel.'

Speelgoedwereld

Swartestad ontstond lang geleden op de zolder van een huis in Heemstede. ,,Wij mochten heel veel thuis. Als we de muren zilver wilde schilderen, dan vroegen we dat nauwelijks. Op zolder was ik altijd bezig met het bouwen van mijn eigen steden, van zeepkisten en karton. Ik bedacht dan alvast hoe de verkeersstromen liepen, hoe de mensen woonden.' In een andere hoek van die zolder legde zijn broer Rieks de kiem voor zijn carrière als regisseur en decorbouwer. Terwijl Joost zijn steden droomde, rommelde Rieks in zijn poppenkast. ,,Wat Rieks en ik allebei doen is bouwen aan een jongensdroom, een speelgoedwereld die we zelf helemaal inrichten, terwijl we beiden ook ruimte overlaten voor de verbeelding van de toeschouwer. Rieks doet het alleen veel losser, schetsmatiger dan ik.

,,Ik heb het allemaal geleerd van koning Babar, uit het prentenboek van Jean de Brunhoff. Babar gaat terug naar Afrika en bouwt daar een moderne stad voor zijn onderdanen. Dat sprak enorm tot mijn verbeelding. Babar bracht me op het idee dat een stad niet iets is waarin je nu eenmaal geboren bent, maar dat je hem zelf kunt bouwen. Ik heb geen megalomane ambities, hoor. Maar dat ik om de hoek mijn eigen taart kan kopen is wel iets bijzonders.'

Glas-in-loodramen van Joost Swarte: Marnixstraat 165 tot 215 in Amsterdam, en Zwembad De Wisselaar, Terheijdenseweg 494, Breda, tel: 076 5874597