Eindexamen over God en goden

,,In de filosofie, beste Brutus'', schrijft Cicero in De natura deorum (Over de aard der goden), ,,zijn veel dingen nog volstrekt onvoldoende uitgezocht. Maar het probleem van het wezen van de goden is wel heel moeilijk en ondoorgrondelijk, zoals je weet.'' Gymnasiaste Sandra Kortekaas (17) fronst het voorhoofd. ,,Tijdens de les had Oscar me helemaal overtuigd van het determinisme. Maar toen ik naar huis fietste met Josje, dacht ik: dat kan toch helemaal niet? Het kan toch niet zo zijn dat alles van tevoren is bepaald?''

,,De vrije wil staat hier los van'', zegt Oscar Mulder (17) gedecideerd. ,,Je mag beslissingen nemen. Er is alleen wél een oorzaak voor aan te wijzen dat je die beslissing hebt genomen.''

Het eindexamen Latijn gaat dit jaar over God. Of beter gezegd: over góden. Divina et Humana. Cicero over goden en mensen heet de examensyllabus met teksten van de Romeinse redenaar en staatsman Marcus Tullius Cicero (106-44 v. Chr.). De teksten van Cicero worden vergeleken met die van andere klassieke auteurs als Lucretius en Seneca, maar ook met teksten van filosofen als Hobbes en Thomas van Aquino en zelfs met die van Rudy Kousbroek en Maarten 't Hart. Zijn er bewijzen te vinden voor het bestaan van een bovennatuurlijke macht? Bestaat toeval of wordt ons leven door het noodlot geregeerd? Is het mogelijk de toekomst te voorspellen? En wat is de beste manier om gelukkig te worden? In de eindexamenbundel Divina et Humana komt het allemaal aan bod.

Docente klassieke talen Annemieke van de Plaat was lid van de examencommissie die de teksten uitzocht. Toch zag ze het onderwerp niet zitten, vertelt ze. ,,O jee, dacht ik. Een heel jaar over God. Als ik maar niet zelf de eindexamenklas krijg.'' Dat was natuurlijk de goden verzoeken. Van der Plaat kreeg de eindexamenklas. Maar haar vrees dat de leerlingen verveeld zouden raken, is ongegrond gebleken. In het noodlokaal van het Sint Maartenscollege in Voorburg wordt druk gediscussieerd. ,,Zelf vind ik dat de mens gewoon een hoopje moleculen is'', zegt Hein Bogers (17). ,,Maar ik vind het wel leuk om te lezen wat de anderen ervan vinden.''

Het Sint Maartenscollege (mavo, havo, vwo) is een katholieke school. Maatschappij- en godsdienstleer heten er in de eerste vier jaar nog `catechisatie'. Maar zoals bij de meeste katholieke scholen gaat de levensbeschouwelijke identiteit niet erg diep. ,,Nou ja'', zegt Oscar. ,,Er mag geen condoomautomaat in de aula.''

Drie van de negen eindexamenleerlingen van docente Van der Plaat zijn min of meer katholiek opgevoed, maar ze ,,doen er niets meer aan''. De rest is niet-kerkelijk. Maar allemaal zijn ze enthousiast over de stof die ze voor het eindexamen voorgeschoteld krijgen. ,,Tijdens godsdienstles hebben we het wel eens over God en zo gehad'', zegt Sandra. ,,Maar door het lezen van de teksten van Cicero gaan we er veel dieper op in'', zegt Lennard Ridsdale (18).

Op de vraag `wie gelooft er in God?' komt geen antwoord. Wat bedoel je precies, wil Sandra weten. ,,Eerst zul je het begrip `god' moeten omschrijven.'' Toch denken de leerlingen dat er `iets' moet zijn – behalve Hein, de atheïst. En ze zijn het er allemaal over eens dat de vraag of je gelooft en wát je gelooft, een hoogst individuele is. ,,De fout van centrale geloofssystemen is dat ze zeggen dat zij gelijk hebben, en alle anderen ongelijk'', zegt Oscar. ,,Als je geen dogma krijgt aangereikt, dan moet je al deze vragen zelf beantwoorden'', zegt docente Van der Plaat. Dat is niet erg, vinden de leerlingen.

Waren ze zonder Cicero ook aan deze vragen toegekomen? Lennard denkt van wel. ,,Puur eigenbelang. Ieder mens is toch bang voor de dood.'' Religie is opium voor het volk, vindt Reindert van der Zaal (17). ,,Als mensen niet naar de katholieke kerk gaan, dan zoeken ze het wel in New Age'', zegt Lennard. Reindert: ,,Iedereen heeft een utopie nodig om te ontsnappen aan de maatschappij waarin hij of zij leeft.'' Jannemieke ter Horst (18) weet dat nog zo net niet. ,,Ik vraag me af of religie in iedereen zit. Zelf voel ik het niet zo erg.''

Een leuk thema, religie, constateert Hein. ,,Jammer dat we er zo weinig aan toe komen. We zijn alleen maar bezig met vertalen.''

(Tekst illustratie: Non scolae sed vitae discimus – Niet op school maar in het leven leren wij; Inanis verborum torrens – Een stroom van nietszeggende woorden.)