Eenden

Max en Vera zaten aan de waterkant, nou ja - ze zaten bij hun slootje. Verderop, onder een boom die scheef over de sloot hing, zo scheef dat de takken in het water bungelden, woonden twee eenden. Vera had het vrouwtje laatst met jonkies gezien, maar Max geloofde dat niet. Volgens hem was het nog veel te koud voor jonge eendjes.

"Dan gaan we kijken," had Vera geroepen.

Zo gezegd, zo gedaan en dus zaten ze nu te wachten tot de moedereend met het kleine grut uit zwemmen ging. Het was wel een koude dag, dat was minder.

"Daar!" riep Max. Hij dacht dat hij iets zag bewegen tussen de takken.

"Ssstt!" deed Vera boos.

Max keek haar aan. "Nou moe," zei hij toen, "als ik niks mag zeggen, is er niks aan hoor." Hij stond op en wilde weglopen.

"Hè toe nou Max," siste Vera - ze ontplofte bijna van boosheid, "wat zeur je nou? Wil je de jonkies zien of niet?"

"Ik heb heus wel eens jonkies gezien hoor," riep Max boos terug. Hij propte zijn handen in zijn zakken en stampte op de grond.

"Je jaagt ze weg!" riep Vera.

Max aarzelde. Eigenlijk wilde hij Vera het liefst in de sloot duwen. Of met een stok op haar hoofd slaan. Of een schop geven. Of heel hard over haar gezicht krabben. Zo beledigd was hij. Zo erg zelfs dat hij niet wist wat hij moest doen. Hij trilde alleen maar. Hij wilde wat roepen, maar zelfs dat lukte niet.

"Kijk daar!" fluisterde Vera. Ze wees naar de plek waar de eenden vandaan moesten komen, een opening tussen de takken in het water.

"Ik wil ze niet zien!" schreeuwde Max en hij holde weg, naar het het schuurtje. Hij kroop naar binnen en deed deur stevig achter zich dicht.

Het was donker in het schuurtje. Max ging op de grond zitten. Er hing een vieze lucht in het schuurtje omdat er een brand in had gewoed. In de verte hoorde hij Vera kletsen. Ze deed het heel overdreven, de eenden waren er natuurlijk en zo probeerde ze Max te lokken. Hij bleef lekker zitten, kon hij ook eens nadenken over waarom hij zo boos was.

Hij kwam er niet uit.

Vera wilde altijd maar dat hij stil was, net als hij wat te zeggen had. Wat had hij haar dan willen vertellen? Nou bijvoorbeeld dat er een merel in de tuin was, en dat er uit de woning van de burgemeester een witte poedel was ontsnapt, een van de acht witte poedels die de burgemeestersvrouw had. Dat had Max zelf op de radio gehoord. Maar Vera had altijd het hoogste woord. Dat was niet eerlijk.

"Max, kom nou!" riep Vera intussen.

Niks d'rvan, dacht Max.

"Hè toe, ik ben niet boos meer," vervolgde Vera vanuit de verte.

Dit was voor Max teveel. Woedend kroop hij overeind. Hij stootte bijna zijn hoofd tegen de kruiwagen die aan het plafond hing. Ook al zo'n rotidee van Vera. Wie hing er nou kruiwagens op? Hij trok de deur van het schuurtje open en sloop de tuin in.

Vera zat nietsvermoedend aan de waterkant. Ze wiebelde met een tak in het water. Moedereend zwom voorbij met zes gele pluizebollen in haar kielzog. Vadereend keek achterdochtig toe. De kleine eendjes hobbelden op en neer op de golven die Vera maakte. Toen was het ineens pikdonker.

"Hellup!" gilde Vera. Ze zag niets meer. Ze rook de vieze brandlucht uit het schuurtje.

Het was Max natuurlijk die zijn handen over haar ogen had geslagen, maar dat wist Vera pas toen Max heel hard "Haha, gefopt!" in haar oor riep. Het piepte ervan. En gelijk had hij wel een beetje, Max, want ze was ontzettend geschrokken. Wat een rotgrap eigenlijk. Gelukkig konden de eenden er om lachen, dat was tenminste wat.