Iedereen is alwetend

Schrijver Amos Oz heeft er genoeg van dat zijn romans meestal als metafoor op het leven in Israël worden gelezen. ,,Als ik de regering iets wil duidelijk maken, dan houd ik wel een toespraak.'

Vraag hem alsjeblieft niks over Israël, want de bekendste levende Israëlische auteur, Amos Oz (61), heeft er schoon genoeg van dat zijn werk in binnen- en buitenland vaak als een uitdrukking van de Israëlische politiek of – erger nog – als een allegorie op Israëls wedervaren wordt gezien.

Met zijn jongste boek, Dezelfde zee, waarvan hij in Nederland de eerste vertaling in het buitenland presenteert, hoopt hij degenen die aan zijn werk een buitenliteraire betekenis toekennen, definitief te ontmoedigen. ,,Ik weet niet of Dezelfde zee beter is dan mijn eerdere boeken', zegt hij in zijn Amsterdamse hotel. ,,Maar op dit moment, dertien maanden na de verschijning in Israël, ben ik trotser op dit boek dan op alle vorige. Ik zie het als mijn magnum opus. Ik heb de schrijver die ik wil zijn, met dit boek dicht benaderd.'

Voorbij dus die gezellige familiegeschiedenissen, die beschrijvingen van weerbarstige en tragische liefdes in Israël, die Oz' omvangrijke oeuvre kenmerkten? Niet helemaal. Het plot van Dezelfde zee bevat alle uit het eerdere werk bekende thema's: weduwnaar krijgt verhouding met een vriendinnetje van zijn zoon, die zelf naar het Verre Oosten is vertrokken. Tegelijkertijd slaapt het meisje met een ander, en heeft de weduwnaar ook een verhouding met iemand van zijn leeftijd. Opschudding in hun omgeving. Iedereen bemoeit zich ermee.

Het is vooral de vorm, die heel anders is dan de traditionele romans en vertellingen, waarin Amos Oz excelleerde, en die de lezer in staat stelden zich te identificeren met de personages, en hun wedervaren als een kennismaking en interpretatie van de Israëlische samenleving te zien. Dezelfde zee bestaat uit korte, geserreerde hoofdstukken, veelal in dichtvorm. Er wordt naar hartelust geassocieerd en aan poëtische excursen gedaan.

Een eigenaardigheid van het boek is verder, dat alle personages alles over elkaar lijken te weten. Zelfs de overleden vrouw is op die manier bij machte commentaar te leveren op de gebeurtenissen na haar dood. Niet alleen de verteller, nadrukkelijk in het boek aanwezig, is hier dus oppermachtig en alwetend. Alle personages zijn alwetend, over alle andere. En ook over de verteller.

Dat Amos Oz geen geëngageerde schrijver in de negentiende-eeuwse zin wilde zijn, zoals Émile Zola of Leonid Tolstoj, was al bekend. ,,Nog nooit heb ik een roman geschreven om een politieke boodschap over te brengen. Waarom zou ik, als ik de regering wil duidelijk maken dat ze naar de hel kunnen lopen, eerst drie jaar van mijn leven verspillen door mijn bezwaren in romanvorm te gieten, een plot te verzinnen, personages te bedenken? Zoiets had misschien voor Tolstoj zin in het oude Rusland, om de censuur te ontwijken. Geef mij maar Tsjechov, trouwens. Maar in Israël hoeft dat niet. Als ik de regering iets wil duidelijk maken, dan houd ik een toespraak, schrijf een artikel of geef een televisie-interview.'

Maar ja, een schrijver kan wel een bedoeling hebben bij het schrijven – dat weerhoudt de lezer er nog niet van een hele andere bedoeling te hebben bij het lezen. Oz: ,,Men heeft mij gezegd dat Nederlanders boeken lezen ter ontspanning. Maar Israël is een land waar mensen boeken lezen om zich er kwaad over te maken. Statistisch gezien koopt de Israëliër veel boeken – alleen op IJsland schijnen per hoofd van de bevolking meer boeken te worden verkocht. Het zou mij niet verwonderen als die hoge verkoopcijfers het gevolg zijn van het feit dat menigeen van hetzelfde boek tien exemplaren koopt – alleen maar om die stuk voor stuk te vernietigen.'

Mystiek

Amos Oz gaat bij het spreken over Dezelfde zee tot fluisteren over, alsof deze ongewone, intieme roman niet bestand zou zijn tegen al te luid uitgesproken verklaringen. ,,In het boek weet iedereen alles over iedereen', zegt hij. ,,De personages vormen met elkaar een soort mystieke gemeenschap, waarin iedereen iedereen in de gaten houdt, ook al is de ander niet fysiek aanwezig. Wat doet de ander, en is ie wel gelukkig? – vraagt men zich voortdurend af. Zo'n losse gemeenschap, gebaseerd op een soort extra zintuig, is bij mijn weten niet eerder in de literatuur beschreven.'

Dat Amos Oz een geëngageerd schrijver tegen wil en dank is, is niet zo heel verwonderlijk: hij is sinds jaar en dag in Israël een prominente figuur in het openbare leven. In 1977 was Oz een van de oprichters van de Vrede nu-beweging, die streefde naar een compromis met de Palestijnen, onder andere door de inrichting van een Palestijnse staat op de West-oever – een programma dat een aanzienlijk deel van Israëlische samenleving met woede vervult.

