Een wonder spaarde Al-Fatah moskee

Op Ambon is de wereld na een jaar burgeroorlog in tweeën gebroken. Er zijn alleen nog `witte' (islamitische) en `rode' (christelijke) waarheden. De rode versie van het conflict.

Hotel Manise is het enige sterrenhotel van Ambon-stad dat nog op volle toeren draait. Manise ligt in `rood' gebied, op betrekkelijk veilige afstand van de demarcatielijn. Hier gaan de christelijke middenklasse en buitenlandse hulpverleners uit eten en houden `de rooien' op gezette tijden krijgsraad. 's Avonds klinkt in de eetzaal oorverdovende karaoke, want Molukse christenen houden van zingen. Achter het podium met musici en (amateur)zangers is een lieflijk Moluks kustlandschapje geschilderd. De blauwe einder wordt ontsierd door twee witte vlekken: kogelgaten van een schietpartij in november, toen Javaanse soldaten, woedend over de dood van een kameraad, hun geweren leegden door de glazen deuren van het restaurant.

Yosias ('Yos') Polnaya – potige bouw, kort geknipt hoofd – is aannemer en 'jeugdleider' (anderen zeggen: bendeleider) uit Kuda Mati, een wijk van christelijke migranten uit Saparua en Nusa Laut, de kleinere buureilanden van Ambon. De meeste jongeren in Kuda Mati (Dood Paard) zijn werkloos. Adat-oudste noch ouderling heeft vat op hen en zij erkennen alleen het gezag van de sterkste onder hun soortgenoten.

Yos lacht eerst geamuseerd om het woord `bende' en wijst me dan terecht: ,,Bung (kameraad), zonder Kuda Mati was deze stad verloren. Kuda Mati is als Israel, dat ondanks alles standhoudt. Na het begin van de gevechten op 19 januari (1999) hebben we 14 eenheden gevormd, met in totaal 7.000 man. Als we uitrukken, zingen we geestelijke liederen. De parate troepen van Kuda Mati vallen niet aan, maar beschermen vrouwen en kinderen. Het is een kwestie van roeping. Vorige week zijn nog 35 strijders naar Buru vertrokken om onze broeders te verdedigen tegen jihad-troepen uit Java en Sulawesi.''

De commandant van de Molukken, brigade-generaal Max Tamaela, een christen uit Ceram, doet het goed, vindt Yos. Op Ambon wordt niet meer gevochten want de vele militairen hebben nieuwe botsingen voorkomen. Maar de huiszoekingen en de militaire hulptroepen kunnen de problemen niet oplossen, want ,,verzoening dient gebaseerd te zijn op waarheid en gerechtigheid''. De arsenalen van Kuda Mati worden, ondanks de razzia's, nog steeds aangevuld, zegt Yos: ,,Pas als de staat kan instaan voor de veiligheid van de christenen en ons niet langer als tweederangsburgers behandelt, dragen wij alles over, eerder niet. In de huizen van Kuda Mati vijzelen moeders luciferskoppen om kruit te maken. Onze jongens zetten zelf wapens in elkaar.''

De `witte' (islamitische) theorie dat het geweld is uitgelokt door aanhangers van de Republiek der Zuidelijke Molukken (RMS) werpt Yos verre van zich: ,,Wij zijn geen RMS'ers. Onder de oprichters van de republiek waren vooraanstaande Molukkers en die blijven we trouw. Onze strijd begint niet met de RMS, maar veel eerder, in 1817, met de opstand (tegen de Nederlanders) van Thomas Matulessy, de grote Pattimura.'' Yos' ogen zijn vochtig geworden.

Polnaya ziet de geschiedenis van de republiek als een voortdurende krachtmeting tussen nationalisme en islam, tegen de achtergrond van een islamitische meerderheid. ,,Soeharto wedde in zijn laatste jaren op de moslims en schoof Habibie naar voren. Toen de oude man viel, brak een reeks onlusten uit, Ketapang, Situbondo. Waar een grote christelijke of moslimmeerderheid bestaat, was het probleem snel opgelost. Alleen in de Molukken houden de twee gemeenschappen elkaar in evenwicht, zodat de escalatie kan doorgaan. Er zouden verkiezingen komen. Kom, dachten Habibie en zijn kompaan Amien Rais, laat ons de islamitische kaart spelen. Het conflict moet ontbranden op Ambon, want dat zal de hartstochten van de moslims in heel Indonesië doen oplaaien. In de ogen van menige moslim waren immers alle Ambonezen betrokken bij de RMS.''

