Godenschemering

Sommige boeken illustreren perfect de gemeenplaats `hoe meer je weet, hoe minder je weet.' In de reeks voortreffelijke naslagwerken van uitgeverij SUN, getiteld `Van... tot...' verscheen nu Van Aegir tot Ymir. Personages en thema's uit de Germaanse en Noordse mythologie, door de scandinaviste Paula Vermeyden en de germanist Arend Quack. Dat is zo'n boek. Het vertelt zo ongeveer alles wat we weten over goden als Thor, Odin, Loki of Balder, in uiterst nauwkeurige formuleringen, maar als je dit lexicon uit hebt is er met recht sprake van 'godenschemering'. Je voelt je als de figuur op een van Gustave Doré's prenten van Dante: eenzaam op een berg van kennis, met een duizelingwekkende zwerm meer of minder vage gestalten voor het geestesoog. Je ziet alles, tegelijkertijd zie je niets.

Op een ouderwets, degelijk naslagwerk als Van Aegir tot Ymir heb ik jaren gewacht. In de dagen dat de zoekers onder ons hun toevlucht nemen tot ver van onze wortels gelegen troostgestalten als Boeddha of diverse Krishna-achtigen, begon het langzaamaan wel eens tijd te worden om aandacht te besteden aan het Germaanse in onze verbeelding. Onze eigen wortels vinden we tenslotte niet ins blaue hinein. Al moeten we diep graven, want het Christendom heeft het grootste deel met beleid verduisterd.

Vóór leerstelligen nu roepen dat de nazi's ook wegliepen met Odin en de zijnen en dus... Ik ben ook niet hartstochtelijk bevriend met al mijn lezers. We mogen ons dus onbekommerd verheugen in de revival van de Germaanse Klassieken. In 1994 verscheen een prachtig door Marcel Otten vertaalde Edda, vorig jaar verschenen twee boeken over de geschiedenis der Batavieren, over de recente Nederlandse overzetting van de twaalfde-eeuwse, IJslandse Saga van Njál zal deze krant spoedig berichten, en dan is er nu dat weergaloze (want dat is het) lexicon van Vermeyden en Quack.

De samenstellers van Van Aegir tot Ymir hebben zich aan de formule van de SUN-reeks gehouden: oorsprong der behandelden, voorkomen, gechiedenis, handelingen, en ten slotte het naleven in de kunsten (muziek, beeldende kunst, literatuur). Wat deze aflevering toch naar de onderkast doet neigen is de (wetenschappelijke) nauwkeurigheid der beschrijvingen en de onzekerheid over alle gegevens, die hier en daar bijna het (even wetenschapplijke) nulresultaat nadert. Maar uit de historische mist doemen hier en daar parels op. Alleen al het woord ginnungagap, de Noordse benaming voor `de oerruimte vóór het begin van de schepping'. De samenstellers overwegen uitgebreid de stammen van dit woord (gin is `geweldige, uitgestrekte ruimte'; gap is `gapende afgrond'), maar suggeren ook dat ginna kan verwijzen naar `voor de gek houden', zonder overigens ons `ginnegappen' te noemen. Fraai ook is het verhaal over de maretak, die door Loki werd gebruikt om Balders onzichtbaarheid op te heffen, zodat deze kon worden gedood. Prachtig is het beeld dat de mens uit drijfhout zou zijn geschapen (`Wie is van hout?'). Zeer bijzonder is de liturgie rond bevruchtingsgod Freyr, waarbij een met look en kruiden geconserveerd hengstenlid iedere avond de kamer rondgaat en iedere aanwezige een vers moet spreken. Gebruikers van homeopathische middelen vinden hun huismerk terug in een lemma, gewijd aan de Germaanse zieneres Veleda, de boodschapper van de godin ten tijde van de Batavenopstand in 69 na Christus. Bayreuth-bezoekers vinden in vrijwel alle lemma's verklaringen die... Nu komen we opnieuw bij het verwarrende in Van Aegir tot Ymir. De Germaanse gestalten in Wagners Ring zijn wel van erg Wagneriaanse makelij, hoe nauwgezet zijn research ook moet zijn geweest. Het is hem nauwelijks aan te rekenen, want ook voor de lezer van dit beredeneerde register op personages en thema's uit de Germaanse en Noordse mythologie is het niet eenvoudig om een helder beeld te krijgen van alle verspreide, gebrekkige gegevens die uit de schaarse bronnen opduiken. Niet voor niets schrijven de samenstellers: `Als zo vaak kan door het gebrek aan voldoende gegevens ook in dezen niets met zekerheid gezegd worden.' Vooral dat laatste maakt Van Aegir tot Ymir zo spannend. We krijgen als het ware, met Vermeyden en Quacks vloed van fragmentarische versies en tegenstrijdige lezingen een bouwdoos aangereikt, waaruit we ons eigen Ragnarök (de Noordse versie van de jongste dag) kunnen samenstellen.

Volgens Edda-dichter Snorri Sturluson stond datzelfde ragnarök voor 'godenschemering'.

PS. Ik noemde de arbeid van samenstellers Vermeyden en Quack `ouderwets' en bedoelde dat positief. In één detail heeft dat ouderwetse hen tegengewerkt. Ze melden dat ze twee maanden hebben moeten zoeken naar Doepler en Ranisch' boek Walhall (1901), alvorens het in één Duitse bibliotheek aan te treffen. Een queeste van tien minuten (www.bibliofind.com, www.zvab.com) leverde vijf exemplaren op, te koop bij antiquaren in Duitsland, Zwitserland en VS, betalen met creditcard, verschepingstijd één week.

Paula Vermeyden en Arend Quack Van Aegir tot Ymir. Personages en thema's uit de Germaanse en Noordse mythologie.

SUN, 261 blz. ƒ49,50