Hof billijkt adoptie 22-jarige vrouw

Het gerechtshof in Amsterdam heeft gisteren in hoger beroep de adoptie van een 22-jarige vrouw goedgekeurd. Volgens de advocaat van de vrouw, mr. M. Koomen, is het de eerste keer dat een meerderjarige adoptie heeft afgedwongen.

De rechtbank in Haarlem wees het verzoek om adoptie verleden jaar af, omdat adoptie volgens de wet is bedoeld voor de bescherming van kinderen, en de vrouw was inmiddels geen kind meer. Het gerechtshof in Amsterdam oordeelde echter dat in deze zaak het recht op een ongestoord familieleven zwaarder weegt. Daarbij wees het hof op artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de mens.

Toen de vrouw drie jaar was, werd ze bij haar pleegouders geplaatst. Ze groeide in dat gezin samen met een ander pleegkind op, dat wel is geadopteerd. Pogingen haar te adopteren verliepen moeizaam, omdat haar natuurlijke ouders daar niet mee instemden. Ze heeft geen contact meer met haar natuurlijke moeder. Wel bouwde ze later een goede band op met haar natuurlijke vader, die het adoptieverzoek steunde.

De vrouw kwam er kort na het overschrijden van de leeftijdsgrens achter dat ze te oud was voor adoptie. Adopties die wel op tijd zijn aangevraagd, maar pas worden uitgesproken als het kind meerderjarig is, hebben ook niet meer het karakter van een maatregel van kinderbescherming, zo oordeelde het gerechtshof van Amsterdam gisteren.

Coördinerend vice-president mr. Torrenga stelde nadrukkelijk dat het hof de meerderjarigheidsgrens voor adoptie niet ter discussie wil stellen.

Het gaat volgens het hof alleen om deze zaak waarbij het bewuste artikel uit het wetboek terzijde wordt geschoven. Maar raadsman Koomen van de vrouw meldde dat ze al door ongeveer vijftien meerderjarigen is benaderd die óók willen worden geadopteerd. Het gaat daarbij behalve om pleegkinderen ook om stiefkinderen.

De advocaat uit Alkmaar wees de angst dat het openstellen van adoptie voor meerderjarigen zal leiden tot misbruik om met vermogen uit erfenissen te schuiven, van de hand. Raadsman Koomen: ,,De wet bepaalt dat adoptie in het kennelijk belang van het kind en het vestigen van een ouder-kind-relatie moet staan.''

En dat laatste kan de rechter volgens Koomen altijd blijven toetsen.