In de middag van 19 januari 1999, het einde van de islamitische vasten, breekt een ordinaire vechtpartij uit tussen een dronken Boeginese passagier en de Ambonese bijrijder van een minibusje in de wijk Batu Merah. De Boeginees roept: ,,De obet (scheldwoord voor christenen) vallen aan'' en dan gaan ogenblikkelijk moslims uit Batu Merah in de aanval tegen christenen in de buurt. Huizen en een kerk worden platgebrand. Yos: ,,Wij waren verrast. De onlusten in Ambon-stad leidden binnen een dag tot een massale mobilisatie van moslims in de dorpen van Leihitu (het noordelijke schiereiland van Ambon). De moslimstrijders in Batu Merah gebruikten hoofdbanden met opschrift en de volgende dag verwoestte de massa in Leihitu christelijke kampongs met honderden zelfgemaakte bommen. Dat alles is niet in een dag gereed; dit was voorbereid.''

Onder christenen op Ambon circuleert een vele malen gekopieerd A-4tje met de commandostructuur van de islamitische `complotteurs'. Aan de top van de piramide staat een vraagteken, de vooralsnog anonieme poppenspeler. Daaronder volgen een `generale staf' met in Jakarta Ahmad Sumargono, secretaris-generaal van de Partij van Maan en Sterren (PBB). Yos: ,,Zijn netwerk heeft vertakkingen op Ambon. Op 6 januari werd in de Al-Fatah moskee een coördinatiepost ingericht die `Bloedige Idul Fitri (vasteneinde)' heette. Compleet met advocatenteam. Daar werd dus al vooruitgelopen op de gebeurtenissen.''

Toch wonnen de nationalisten de verkiezingen van 7 juni en moslimpartijen haalden nog geen derde van de stemmen. Yos: ,,Vandaar de tweede geweldsgolf, in juli. Vooruitlopend op het Volkscongres in oktober vormden de islamieten de Centrale As. Maar Wahid en de zijnen hielden vast aan hun nationalistische koers en liepen niet in de val van Amien Rais. Begin december sloten christen- en moslimstrijders een akkoord van `wederzijdse terughoudendheid'; door derden uitgelokte incidenten zouden ons niet meer verleiden elkaar aan te vallen.''

Op Tweede Kerstdag werd aan de demarcatielijn in Ambon-stad een moslimjongen aangereden door een Toyota-Kijang. De (dode?) jongen werd ingeladen en de auto verdween spoorloos. Binnen de kortste keren stonden de witte en rode troepen opnieuw tegenover elkaar. Yos: ,,De commandant van Sector A (Centrale Molukken), kolonel Irwan Kusnadi, had een veiligheidsgarantie afgegeven voor de Silo-kerk en de rode troepen verzocht op de achtergrond te blijven. Toen de witten oprukten, klonk echter het bevel `Terug!', het bataljon voor de kerk week, de aanvallers hadden vrij spel en de kerk brandde af. Zo'n bevel kon alleen worden gegeven door de sectorcommandant. Het doel was de christenen te provoceren de Grote Moskee Al-Fatah met de grond gelijk te maken. Als dat was gebeurd, was er nationaal een jihad uitgebroken, dan zouden christenen in heel Indonesië zijn aangevallen en zouden de militairen de macht hebben overgenomen van Wahid en Megawati.''

Of een dergelijk scenario bestond, blijft onbewezen. Een ding is zeker: de Al-Fatah moskee bleef gespaard. Waarom? Yos zucht diep, hij weet niet of wat hij nu gaat zeggen indruk maakt op de verslaggever, maar hij steekt toch van wal: ,,Een jaar lang, terwijl overal werd gevochten en de christenen hun huizen, kerken en grond verdedigden, gebeurden er vele wonderen. Moslims hebben zelf verklaard dat de rode troepen werden aangevoerd door een blanke met lange haren en een baard. Op 28 december, om twee uur 's middags, stonden we gereed om Al-Fatah te bestormen. Toen rinkelde mijn mobiele telefoon. Het was de voorzitter van de protestantse synode, dominee Sammy Titaley. Hij zei: `Niet doen, Yos. Ik heb alle dominees gevraagd te bidden. De komende 24 uur geven we God de gelegenheid om in te grijpen.' En toen gebeurde het. Er was van Toko Simpang in het centrum tot de haven geen militair of politieman meer te bekennen, Al-Fatah werd aan ons overgelaten. Nog voor de dominee belde, zag ik echter dat de jongens, zonder dat ik een commando had gegeven, hun linies opbraken en naar huis gingen. Zo groot is de kracht van het gebed, zo groot is de Almachtige.''