Ook in het buitenland ontleent hij een deel van zijn faam niet uitsluitend aan zijn boeken, maar aan zijn politiek activisme, zoals dat de laatste jaren vooral tot uitdrukking komt in luid beleden verzet tegen de maatschappelijke invloed van militant-orthodoxe stromingen binnen het Jodendom en in de Israëlische politiek. Als zijn naam genoemd wordt als kandidaat voor de Nobelprijs – Oz behoort tot het selecte internationale gezelschap van degenen wier naam ieder jaar opduikt als kandidaat maar die ook elk jaar weer gepasseerd worden – dan is dat minstens even vaak voor de Nobelprijs voor de Vrede, als voor de Nobelprijs voor Literatuur.

Oz, die in 1965 debuteerde met de verhalenbundel De landen van de jakhals, behoorde tot een generatie jonge schrijvers die zich verzetten tegen de realistische romanciers die in Israël in de jaren vijftig de toon aangaven. Zij ontleenden hun stof aan de collectieve ervaringen van de Israëliërs: de jodenvervolging, de drama's en oorlogen rond de stichting van de joodse staat, en die vaak late zonen der Verlichting waren: redelijke motieven, fraai idealisme.

Jonge schrijvers als Oz wilden de literatuur weer binnenlaten: Joyce, Kafka, Beckett! Oz' romanfiguren laten zich zelden door rationele overwegingen leiden. Eerder zijn zij ten prooi aan heftige gevoelens en manies die zich maar zelden met een verantwoorde bestaansopbouw of maatschappelijke idealen laten rijmen – alleen al wat dat betreft is er dus een grote afstand tussen Oz de schrijver en Oz de politicus.

Maar tegelijkertijd zijn die romans natuurlijk wel in Israël gesitueerd en door de woelige geschiedenis van het land kruipen maatschappelijke tegenstellingen en conflicten het werk van Oz binnen: de socialistische idealen van de kibboets versus de religieuze ideologie en kwezelarij van het joodse leven in de stad Jeruzalem, het fanatisme en de macht van orthodoxe groeperingen versus hedonisme, religieuze lauwheid en lekendom in Tel Aviv en het grootste deel van de Israëlische samenleving.

Scheidslijn

Oz' strijd voor de pure literatuur werd al in 1996 manifest in Zo beginnen verhalen, een bundel literaire essays waarin wordt aangetoond dat de eerste zinnen van een goede roman – van Theodor Fontane, Nikolaj Gogol, Elsa Morante en anderen – de rest van de roman in zich dragen, literatuur-technisch gezien. En nu is er dan het naar vorm hoogst opmerkelijke Dezelfde zee, een poging – zegt Oz – ,,om een scheidslijn te trekken tussen mijzelf en de conventionele roman, die voor mijzelf al heel lang duidelijk is, maar voor mijn lezers niet'.

Waarom is het daarvoor eigenlijk nodig, deels tot de dichtvorm over te gaan en de tekst op te delen in korte, soms maar een halve pagina in beslag nemende delen? Biedt de conventionele romanvorm geen mogelijkheden tot de beoogde bevrijding?

Oz: ,,Als ik dit boek als een conventionele roman had moeten schrijven, dan was het een heel dik boek geworden, en heel realistisch. De gekozen vorm stelt mij bijvoorbeeld in staat, om bijna geheel af te zien van interieurbeschrijving, om mijn personages zonder verdere rechtvaardiging in bijbelse of poëtische taal te laten overschakelen, en me te concentreren op het voornaamste thema in dit boek: hoe een ieder voortdurend kijkt naar alle anderen. Dit is geen fabel over een aantal welomschreven personages, het gaat juist over het onbestemde van het onderscheid tussen mensen, het gebrek aan duidelijke onderlinge grenzen. Ik mag wel uitkijken wat ik hierover zeg: straks staat er iemand op en zegt dat het boek een metafoor is voor de onbestemde staatsgrenzen van Israël.'

Als elke roman in Israël ertoe veroordeeld is, als een politiek document te worden gelezen – is Israël dan eigenlijk wel een goed land voor schrijvers? Oz: ,,Of het een goed land is voor schrijvers, of voor literatuur weet ik niet, maar het is wel het enige land waar ik me kan voorstellen te leven. Een jaar houd ik het uit in het buitenland, om ergens college te geven bijvoorbeeld, daarna begin ik te hunkeren naar de zon van Israël.

,,Het is wel een zeer luidruchtig land. Het heeft de oppervlakte van de helft van Holland, maar als je in het buitenland kranten leest, zou je zeggen dat Israël zo groot is als China. Dat mijn boeken als een metafoor voor de Israëlische actualiteit worden gezien, en elke uitspraak van elk van mijn personages aan mij wordt toegeschreven – misschien is dat wel het lot van elke schrijver die in een roerig deel van de wereld leeft.'

Amos Oz: Dezelfde zee. Uit het hebreeuws vertaald door Hilde Pach. Uitg. Meulenhoff, 203 blz. ƒ39,90.

Bij dezelfde uitgeverij verscheen net een verzameling ouder werk van Oz, onder de titel `De Jeruzalem omnibus' (Totterdood en De heuvel van de boze raad en Mijn Michael). 494 blz. ƒ49,50.

Amos Oz: Zo beginnen verhalen, Uitg. Meulenhoff, 144 blz. ƒ25,00.